Nieuws
Wat voor mij altijd onlosmakelijk bij de Westerschelde hoort, is de geur: zilt, fris en herkenbaar. Maar toen ik afgelopen dinsdag aankwam, was die verdwenen. In plaats daarvan hing er een duidelijke geur van chemische olie. Dat maakte de recente olieverontreiniging aan de Zeeuwse kust gelijk heel concreet, ook al was die nog niet overal even zichtbaar.
Eind vorige week kwam het bericht van een olielek in de haven van Antwerpen. Wat begon als een incident in België, werd al snel een groot grensoverschrijdend probleem. In het weekend kwamen de eerste meldingen van vervuiling in natuurgebieden in België en net over de grens in Nederland. Op zondag bereikte de olie ook de noordkant van de Westerschelde, onder andere de schorren en slikken van Bath en Waarde, beheerd door Staatsbosbeheer. Op zondag werd daar nog dikke oliedrab aangetroffen. Op maandag was die op veel plekken minder en lag er in plaats daarvan een melkachtige, soms regenboogkleurige waas die wijdverspreid aanwezig was in het water en op de slikken.
Gisteren zijn er nog olieresten opgeruimd langs de slikken bij Bath. Het ging vooral om besmeurd veek: aanspoelsels langs de hoogwaterlijn. Op meerdere plekken blijft het getij olieresten afzetten in het gebied.
Ik ben opgegroeid aan de Westerschelde, op nog geen vijf minuten lopen van de zeedijk. Wat zo gewoon leek, het getij, de slikken en de vogels, is een bijzonder en kwetsbaar ecosysteem. Een estuarium van internationaal belang, waar jaarlijks grote aantallen vogels passeren of broeden. Toch valt dat niet altijd op. Wat je vooral ziet zijn de grote schepen en de industrie. Dat dit een Natura 2000-gebied is, is soms moeilijk te geloven. De menselijke invloed is al lang aanwezig: chemische vervuiling, plastic, PFAS en vaargeulverdieping. Eerder waren er al inpolderingen en harde zeeweringen. Wat er nog over is van schorren en slikken vraagt om zorg en bescherming.
Micro-organismen, bodemdieren en planten vormen de basis van het ecosysteem. Wanneer die worden aangetast, werkt dat door in de hele voedselketen. De Westerschelde is cruciaal voor zeer veel trekvogels en steltlopers. Juist nu, in een periode van trek en broed, is het gebied belangrijk en zijn vogels extra kwetsbaar. Ze komen in dit systeem voortdurend in contact met bodem en water. Olie kan zich hechten aan veren, met verlies van isolatie en vliegvermogen tot gevolg, én ze krijgen olie via hun voedsel binnen. Dit kan direct gevolgen hebben voor hun conditie, overleving en voortplantingskansen.
Hoewel wij nog relatief weinig besmeurde vogels in onze terreinen zien, betekent dat niet dat er geen impact is. Op verschillende plekken in de Westerschelde zijn inmiddels enkele honderden met olie besmeurde vogels gezien. Het gaat om onder andere scholeksters, groenpootruiter en wilde eend. De effecten hiervan op de langere termijn zijn nog onbekend. De olie kan ook als dunne film aan hun veren kleven, met mogelijke langetermijneffecten die nog onbekend zijn.
De gevolgen zijn nog grotendeels onzichtbaar, maar de zorg is groot. De olie is moeilijk te traceren in het water en komt in contact met alles wat daarvan afhankelijk is. Het is de volgende opstapeling van vervuiling in een kwetsbaar ecosysteem. De Westerschelde is de laatste nog open zeearm van onze delta: een Europees beschermd gebied met Natura-2000 status. De komende periode zal moeten uitwijzen wat de gevolgen zijn van deze nieuwe vervuiling. Duidelijk is in ieder geval dat dit niet zal bijdragen aan het behalen van de doelen en waarschijnlijk een verslechtering van een ecosysteem dat al flink onder druk staat.
De samenwerkende organisaties hebben op de website zeelandveilig.nl meer informatie staan over de olievervuiling langs de Westerschelde.