Door invloed van de Maas en de wind, is op een klein oppervlak een bont en gevarieerd landschap ontstaan. Een variatie die ook is terug te vinden in de planten en dieren van dit gebied.
Het Schuitwater is een erfenis van de Maas, die hier tot in de laatste ijstijd stroomde. Nadat de rivier zich verplaatste naar haar huidige bedding, zo’n drie kilometer verderop, liepen de achtergebleven geulen langzaam vol met plantenresten en ontstond land. Vanaf de 18de eeuw baggerden turfgravers het veen uit de geulen om dit te gebruiken als brandstof. Zo ontstonde twee langgerekte waterplassen: het Broekhuizer- en Lottumer Schuitwater. De naam Schuitwater komt van de schuitjes die turfgravers gebruikten bij het baggeren.
Hier komen veel soorten voor die elders in Limburg zeldzaam of verdwenen zijn. Dat geldt voor planten, insecten, libellen maar ook voor korstmossen en paddenstoelen. Ook zijn maar liefst tweederde van alle Nederlandse dagvlindersoorten in Schuitwater te vinden, waaronder de kleine ijsvogelvlinder en de bruine eikenpage.
In het najaar van 2003 zijn hier twee bevers uitgezet. De beverfamilie die hieruit voortkwam, bouwde meerdere dammen en burchten en zette zo het gebied naar hun hand. Knaagsporen aan bomen en ronddrijvende wortelstokken van de gele plomp zijn de stille getuigen van hun aanwezigheid.
Schuitwater ligt ten westen van Arcen (LI).
Het gebied is 313 hectare groot.
Schuitwater is het hele jaar toegankelijk op wegen en paden tussen zonsopgang en zonsondergang. Kijk voor de toegangsregels op de borden bij de ingang van het gebied.
Honden aan de lijn zijn welkom.
De paden in het gebied zijn niet verhard en daardoor niet geschikt voor rolstoelgebruikers.
Drie wandelroutes leiden je langs de mooiste plekken. De langste is wandelroute Schuitwaters (9,1 km), die slingert door de beide Schuitwaters, door bossen, over heide en langs schrale graslanden.