Nieuws
Ze staan er weer: de pinksterbloemen in het Bentwoud. En dan denk je al snel: hé, maar het is toch helemaal nog geen Pinksteren? Dat klopt. Ondanks hun naam bloeien deze opvallende bloemen vaak al rond Pasen. De herkomst van de naam is niet helemaal zeker. Misschien verwijst hij naar Pinksteren, maar er is ook een andere theorie: ‘pinken’ – kalveren – die in deze periode de wei in gaan, precies wanneer de plant begint te bloeien.
De pinksterbloem is de belangrijkste waardplant voor het oranjetipje maar komt ook op de look zonder look. Buiten dat de planten voorzien in de voedselbehoeften van deze vlinder en andere insecten, is het ook een belangrijke plant voor ei afzet. In het voorjaar, tussen april en juni, legt het oranjetipje merendeels één oranje eitje op deze plant. Nadat de rups uit het eitje gekomen is, biedt één pinksterbloem voldoende voedsel voor de ontwikkeling van de rups. Lees ook: Bentwoudbewoner: het oranjetipje.
Pinksterbloemen komen voor in vochtige weilanden of bermen. De planten worden tussen de vijftien en vijftig centimeter hoog. In bijzonder natte weilanden kan zich een bijna sprookjesachtig verschijnsel voordoen: blaadjes van de pinksterbloem die de grond raken, kunnen wortels vormen. Zo kan de plant zich niet alleen via zaad, maar ook op deze manier verder verspreiden.
De pinksterbloem staat symbool voor vreugde, een nieuw begin en de ontluikende natuur in het vroege voorjaar. Ook werden pinksterbloemen vroeger gebruikt in oude Germaanse tradities, waarbij de bloemen werden gebruikt om een meisje als bruid te versieren. Dit symboliseerde de overwinning van de lente op de winter, vruchtbaarheid, hoop op een goede oogst en het vieren van de zon.