Nieuws
Vorige week stond ik in boswachterij Chaam met iets in mijn handen wat hier eigenlijk niet thuishoort: een mammoetboom. Een sequoia. Zo’n boom die je kent van foto’s waarop een mens eruitziet als een verdwaalde mier naast een stam.
En daar stond ik dan, in Brabant, met een boomsoort die hier van nature niets te zoeken heeft. Laat ik eerlijk zijn: dat wringt een beetje. We zijn tenslotte ook degenen die invasieve exoten bestrijden. Die Amerikaanse eiken terugdringen en de Japanse duizendknoop te lijf gaan. En nu stoppen we zelf iets uitheems de grond in. Het voelt een beetje als de brandweer die zelf een vuurtje aansteekt.
Toch zit het verschil in hoe en waarom we dit doen. In Chaam planten we zo’n zevenduizend bomen aan, inheems én deels uitheems, als onderdeel van een Europees klimaatproject. Het is geen wilde gok, maar een doordacht experiment. We volgen wat aanslaat, wat groeit en wat afvalt. Want het klimaat verandert, en sommige van onze vertrouwde boomsoorten hebben het nu al zichtbaar moeilijk.
En dat is niet alleen een probleem voor het bos zelf. Bossen zorgen voor schone lucht, slaan CO₂ op, houden water vast bij piekbuien en bieden verkoeling in hete zomers. Ze zijn het leefgebied voor talloze soorten en simpelweg een plek waar mensen tot rust komen. Als dat systeem begint te haperen, merken we dat allemaal.
We weten niet precies hoe de toekomst eruitziet. Wordt het warmer en natter, of juist droger en heter? Krijgen we extremen die we nog niet kennen? En ja, er zijn zelfs serieuze scenario’s waarin het juist flink kouder wordt. De eerlijke conclusie is dat niemand het zeker weet.
Wat we wél weten, is dat niets doen geen optie is. Een bos dat alleen bestaat uit soorten die straks niet meer meekunnen, is geen bos dat toekomst heeft. Dus proberen we nieuwe soorten aan te planten en te monitoren. Met respect voor wat hier hoort, maar ook met oog voor wat er mogelijk nodig gaat zijn.
Die mammoetboom in mijn handen voelde als een vraag: hoe bouwen we een bos dat de toekomst aankan? Hoe gaan we als mens ervoor zorgen dat het klimaat leefbaar blijft?
En als we het goed doen, wandelen onze achterkleinkinderen hier straks gewoon nog rond. Hopelijk langs een zomereik. Misschien langs een beuk. En misschien, heel misschien, langs een boom die wij ooit vreemd vonden. En dan voelt dat ineens helemaal logisch.