In het hart van de Veluwe ligt het grootste stuifzand van West-Europa: het Kootwijkerzand. Hier zie je hoe een groot deel van de Veluwe er vroeger uit heeft gezien. Je snapt ook gelijk waarom dorpen beschermd moesten worden tegen het oprukkende stuifzand. Vanaf de uitkijktoren aan de westkant heb je een prachtig uitzicht over het gebied.
Net als de ‘echte’ woestijn kent het Kootwijkerzand extreme temperatuurverschillen. Op een mooie zomerdag kan het op de zuidhellingen wel 50 graden worden. ’s Nachts tuimelt het kwik dan zo’n 40 graden naar beneden. Net als de ‘echte’ woestijn kent het Kootwijkerzand extreme temperatuurverschillen. Op een mooie zomerdag kan het op de zuidhellingen wel 50 graden worden. ’s Nachts tuimelt het kwik dan zo’n 40 graden naar beneden.
Onder het stuifzand zijn de resten gevonden van het vroegere Kootwijk, dat een aanzienlijk dorp was in de middeleeuwen. De inwoners leefden in grote boerderijen en hielden zich bezig met landbouw en ijzerwinning. Het oprukkende zand en wegvallen van de watervoorziening zorgden ervoor dat het dorp werd verlaten. Een paar kilometer noordelijker ontstond later het huidige dorp Kootwijk.
Grenzend aan het Kootwijkerzand ligt Radio Kootwijk. Het dankt zijn naam aan het monumentale zendstation, waarmee vroeger contact werd onderhouden met toenmalig Nederlands-Indië. Het imposante gebouw, dat het midden houdt tussen een tempel en een sfinx, contrasteert met de lege, woeste omgeving.
Planten en dieren hebben zich aangepast aan de bijzondere omstandigheden van het Kootwijkerzand. De zandoorworm, een tot 3,5 cm groot insect, gaat met zijn zandkleur op in de omgeving. In de overgang van stuifzand naar heide en bos broedt tot eind augustus de nachtzwaluw. In juni klinkt zijn karakteristieke geratel aan de randen van het gebied. Naast pioniersoorten, zoals buntgras en ruig haarmos, vind je ook veel soorten korstmos op het zand. Stuifzandkorrelloof is het meest zeldzaam. Ook de blauwvleugelsprinkhaan en de boomleeuwerik zijn vaste bewoners van dit gebied.
In natuurlijke omstandigheden zou het stuifzandgebied zichzelf in stand kunnen houden, het is qua omvang groot genoeg. Maar helaas is de balans hier behoorlijk verstoord. Door teveel stikstof groeit het Kootwijkerzand snel dicht. De boosdoener is vooral het grijs kronkelsteeltje, een exoot, ook wel bekend als tankmos. Deze soort vormt in korte tijd grote mostapijten. Niet alleen verdringt hij zo inheemse grassen en mossen, het zand kan ook niet meer stuiven. Staatsbosbeheer verwijdert dan ook regelmatig de laag mossen en grassen en jonge boompjes. Zo houden we het zand open en stuivend.
Het Kootwijkerzand is gedurende het hele jaar toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. Kijk voor de toegangsregels op de borden bij de ingang van de gebieden. Het voormalig zendstation bij Radio Kootwijk is alleen toegankelijk tijdens excursies en evenementen.
Korte en langere wandelroutes leiden je over de zandpaden. Struinen dwars door het gebied mag niet, maar bij de uitkijktoren kun je volop spelen in het zand.
Broedseizoen
Een deel van het gebied is tussen 15 maart en 15 juli afgesloten in verband met het broedseizoen. In het broedseizoen krijgen broedvogels, zoals de nachtzwaluw en de boomleeuwerik, alle ruimte om hun eieren uit te broeden. Zij maken hun nestjes op de grond en zijn zeer gevoelig voor verstoring. Na 15 juli gaan de zandpaden in het gebied weer open.