Nieuws
De grote schaatsenrijder is nu volop te zien in sloten en plassen van het Bentwoud, niet één maar wel met honderden tegelijk scheren deze insecten over het wateroppervlak opzoek naar prooien en partners.
De grote schaatsenrijder is een waterwants uit de familie van de schaatsenrijders. In Nederland komen maar liefst negen soorten schaatsenrijders voor. Dit insect staat bekend om zijn vermogen om met hoge snelheid over het wateroppervlak te schaatsen zonder te zinken. Dat lukt dankzij duizenden kleine waterafstotende haartjes op de poten.
Met hun langwerpige zwarte lijf en opvallende gele zijstrepen zijn het echte blikvangers. De grote schaatsenrijder kan een lengte bereiken van 13,5 tot 16 millimeter en is een fanatieke rover.
Wanneer een insect in het water valt of vlak onder het oppervlak beweegt, ontstaan er trillingen in het water. Die worden door de schaatsenrijder via zijn poten waargenomen. Vervolgens schiet hij met een snelheid tot wel anderhalve meter per seconde naar de bron van de verstoring. Eenmaal aangekomen grijpt hij de prooi met zijn voorpoten vast. Met zijn scherpe zuigsnuit prikt hij door het pantser van het slachtoffer, injecteert verteringssappen en zuigt vervolgens de inhoud op.
In het voorjaar zet het vrouwtje haar eitjes af net onder het wateroppervlak. Ze plakt ze vast aan waterplanten, drijvende bladeren of stenen. Afhankelijk van de watertemperatuur komen de eitjes na één tot drie weken uit.
De pasgeboren nimf lijkt op een miniatuurversie van de ouderdieren, maar heeft nog geen vleugels. Die verschijnen pas na de vijfde vervelling. De jonge nimfen leven direct op het wateroppervlak en jagen op dezelfde manier als hun ouders. Hun prooien zijn alleen een stuk kleiner.
Na de vijfde vervelling is de schaatsenrijder volwassen en geslachtsrijp. Van deze soort leven jaarlijks twee generaties.
De eitjes die in het voorjaar worden gelegd, groeien uit tot volwassen dieren in juni en juli. Deze generatie plant zich voort en sterft daarna.
De eitjes van de zomergeneratie ontwikkelen zich later in de zomer. Deze schaatsenrijders planten zich datzelfde jaar nog niet voort, maar bereiden zich eerst voor op de winter. Daarvoor verlaten ze het water en zoeken ze een droge, beschutte plek op, bijvoorbeeld tussen afgevallen bladeren, mos of oeverplanten. In maart en april worden ze weer actief en keren ze terug naar het water, waarna de cyclus opnieuw begint.
De grote schaatsenrijder is zelf ook niet veilig. Van verschillende kanten liggen er roofdieren op de loer.
Grote oeverspinnen jagen regelmatig op schaatsenrijders. Net als hun prooi kunnen deze spinnen zich over het wateroppervlak verplaatsen.
Ook onder water dreigt gevaar. Vissen zoals de snoek liggen verscholen in de diepte en schieten omhoog wanneer er een schaatsenrijder binnen bereik komt. Daarnaast jagen ook andere waterinsecten, zoals de waterschorpioen en het bootsmannetje, op de grote schaatsenrijder. En ja, soms eten schaatsenrijders zelfs elkaar op.
Boven het water zijn ze eveneens niet veilig. Watervogels, zoals eenden, reigers en andere oevervogels, pakken regelmatig een schaatsenrijder van het wateroppervlak. Zo blijkt maar weer: een leven op het water lijkt misschien ontspannen, maar voor de grote schaatsenrijder is het elke dag opletten geblazen. Toch zijn deze snelle jagers een prachtig gezicht in de sloten en plassen van het Bentwoud. Kijk maar eens goed naar het wateroppervlak tijdens je volgende wandeling. Grote kans dat je er eentje voorbij ziet schaatsen.