Nieuws
Kijkend vanaf de Oostvaardersdijk naar het westelijke deel van het moerasgebied in de Oostvaardersplassen zie je overal grote witte vogels in het water, op zoek naar voedsel. Er is een verrekijker voor nodig om te kunnen zien of het grote (en soms ook kleine) zilverreigers of lepelaars zijn. De grote zilverreigers staan wat meer verspreid langs de randen van het water. De lepelaars zitten vaker in groepen op slibeilanden of zijn juist actief aan het foerageren midden in het water.
De grootste plas van de Oostvaardersplassen, de Grote Plas, was een paar jaar verdwenen. De oorzaak: er was een moerasreset nodig om de rietvegetatie te herstellen. Door de stuw open te zetten en het water weg te laten stromen, werd het waterpeil in dit deel van het moeras tijdelijk verlaagd. Het riet kon zich op de drooggevallen kleibodem weer ontwikkelen en uitbreiden. Na vijf jaar van droogval en ruim 600 hectare aan nieuwe rietvegetatie is in oktober 2025 de stuw weer dichtgezet en wordt het regenwater opnieuw vastgehouden. We zien nu weer iets van de Grote Plas terugkeren: een schier eindeloze, ondiepe waterpartij waarin op sommige plekken nog wat vegetatie boven het wateroppervlak uit piept.
Dit zijn nu juist de omstandigheden waarin lepelaars en grote zilverreigers goed gedijen. Dat is natuurlijk precies waar het bij de moerasreset om te doen was: het terugbrengen van nieuw leven in het gebied. Dat geldt voor het onderwaterleven en daarmee ook voor alles wat daarvan profiteert. Het feit dat er nu zoveel vogels in en om de waterplas naar voedsel zoeken, geeft aan dat het onder water vol leven zit. Of het daarbij gaat om grote waterinsecten of kleine vissen moet nog onderzocht worden, maar dat het gebied aantrekkelijk is voor reigerachtigen moge duidelijk zijn.
Een moerasreset zoals we die de afgelopen jaren in de Oostvaardersplassen hebben uitgevoerd, vond ook al plaats aan het einde van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. Een aantal wetenschappers die bij die eerdere moerasreset betrokken waren, doet nog altijd onderzoek in het gebied. Zij voorspelden al een toename van het aantal reigerachtigen, zoals de roerdomp, lepelaar, kleine zilverreiger en grote zilverreiger, bij een stijgend waterpeil waarin kleine vissen en insecten gedijen. Ook werd een toename van het aantal baardmannetjes verwacht, omdat zij profiteren van de overgangszones tussen het jonge riet en het open water.
Waar het in mei nog wat tegenviel wat betreft de aantallen baardmannetjes, zijn ze nu overal in de rietkragen langs de Grote Plas te horen. Oudervogels met jongen zoeken in de open rietvegetatie op de slibbige bodem naar insecten en laten tijdens hun vluchten het kenmerkende ‘ping-ping’-geluid horen.
Hoewel het natuurlijk allemaal nog pril is en misschien slechts een momentopname, is het nu al een feest om even langs de Oostvaardersdijk te staan. Kijken, luisteren en genieten van dit vogelgeweld. Daarnaast ben ik nieuwsgierig naar wat deze vogels eten en hoe ze weten dat hier iets te halen valt. Hoe werkt die onderlinge communicatie? En wat kunnen wij als beheerders doen om het gebied aantrekkelijk te houden voor dit rijke vogelleven? Gelukkig zijn er bevlogen onderzoekers in ons nationaal park bezig om veel van deze vragen te beantwoorden.