Nieuws

1156 Keer bukken voor een schonere natuur

  • 20 maart 2026

Auteur

Kees Jan Westra

Boswachter

Komende zaterdag, 21 maart, is het Landelijke Opschoondag: een moment waarop in heel Nederland vrijwilligers de handen uit de mouwen steken om zwerfafval op te ruimen. Maar wat als opruimen geen eenmalige actie is, maar een jaar lang doorgaat? Buurtbewoonster Hermien Fiselier besloot een jaar lang alles wat ze tijdens haar wandelingen vanaf het pad kon meenemen, ook daadwerkelijk op te rapen én bij te houden wat ze vond.

Zwerfafval vormt probleem in natuurgebieden

1156 stuks afval

Een jaar later stond de teller op 1156 stuks afval. Verdeeld over 67 wandelingen. Een getal dat laat zien dat het hier niet om een incident gaat, maar om een terugkerend probleem. En niet alleen in het Springendal. In natuurgebieden door heel Nederland ligt zwerfafval.

Klein afval, grote gevolgen

Een zakdoekje lijkt onschuldig. Een snoeppapiertje ook. Een sigarettenpeuk is klein genoeg om bijna niet op te vallen. Maar juist dat kleine afval heeft grote gevolgen. Plastic breekt niet echt af; het valt uiteen in steeds kleinere deeltjes: microplastics. Die deeltjes komen in de bodem terecht, spoelen via regenwater naar beken en sloten en kunnen uiteindelijk in het voedselweb belanden.

Bodemorganismen nemen ze op, kleine dieren eten die weer, en zo verspreiden de deeltjes zich verder. Wat begint als een plastic zakje langs het pad, kan eindigen in een ecosysteem dat langdurig vervuild raakt. Grotere stukken plastic vormen een ander risico. Dieren kunnen erin verstrikt raken. Denk aan vogels die met hun poten vast komen te zitten in touw of lint, of kleine zoogdieren die klem raken in verpakkingsmateriaal.

Ook het opeten van afval is een reëel probleem. Dieren verwarren plastic met voedsel of pikken restjes uit verpakkingen. Dat kan leiden tot verstopping van het spijsverteringskanaal, verhongering of vergiftiging. Sigarettenpeuken bevatten bovendien schadelijke stoffen die vrijkomen in bodem en water. En dan zijn er nog de gevulde hondenpoepzakjes. Hoewel goed bedoeld, vormen ze een extra plastic belasting wanneer ze worden achtergelaten. Een dichtgeknoopt zakje vergaat niet snel en blijft jarenlang zichtbaar aanwezig in het landschap.

Waarom dan geen afvalbakken?

Een begrijpelijke vraag is: waarom staan er in natuurgebieden niet gewoon overal afvalbakken? Staatsbosbeheer kiest er in veel gebieden bewust voor om geen afvalbakken te plaatsen. Het legen ervan in uitgestrekte natuurgebieden is kostbaar en kost veel tijd. Bovendien zorgen volle bakken vaak voor extra rommel ernaast. Afval trekt ook dieren aan, waardoor hun natuurlijke gedrag verandert en ongewenste situaties kunnen ontstaan. De kern van het beleid is simpel: natuur is geen recreatiepark met schoonmaakdienst. Het uitgangspunt is dat bezoekers hun afval weer mee naar huis nemen.

Meer dan een rommelig gezicht

Zwerfafval is niet alleen ontsierend, het tast de kwaliteit van bodem, water en leefomgeving aan. Het beïnvloedt dieren, planten en uiteindelijk ook onze eigen natuurbeleving.Wat Hermien met haar onderzoek zichtbaar maakte, is vooral dit: het probleem zit niet in één grote vervuiler, maar in talloze kleine momenten van achteloosheid. Een verpakking die “even” wordt losgelaten. Een peuk die gedachteloos wordt weggegooid. Een zakdoekje dat wordt achtergelaten omdat het “toch wel vergaat”.

Een kleine moeite

De oplossing is eigenlijk verrassend eenvoudig. Wat je meeneemt het bos in, kun je ook weer meenemen naar buiten. Een lege verpakking weegt minder dan een volle. Een gebruikt zakdoekje past nog steeds in je jaszak. Misschien hoeven we dan niet allemaal 1156 keer per jaar te bukken.

Onze natuur, of dat nu het Springendal is of welk ander gebied dan ook, verdient beter.


Hondenpoepzakjes zijn soms biologisch afbreekbaar, maar horen niet in de natuur
Over de auteur
Boswachter Kees-Jan Westra
Kees Jan Westra Boswachter
Hooidijk 64
7662 PB Hezingen
k.westra@staatsbosbeheer.nl 06–23868611
 
Meer over dit onderwerp