Nieuws

Biodiversiteit profiteert van verbinding tussen natuur en boerenland

  • 10 maart 2026
  • Biodiversiteit
  • Leestijd 4 minuten

Als het gaat over biodiversiteit denken velen aan grote rijke natuurgebieden, zoals oude bossen. Dat klopt ook. Maar Nederland dankt een groot deel van zijn biodiversiteit juist ook aan cultuurlandschap. De kleinschalige manier waarop boeren eeuwenlang het Nederlandse landschap vormden, zorgde voor een leefgebied van vele soorten planten, insecten, vogels en amfibieën. Het herstellen van die oude houtkanten, poelen en hagen is een stimulans voor die lokale biodiversiteit. Drie boswachters vertellen hoe zij dat in de praktijk brengen.

Een goede verbinding tussen bos en graslanden is voor veel soorten erg belangrijk

In dertig natuurgebieden

Een coalitie van natuur- en landschapsorganisaties verenigd onder de naam Samen voor Biodiversiteit lanceerde in 2022 een plan om het Nederlandse landschap een forse impuls te geven door in het landelijk gebied meer houtkanten, poelen en hagen te herstellen en aan te leggen. Het doel: door een betere verbinding tussen natuur en boerenland de biodiversiteit verbeteren. Het plan zet in om op tien procent van het landelijk gebied die verbinding te herstellen; de zogenaamde groenblauwe dooradering te bevorderen. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft geld beschikbaar gesteld om dit te financieren. Ook Staatsbosbeheer kan hierdoor op eigen grond die groenblauwe verbinding verbeteren. In ongeveer dertig natuurgebieden door het hele land gebeurt dat inmiddels.

Van stroken met dichte struiken en bomen in het Merkske profiteren kleine zangvogels, zoals de grauwe klauwier. (Foto houtkant: Senne Verschraegen)

Veel leven in houtkanten

Ted Overmeer is boswachter in het Noord-Brabantse natuurgebied het Merkske. Met zijn collega’s heeft hij zo’n vijf kilometer aan houtkanten opgeknapt. Houtkanten zijn stroken met dichte struiken en bomen in grasland. Van oudsher werden die gebruikt als landafscheiding, maar ze zijn nog steeds heel belangrijk voor de biodiversiteit. “Aan de hand van een kaart uit 1800 hebben wij de houtkanten weer hersteld. Ze hebben een erg belangrijke rol in het beekdalsysteem: er zit veel leven in en ze zorgen voor afwisseling in het terrein. Er staan veel verschillende bomen en struiken waardoor er op verschillende tijden in het jaar nectar te vinden is. Mooie voorbeelden zijn de wilg en sleedoorn. Die bloeien vroeg in het jaar als er nog weinig nectar te vinden is. Veel hommel- en bijensoorten zijn afhankelijk van deze vroege bloeiers. De sleedoorn is, net als de meidoorn, ook een dichte struik met doorns. Dat is ideaal voor kleine zangvogels, zoals de rietgors of de grauwe klauwier om in te broeden. Ook kleine marterachtigen en knaagdieren hebben veel profijt van houtkanten.

Als je niets aan een houtkant doet, wordt hij te groot waarmee hij zijn waardevolle functie als beschutting voor kleine vogels verliest. Wij zijn blij met dit project omdat we nu in één keer alle houtkanten in dit gebied konden aanpakken. Want het is veel werk om de variatie in een houtkant te behouden. En voor dat werk is niet altijd voldoende geld. Nu kunnen we weer even vooruit. Ook de omgeving is er blij mee, veel mensen herkennen weer het oude cultuurlandschap van vroeger.”

Poelen in de Drentsche Aa maken amfibieën minder kwetsbaar, zoals de zeldzame kamsalamder. (foto kamsalamander: Saxifraga Kees Marijnissen)

Meer poelen goed voor amfibieën

In de Drentsche Aa waar Vincent de Lenne boswachter is, zijn ook veel oude houtwallen versterkt. En in dit gebied is hard gewerkt aan de poelen. “Er liggen zo’n honderdvijftig poelen in de Drentsche Aa. Die zijn vroeger in dit agrarisch cultuurlandschap aangelegd, oorspronkelijk als drinkplaats voor vee. Maar ze spelen ook een grote rol voor de lokale biodiversiteit. Vooral voor kikkers, padden en salamanders, bijvoorbeeld voor de zeldzame kamsalamander die hier leeft. Ook insecten en vogels hebben de poelen nodig. En zoogdieren, zoals de bunzing, die weer leven van amfibieën.

Poelen goed onderhouden is veel werk. Als je niets doet, verlanden ze. Bijvoorbeeld door bladeren in het water worden ze steeds ondieper en groeien uiteindelijk dicht. Nu hebben we ze goed kunnen herstellen. We hebben poelen weer dieper gemaakt, gezorgd voor aflopende oevers en hier en daar een boom weggehaald zodat er minder bladval is en meer zonlicht. Ook hebben we op sommige plekken nieuwe poelen gegraven. Zo ontstaan gevarieerde poelen: als de één droogvalt, staat er in een ander nog genoeg water. En meer poelen betekent dat amfibieën gemakkelijker hun leefgebied kunnen uitbreiden wat hen minder kwetsbaar maakt.”


Gevarieerde hagen bij het Savelsbos zijn goed voor insecten en vogels, maar ook voor kleine zoogdieren zoals de zeldzame eikelmuis. (foto eikelmuis: Saxifraga Mark Zekhuis)

Overgang tussen bos en grasland verzachten

Patrick Kloet is teamleider van het Zuid-Limburgse Staatsbosbeheer-team. “Wij werken in het kader van groenblauwe dooradering aan verschillende projecten. De belangrijkste is die bij het Savelsbos, het laatste oorspronkelijke leefgebied van de eikelmuis. Langs de vijf kilometer lange bosrand, van zuid tot noord, planten we hagen, struiken en fruitbomen om de overgang tussen bos en grasland te verzachten.

Door het vroegere gebruik, benutting van het landschap, is het typische Zuid-Limburgse cultuurlandschap en de daarbij behorende biodiversiteit ontstaan. Dat willen we zo veel mogelijk in ere herstellen. Voor de fruitbomen hebben we gekozen voor soorten die hier vroeger veel groeiden, zoals gronsvelder, eijsdemer, klumpke, sterappel en bakpruim. De hagen bestaan vooral uit meidoorn en in de struiken zit veel variatie: hazelnoot, verschillende soorten bessen, rozen. Allemaal bloeiende soorten die samen met de graslanden in een zo lang mogelijk deel van het jaar nectar geven. Goed voor de insecten en vogels. Kleine zoogdieren, zoals de eikelmuis, profiteren ook van de schuilmogelijkheden. De eikelmuis leeft vooral in de overgangszone tussen grasland en structuurrijke bossen, en heeft dit soort landschapselementen nodig om te schuilen en zich langs te verplaatsen. Hij eet vooral fruit en insecten, dus hierdoor neemt ook zijn voedselaanbod toe.”

Bloedvaten en haarvaten

Patrick noemt dit soort projecten een mooie kans om goede verbindingen aan te leggen in het landschap. “Dit draagt bij aan het natuurnetwerk, waarbij de natuurgebieden de bloedvaten zijn, maar deze landschapselementen de haarvaten. Die verbinding is voor veel soorten erg belangrijk om te overleven. Wij voeren deze projecten op onze eigen terreinen uit, maar omdat er vergelijkbare initiatieven op het aangrenzende agrarische land zijn, ontstaat echt de verbinding.”
Meer over dit onderwerp