Nieuws
Het is een zeldzame gast in het Ulvenhoutse Bos: knikkend nagelkruid. Boswachter Wilko deelt zijn aanpak om één van de meest bijzondere wilde planten van Nederland te beschermen. Door de groeiplaats te versterken, kan de populatie zich in de toekomst uitbreiden.
Diep in het Ulvenhoutse bos groeit een plant die de meeste wandelaars zonder blikken of blozen voorbijlopen. Toch is het knikkend nagelkruid allesbehalve gewoon. De plant staat op de Rode Lijst als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen en groeit nog maar op vier plekken in Nederland: twee in Noord-Brabant en twee in Gelderland. Deze resterende populaties zijn sterk geïsoleerd geraakt, waardoor natuurlijke uitwisseling van pollen en zaden niet meer mogelijk is. De urgentie om deze kleine groep planten te behouden, is dus groot.
Het is een vraag die boswachter Wilko vaak krijgt, en eerlijk is eerlijk: hij moet er altijd even om lachen. "Goede vraag. Ik snap dat veel mensen het verschil niet kennen. Het gaat namelijk om dezelfde soorten (Geum rivale), maar er is een belangrijk verschil in genetica en ecologische waarde." Wat maakt de wilde plant zo bijzonder, vergeleken met zijn tuincentrumneef? De wilde plant draagt het oorspronkelijke genenpakket van zijn voorouders in dat specifieke beekdallandschap. Dat is onvervangbaar en noemen we 'genetische authenticiteit'. Daarnaast is het knikkend nagelkruid is een kensoort voor het vogelkers-essenbos. Groeit de plant er, dan is dat het signaal dat hier een zeldzaam bostype aanwezig is. Met een heel eigen gemeenschap van andere planten, schimmels en insecten.
Wat maakt dat ene plantje nou uit? “Het eerlijke antwoord is: op zichzelf, misschien niet zoveel,” vertelt Wilko. “Maar het knikkend nagelkruid is geen losstaand plantje, het is een graadmeter. Waar deze soort groeit, gedijt een heel netwerk van andere organismen: specifieke schimmels die samenwerken met de wortels, insecten die ervan afhankelijk zijn, vogels die die insecten eten. Verdwijnt de plant, dan verdwijnt ook een stukje van dat netwerk. En hoe meer soorten uit zo’n netwerk wegvallen, hoe kwetsbaarder het geheel wordt.”
Een bos met weinig soorten is als een gebouw met te weinig draagbalken: het staat nog, maar eén stevige storm kan genoeg zijn. Biodiversiteit is dus geen luxe of sentiment. Het is de veerkracht van een ecosysteem. Bovendien staat het knikkend nagelkruid in Nederland aan de rand van zijn verspreidingsgebied. De vier resterende populaties zijn de laatste schakels. Als die wegvallen, is er geen weg terug. Juist daarom is het zo belangrijk dat de populatie in het Ulvenhoutse bos uitgroeit tot een robuuste, zelfstandige gemeenschap. Groot genoeg om schommelingen in het weer, ziektes of een slechte zomer te doorstaan zonder meteen op het randje van uitsterven te balanceren.
Nu we weten hoe bijzonder het knikkend nagelkruid is, rijst de vraag: hoe zorg je er dan voor? De omstandigheden waaronder de plant groeit, zijn namelijk niet optimaal. Samen met andere partners werkt Staatsbosbeheer aan verbetering van die omstandigheden. En in de tussentijd geven we de plant wat extra aandacht. Boswachter Wilko: "Om ervoor te zorgen dat deze populatie blijft en groeit, helpen we hem een handje. Dat doe ik door de plant vrij te maken van andere begroeiing. Rondom haal ik gras en andere planten weg. Zo blijft er een ruime cirkel vrij voor het nagelkruid om zich uit te breiden."
Het lijkt wat op kleinschalig tuinieren, maar Wilko is er eerlijk over dat dit eigenlijk niet de bedoeling is. "Als het bos gezond en robuust zou zijn, zou het knikkend nagelkruid hier volop te vinden zijn. Dan breidt hij zich vanzelf uit en hoeven wij daar niks aan te doen. Tot die tijd blijven we hem iets meer vertroetelen. In de hoop dat het op termijn niet meer nodig is."
Wilko weet ook: een gezonde toekomst voor het knikkend nagelkruid bereik je niet met vrijmaken alleen. “Om het knikkend nagelkruid écht een kans te geven, is meer nodig.” Eén van de voorwaarden is water. Het Ulvenhoutse bos dankt zijn bijzondere karakter voor een groot deel aan kwel: grondwater dat vanuit hogere zandgronden door de bodem sijpelt. Dat kwelwater is schoon en rijk aan mineralen; ideaal voor het knikkend nagelkruid. Maar door drainage, grondwaterwinning en veranderd landgebruik in de omgeving is die kweldruk afgelopen decennia sterk afgenomen. Samen met de andere partners werkt Staatsbosbeheer aan herstel van die hydrologie: water langer vasthouden in het bos, drainagesloten verondiepen en de omstandigheden creëren waaronder kwel weer zijn werk kan doen. Daarnaast wordt er actief gewerkt aan de kwaliteit van de groeiplaatsen zelf. Minder vertrapping door honden en recreanten, minder aanvoer van stikstof uit de omgeving, en botanisch bermbeheer langs de bosranden. Zo zijn ook de plekken waar het nagelkruid zou kúnnen groeien, er straks klaar voor.
Dat is misschien wel de mooiste samenvatting van goed natuurbeheer: werken aan een toekomst waarin de natuur zichzelf weer kan redden.