Nieuws
Wie de laatste tijd door het Springendal wandelt, heeft ze misschien al gezien: houten rasters die op verschillende plekken in het bos staan. Ze vallen nu nog behoorlijk op in het landschap. Toch staan ze er met een belangrijke reden. De rasters beschermen jonge bomen tegen vraat door wild, vooral door reeën. Zo krijgen jonge bomen de kans om op te groeien tot mooie volwassen bomen.
In delen van het Springendal groeit nieuw bos vanzelf. Jonge bomen komen spontaan op, dit noemen we natuurlijke verjonging. Op andere plekken worden ook nieuwe bomen aangeplant om het bos te versterken. In de eerste jaren zijn jonge bomen erg kwetsbaar. Reeën eten graag de knoppen, bladeren en jonge scheuten van bomen. Wanneer jonge bomen steeds opnieuw worden aangevreten, groeien ze slecht of sterven ze uiteindelijk af. Omdat reeën vooral jonge loofbomen eten, krijgen sommige boomsoorten minder kans om op te groeien. Dat kan invloed hebben op de variatie in het bos.
Reeën zijn een natuurlijke en waardevolle soort in het Twentse landschap. Ze leven graag in gebieden met bos, struiken en open plekken. Dat betekent dat juist jonge bomen aantrekkelijk voedsel zijn voor reeën, waardoor ze vaak worden aangevreten voordat ze de kans krijgen om groot te worden. In het voorjaar schuren reebokken ook met hun gewei langs jonge bomen. Dat gedrag wordt vegen genoemd. Tijdens de groei zit er een zachte huid om het gewei. Door langs takken en stammen te schuren verwijderen bokken deze bast en maken ze hun gewei schoon. Tegelijk laten ze geursporen achter om hun territorium te markeren. Jonge bomen kunnen hierdoor beschadigen.
Om jonge bomen een goede start te geven, worden ze soms beschermd tegen vraat. Dat kan op verschillende manieren: Soms worden individuele bomen beschermd, bijvoorbeeld met een boomkoker of een spiraal rond de stam. Ook kunnen natuurlijke afweermiddelen worden gebruikt die dieren ontmoedigen om van jonge bomen te eten. Op plekken waar veel jonge bomen tegelijk opkomen, kan het praktischer zijn om een grotere groep bomen te beschermen met een raster. In het Springendal is op een aantal plekken nu voor deze oplossing gekozen.
Rasters om jonge bomen te beschermen worden vaak gemaakt van gaasdraad. In het Springendal is bewust gekozen voor houten rasters. Hout past beter bij de natuurlijke uitstraling van het gebied. Hoewel de rasters nu nog opvallen, zullen ze na verloop van tijd meer opgaan in het bos. Daarnaast kiest Staatsbosbeheer waar mogelijk voor oplossingen met natuurlijke materialen. Door hout te gebruiken voorkomen we dat kunststoffen of andere materialen in het milieu achterblijven. Houten rasters zijn bovendien relatief eenvoudig te plaatsen en later weer te verwijderen of te hergebruiken.
De rasters zijn een tijdelijke maatregel. Naarmate de bomen groeien, worden ze minder zichtbaar. Uiteindelijk kunnen de rasters worden verwijderd of verdwijnen ze vanzelf doordat het hout langzaam wegrot. Met deze bescherming krijgen jonge bomen de kans om uit te groeien tot een gevarieerd bos met veel verschillende soorten.