Nieuws
De eerste meteorologische lentedag is een feit! Al kan ik me voorstellen dat het voorjaar nog niet bij iedereen in de bol zit. Het oogt immers nog winters in het bos; de bomen zijn nog kaal en er is weinig groen te zien. Er zingen voorzichtig al wel wat vogels, maar die leggen hun ei toch pas in mei? Wie goed kijkt en luistert, weet wel beter. Voor een paar soorten is het broedseizoen al begonnen.
Neem de bosuil. Deze uil broedt opvallend vroeg, soms al eind januari, en kan in maart al jongen hebben. Dat is geen toeval. Bosuilen jagen vooral op muizen en juist in maart en april neemt de muizenactiviteit sterk toe. Door vroeg te starten zijn de jongen groot wanneer het voedselaanbod piekt. Dat vergroot hun overlevingskansen aanzienlijk.
Bosuilen zijn standvogels; ze blijven het hele jaar in hetzelfde territorium. Midden in de winter beginnen ze al met baltsen en nestvoorbereiding. Ze bouwen geen eigen nest, maar gebruiken boomholtes of nestkasten. Alles is er al, ze hoeven het alleen te betrekken. Door zo vroeg te broeden, zijn ze andere holenbroeders zoals spechten en kauwen voor.
Ook de grote lijster laat zich al even horen. Op heldere ochtenden klinkt zijn krachtige, wat melancholische zang ver over het nog open landschap. De grote lijster is onze grootste lijstersoort en een echte vroege zanger. Vaak kiest hij de top van een hoge boom als zangpost, zodat zijn stem ver draagt. Zijn zang bestaat uit duidelijke, herhaalde fluittonen, met korte pauzes ertussen. Zelfs bij fris weer of een late winterse bui houdt hij vol, om zo alvast de beste plek te bezetten.