Nieuws
Het is koud in de gangen van het Fort bij Rijnauwen. En dat is goed. Hier houden tot wel tweeduizend vleermuizen hun winterslaap. En daarvoor hebben ze een koude, maar vooral stabiele temperatuur nodig. Komend weekend gaan de Zoogdierenvereniging en vrijwilligers ook hier de vleermuizen weer tellen. Staatsbosbeheer-boswachter Tineke Harlaar helpt ze daarbij.
Overwinterende vleermuizen hangen stil en bijna levenloos in hun schuilplaats. Ze zitten diep weggekropen in scheuren van muren of plafonds, of hangen ondersteboven aan het plafond. Soms platgedrukt achter raampjes of met meerdere in een gat. Hun vleugels houden ze strak ingevouwen tegen zich aan. Het lijken kleine, harige pakketjes die afsteken tegen de witte muren of juist bijna niet te zien zijn als ze in een gat zijn gekropen.
Oude gebouwen, zoals forten, zijn geliefde overwinteringsplekken vanwege de vele spleten en kieren die door verzakkingen zijn ontstaan. Ook zorgen forten door hun dikke muren voor een stabiele temperatuur. Tineke vertelt dat vleermuizen kunnen ontwaken uit hun winterslaap als de temperatuur ineens omhoog gaat. “Tijdens hun winterslaap verbruiken vleermuizen nauwelijks energie. Maar als het warmer wordt en ze worden wakker, hebben ze honger. Als dat tijdens de winter gebeurt, zijn er nauwelijks insecten waarmee ze hun vetreserves kunnen aanvullen. Wanneer dat te vaak gebeurt, overleven ze dat niet. Juist daarom zijn ze zo gebaat bij de stabiele kou die oude gebouwen hen bieden, dan blijven ze in winterslaap tot het echt weer lente wordt.”
In Nederland leven achttien soorten vleermuizen, in Fort bij Rijnauwen overwinteren vooral de algemenere soorten zoals de franjestaartvleermuis, de grootoorvleermuis en de watervleermuis. Tineke vertelt dat het relatief goed met deze vleermuizensoorten in Nederland gaat. Vooral met de in ons land overwinterende vleermuizen; in 2024 zijn er ongeveer drie keer zoveel geteld als in 1996. Andere soorten zijn een stuk kwetsbaarder en zelfs bedreigd.
“Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw ging het juist bergafwaarts met vrijwel alle soorten vleermuizen. Hoe dat komt is nooit goed onderzocht, maar het had waarschijnlijk te maken met de verdwijning van verblijfplaatsen, zoals de vermindering van het aantal houtwallen en rommelhoekjes. Ook de achteruitgang van insecten door het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw speelde een rol.”
Sindsdien lijken de aantallen weer toe te nemen. Daar zijn meerdere oorzaken voor. “Bijvoorbeeld dankzij de beschermingsmaatregelen die zijn genomen, maar ook de toename van ouder bos speelt een rol.” Een beschermingsmaatregel is bijvoorbeeld dat vleermuizen tijdens hun winterslaap met rust worden gelaten, ook in Fort bij Rijnauwen. “Enkele gebouwen en ruimten van het fort verhuren wij. Maar de plekken waar vleermuizen overwinteren, verhuren we niet in de winter. We sluiten die delen helemaal af, want dit moeten rustige plekken blijven en licht, warmte en droogte zijn verstorend. Ook de warmte die mensen uitstralen, kunnen al tot een te grote temperatuurtoename zorgen. Daarnaast voegen we ook overwinteringsplekken toe, door constructies van bijvoorbeeld dakpannen op te hangen.”
Een spechtenhol in een oude boom is een prima overwinteringsplek
Ook het ouder wordende bos draagt bij aan de toename van vleermuizen. “Vooral de aanwezigheid van oude en dode bomen. Want die zijn aantrekkelijk voor bijvoorbeeld spechten om een hol in te maken en zo’n hol is een prima overwinteringsplek. Soms hangen we in bossen met vrijwilligers ook vleermuizenkasten op, maar dat is alleen nodig als er onvoldoende bomen met holtes zijn.”
In stedelijke gebieden, is het lastiger het leefgebied aantrekkelijk te houden. “Ze overwinteren bijvoorbeeld in spouwmuren, maar door de isolatie van huizen worden dat soort plekken schaarser. En juist in stedelijk gebied zijn vleermuizen ook nodig. Want ze dragen bij – net als iedere soort – aan het in balans houden van ecosystemen en dus aan het voorkomen van bijvoorbeeld muggenplagen.”