Nieuws
In de Ter Apelerbossen staan bomen waar ik als boswachter van hou. Grote douglassen, oude lanen en markante bomen die het bos al jarenlang karakter geven. Toch maken we de komende jaren keuzes die soms best lastig zijn. Want we willen werken aan een natuurlijker en toekomstbestendig bos.
Het hele jaar door werken wij in onze bossen. We maaien regelmatig de paden en snoeien bosranden. Eens in de zes jaar voeren we grotere werkzaamheden uit, zoals broedvogels inventariseren en dunningen. Voordat we daarmee beginnen, maken onze bosbeheerder en bosadviseur een plan. De basis daarvoor is de bosvisie. Daarin staat hoe we met onze bossen omgaan en waar we naartoe willen. Dat plan bespreken we uitgebreid met het beheerteam. En geloof me: daarbij voeren we stevige discussies met elkaar. Want de keuzes die we maken zijn niet altijd makkelijk. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een sterk, natuurlijk en toekomstbestendig bos.
De Ter Apelerbossen zijn natuurbossen. Dat betekent dat natuur hier op de eerste plaats staat. Dat is anders dan bijvoorbeeld in de Sellingerbossen. Dat zijn multifunctionele bossen en daar komen natuur, recreatie en houtproductie samen. In de Ter Apelerbossen streven we naar een zo natuurlijk mogelijk bos, met boomsoorten die hier van oorsprong thuishoren. Denk aan inlandse eik, beuk, berk, linde en grove den. Maar als we nu door de bossen lopen, zien we ook veel soorten die hier oorspronkelijk niet vandaan komen, zoals Amerikaanse eik, douglas en lariks. Daar gaan we de komende jaren stap voor stap iets aan doen.
De Ter Apelerbossen bestaan uit verschillende bosgebieden, zoals het Roelagerbos, Tempelbos en Het Schot. In veel van die bossen gaan we aan het werk. De eerste stap is het markeren van bomen. Daar beginnen we de komende weken mee. Bomen die we willen behouden en extra ruimte willen geven om uit te groeien, krijgen een kleur. Andere bomen markeren we juist omdat we ze later weghalen. Dat noemen we blessen: bomen krijgen stippen. Door de markeringen wordt duidelijk welke bomen de toekomst van het bos vormen en welke bomen daarvoor ruimte moeten maken. Dit jaar wordt er nog niet gezaagd. Dat gebeurt pas in 2027.
Bij alle werkzaamheden kijken we ook naar boomveiligheid. Bezoekers moeten veilig door het bos kunnen wandelen en fietsen. Daarom controleren we bomen langs wegen en paden extra goed. Soms halen we zulke bomen helemaal weg. Als het kan, verwijderen we alleen de kroon. De boom kan dan langzaam afsterven en blijft ondertussen waardevol voor insecten, vogels en andere dieren.
In deze bossen staan veel douglassen. Hier gaan we werken met schermkap. Dat betekent dat we oude bomen in fases weghalen, terwijl er een deel van de volwassen bomen blijft staan als scherm. Zo beschermen ze vervolgens de jonge aanplant.
We verwijderen ongeveer 30 tot 40 procent van de douglassen. Daaronder planten we andere boomsoorten aan en maken we ruimte voor natuurlijke verjonging. We halen dus niet alle douglassen weg. Ook verwijderen we jonge opslag van douglas en lariks, zodat die niet opnieuw uitgroeien tot grote bomen. Op sommige van die plekken planten we nieuwe bomen terug.
In delen van het bos groeit veel adelaarsvaren. Daar gaan we grotere jonge bomen planten dan we normaal doen, zodat ze al boven de varens uitkomen. We denken dat grotere bomen meer kans hebben om goed door te groeien omdat ze minder concurrentie hebben van de varens.