Nieuws
De meeste mensen zullen het dier herkennen: De prachtige witte vogel met zijn opvallende snavel. Nu het broedseizoen vanaf 1 maart is begonnen keert ook de lepelaar terug naar het eiland. De voorjaarstrek voor de lepelaar begint eind februari/ begin maart. Vanuit het verre zuiden leggen de dieren honderden kilometers af om op ons eiland te komen broeden. Je vindt ze nu meestal langs ondiepe slootjes opzoek naar stekelbaarsjes en brakwater garnalen.
Toen ik in 1985 kwam werken bij Staatsbosbeheer Texel was ik verbaasd wat ik zag: Wat een aantallen lepelaars! In die tijd waren er drie broedkolonies op het eiland. De kolonies lagen in de Muy, de Geul en de Schorren. De Muy was toen de grootse kolonie op het eiland. In de loop der jaren verschoven de aantallen dieren per gebied. In de Muy namen de aantallen af maar in de Geul namen de broedgevallen toe. Ook kwamen er en nieuwe gebieden bij zoals in het noordelijke deel van de Slufter. De afname en verschuiving van het aantal broedgevallen van de lepelaar heeft met verschillende factoren te maken zoals in het verleden eierenrapers en tegenwoordig verstoring door fotografen, loslopen honden en de aanwezigheid van verwilderde katten in onze natuurgebieden.
Door ringonderzoek hebben we laatste vijftig jaar een beeld gekregen waar de lepelaar verblijft in de winter nadat het dier met de najaarstrek het eiland verlaat. Vogels krijgen kleurringen met een bepaalde codering om de poten waarna aan de andere kant van de wereld kan worden herleidt waar de vogel geringd is. Welke route de dieren precies afleggen was lange tijd nog een raadsel.
Met behulp van nieuwe technieken en ontwikkelingen kunnen we doormiddel van zenderen beter volgen waar de vogel zich bevindt en welke route wordt gevlogen. Met een klein zendertje gevoed door een zonnepaneeltje op de rug van de vogel kunnen we volgen waar de lepelaar zich precies bevindt, waar wordt gestopt om voedsel te vinden en ook of er verandering zijn in de trekroutes bijvoorbeeld bij slecht weer.
De dieren vliegen in september/oktober via de Nederlandse kust richting Saeftinghe, België. Vervolgens vliegen ze via Frankrijk, Spanje en Portugal naar de winterkwartieren in Zuid-Europa. Ongeveer de helft van de dieren vliegen door naar West-Afrika. Dit zijn vooral de oudere vogels.
Misschien is het je opgevallen dat er in de winter steeds meer lepelaars te vinden zijn in verschillende gebieden op het eiland. De lepelaars die we in de winterperiode tegen komen zijn meestal jonge vogels. Dat zie je aan de grijsachtige snavel en zwarte vleugelpunten aan de uiteinden van de vleugels.
Deze jonge vogels hebben geen behoefte om weg trekken naar het zuiden. Waarschijnlijk komt dit door mildere winters. Dit gebeurde vroeger ook weleens maar in mindere mate. Het verblijven op het eiland in de winter heeft zijn risico’s zeker als de vorst optreedt en alle sloten dichtvriezen. Dan is er kans dat de lepelaar geen voedsel kan vinden en het niet overleven.
Nu het broedseizoen is begonnen hopen we dat er weer een hoop witte vogels naar ons eiland komen en op een succesvol broedseizoen.