Op zoek naar de gemeenschappelijke deler
Natuurlijk moest in de haven ook iets met donkerte gebeuren. Het Nationaal Park Lauwersmeer was al zo lang bezig met donkerte. ‘We waren er ook al eens op aangesproken, maar het kwam er gewoon nog niet van.’ Tot de universiteit aanklopte met een leuk internationaal project: ‘We willen graag dat jullie meedoen.’
Dat was het moment. ‘Doen in plaats van erover te lullen.’ Een duidelijke werkwijze: in gesprek gaan, een plan maken, financiering regelen en aan de slag. Altijd vanuit een hart voor het gemeenschappelijk belang: ‘Iets moois en iets goeds doen met mensen samen.’
Eerst verkennen: wat is het belang van de universiteit? En van de haven? ‘Wat is het belang voor de gemeente?’ Wat vinden de ondernemers er eigenlijk van? En als je dat op een rijtje zet, ontstaat er een gemeenschappelijke deler: ‘iets van waarde, iets wat van ons allemaal is.’
Eerst zien, dan begrijpen
Eerst was de vraag: ‘Waar hebben we het eigenlijk over?’ Wat is er aan kunstlicht? Wat doet dat? En is dat zinvol of niet? Zo werd Piet – lichtdeskundige – op pad gestuurd. Hij fotografeerde in de haven alles wat met licht te maken had: lantaarnpalen, schijnwerpers, gebouwenverlichting.
Tijdens een bijeenkomst presenteerde Piet zijn foto’s aan de bedrijven en overheden op Lauwersoog. ‘Haha, dat is jouw reclameverlichting.’ ‘Haha, kijk, jouw schijnwerper.’ Felverlichte dijken en gevels, lantaarnpalen die het hele terrein beschijnen om vier uur ’s nachts. Langzaam wordt het stil. De onuitgesproken gedachte: Doen wij dit echt? Waarom? Grote schijnwerpers verlichten een kade waar geen boot te bekennen is. De gevel van de gesloten vishandel schijnt zijn naam naar een uitgestorven omgeving. ‘Na een halfuur was het echt doodstil.’
Dan staat er één ondernemer op, een flamboyante man: bij hem is het links of rechts, zwart of wit. Dus de havendirecteur en ik kijken elkaar aan en denken: benieuwd wat hij gaat zeggen. ‘Jongens, dit kan helemaal niet’, klinkt het. ‘Wij zitten de boel hier te verpesten.’ Uit de zaal komt bijval. ‘Ik vroeg: heeft hij hier een punt? Moeten we hier iets aan doen?’ – ‘Dat lijkt ons wel duidelijk, ja.’ Nou, dan is bij deze het Masterplan Donkerte geboren: de lichtuitstoot in de haven van Lauwersoog binnen drie jaar met 50% verminderen.
Opeens verscheen de Melkweg
In oktober werd de Nacht van de Nacht georganiseerd. ‘We vroegen of het tussen half negen en half tien een uur zo donker mogelijk kon zijn.’ Iedereen deed mee: Rijkswaterstaat, Wagenborg, de bedrijven. Rijkswaterstaat had zelfs een WhatsApp-groep met negen man om alle lichten uit te doen.
Daar stonden we op de kade. Tussen de buien door was de lucht net opgeklaard, toen op hetzelfde moment alle lichten uitgingen. ‘We keken naar boven en zagen de Melkweg! Mensen gingen helemaal uit hun dak. Ik keek omhoog en dacht: oké. Nu snap ik het. De directrice van Wagenborg zei ook: ‘We werden wel even wakker geschud die nacht.’
En die donkerte is niet alleen mooi voor de sterrenhemel. Voor bijvoorbeeld trekvogels, vleermuizen en nachtvlinders is duisternis essentieel: lichtvervuiling verstoort hun navigatie, jaaggedrag en voortplanting. Door de haven donkerder te maken, helpen we deze dieren en beschermen we de natuurwaarden van het Dark Sky Park.
Niet de opgeheven vinger, maar de uitgestoken hand
Het werkt niet om met je vingertje te zwaaien. Wat wél werkt, is laten zien en het gesprek aangaan. Op het moment dat je in gesprek bent, kun je samen tot iets nieuws komen. ‘Liefdevol je hand uitsteken: donkerte is mooi, zullen we er samen wat aan doen?’
Werken vanuit vertrouwen dat mensen het goede willen. ‘Hier en daar is er een angsthaas, maar ga je je daardoor laten leiden?’ Liever vasthouden aan het idee dat mensen in principe het goede willen en ze daar de ruimte voor geven. ‘Pak elkaars hand vast, dan gaan we mooie dingen doen – en er is niemand die ons tegenhoudt.’
Dat is ook hoe het hier werkt. Er is geen wet die het voorschrijft, geen verplichting – en toch lukt het. Omdat mensen het zien, het begrijpen en er dan samen iets aan willen doen. ‘De mensen maken het verschil.’