Nieuws
Sinds 2018 werken zeven pachters en Staatsbosbeheer samen aan de pilot Natuurinclusieve landbouw op de Westeresch bij Veele. In deze pilot onderzoeken zij hoe akkerbouw en natuur elkaar kunnen versterken. Een belangrijk onderdeel daarvan is het composteren van natuurmaaisel uit de beekdalen van Staatsbosbeheer. In 2025 is hier extra aandacht aan besteed, met positieve meetresultaten als gevolg.
Het hergebruik van natuurmaaisel als compost draagt bij aan een gesloten kringloop: wat in het natuurgebied wordt gemaaid, krijgt een nieuwe functie als waardevolle grondstof voor de landbouw. In eerdere jaren was de kwaliteit van de compost nog onvoldoende. Daarom is het composteerproces vorig jaar verder verbeterd.
Pachter Harm Kuil is één van de deelnemers aan de pilot. “Dit jaar zetten we vol in op het maken van goede compost. We voegen bacteriemengsels toe aan het gemaaide natuurgras voor de omzetting van gras naar compost. Ook is het gras korter gemaaid en zijn de hopen qua vorm beter opgezet. Daarnaast hebben we de hopen dit jaar tweemaal gekeerd.” Tijdens het composteerproces worden de hopen regelmatig gecontroleerd. “We meten de temperatuur en het vochtgehalte, wat een goede indicator is van de processen die in zo’n hoop plaatsvinden. Als een hoop te droog is, voegen we water toe. En bij lage temperaturen zetten we de hoop nog eens om, want er is hitte nodig om van maaisel compost te maken. We zien de temperatuur bij de meeste hopen dan ook toenemen.”
De samenwerking tussen de pachters, Staatsbosbeheer en de loonwerker verloopt goed. De betrokkenen zijn tevreden over de voortgang en verwachten komend voorjaar kwaliteitscompost te kunnen verspreiden over de akkers op de Westeresch. Daarmee zetten zij een volgende stap in het zoeken naar een duurzame balans tussen landbouw en natuur.