Nieuws

De comeback van een kwetsbare voorjaarsbloeier

  • 29 april 2026
  • Flora en fauna
  • Leestijd 3 minuten

Auteur

Jolijn Meier

Boswachter

Begin april gingen collega’s Amanda Lijnema en Vincent de Lenne samen met vrijwilligers Annie Vos, Els Heijnman en Sheila Luijten van Science4Nature opnieuw het veld in. Hun missie: het tellen van groeiplaatsen van de stengelloze sleutelbloem (Primula vulgaris). Deze bescheiden, maar bijzondere voorjaarsbloeier staat al jaren onder druk en vraagt om zorgvuldige monitoring en bescherming.

Waarom we tellen

De tellingen zijn niet zomaar een jaarlijkse routine, maar vinden plaats tegen de achtergrond van een zorgwekkende ontwikkeling. Drenthe is de enige provincie in Nederland waar nog oorspronkelijke populaties van de stengelloze sleutelbloem in het wild voorkomen. In het Nationaal Park Drentsche Aa zijn nog slechts drie oorspronkelijke groeiplaatsen over.
Om die reden werd het project Sleutel tot succes opgezet: een samenwerking tussen Staatsbosbeheer, de Werkgroep Florakartering Drenthe, de provincie Drenthe en Science4Nature. Met gericht onderzoek, kweek en herintroductie wordt gewerkt aan het herstel van de soort.

Aanpak van het project

In 2012 werd zaad verzameld van de drie overgebleven populaties. Dit zaad werd op twee manieren ingezet:

  • Een deel werd direct uitgezaaid op tien zorgvuldig geselecteerde locaties, om te onderzoeken waar de soort zich succesvol kan vestigen.
  • Het overige zaad werd opgekweekt in de kas van de Universiteit van Amsterdam, waar meer dan 1.000 planten succesvol zijn grootgebracht.

Om de genetische variatie te vergroten en inteelt te voorkomen, zijn deze planten met de hand gekruist. Dit leverde nieuw zaad op, dat in 2014 is gebruikt voor herintroductie op de meest kansrijke locaties.

Zorgvuldig veldwerk

Het tellen gebeurt uiterst zorgvuldig en systematisch. Van elke plant wordt vastgelegd in welk stadium deze zich bevindt: van kiemplant tot volgroeid exemplaar dat op het punt staat te bloeien. Bij bloeiende planten wordt bovendien gekeken naar het type bloem. Sleutelbloemen hebben namelijk twee typen bloemen: ze hebben óf een lange stijl, zodat de stempel bovenin de kroonbuis ligt, en korte meeldraden (langstijlig = pin), óf een korte stijl, en de stempel halverwege de kroonbuis, waarbij de meeldraden bovenin de opening van de kroonbuis zitten (kortstijlig = thrum). Dit is van groot belang voor het voortbestaan van de soort. Alleen wanneer beide aanwezig zijn, kan bestuiving plaatsvinden. Voor de zaadzetting zijn de planten dus niet alleen afhankelijk van voldoende bestuivers, maar ook of er ongeveer evenveel pin en thrum planten aanwezig zijn. Het voortbestaan van deze zeldzame soort is dus een stuk gecompliceerder dan vaak vooraf wordt gedacht.

Alle waarnemingen worden meegenomen in de analyse. Alleen door zo gedetailleerd te werken, kunnen we vaststellen of groeiplaatsen zich uitbreiden en of de populaties zich daadwerkelijk herstellen. Dit soort veldwerk vraagt om veel kennis en ervaring, en wordt gelukkig uitgevoerd door een zeer betrokken en deskundige groep mensen.

Hoopvolle resultaten

De resultaten van het project zijn positief. Op verschillende nieuwe locaties zijn kiemplanten gevonden. Dit wijst erop dat de omstandigheden geschikt zijn en dat herstel mogelijk is. Het uiteindelijke doel is dat de Stengelloze sleutelbloem zich in de toekomst weer zelfstandig kan handhaven, zonder menselijke hulp. Monitoring, zoals de tellingen begin april, blijft daarbij essentieel om de ontwikkeling goed te volgen.

Ik ben er heel blij mee dat dit soort uiterst zeldzame soorten nog in het wild voorkomen en ook nog binnen mijn eigen werkgebied. Daar moeten we ontzettend zuinig op zijn. Door onder andere goed beheer en zorgvuldig onderzoek dragen wij daar actief aan bij.

Over de auteur
Boswachter Jolijn Meier
Jolijn Meier Boswachter
Molensteeg 2
9484 TE Oudemolen
drentscheaa@staatsbosbeheer.nl 0592-231307
 
Meer over dit onderwerp