Nieuws

5 vragen over wetlands en CO2

  • 25 mei 2022
  • CO2 opslaan
  • Leestijd 4 minuten

Vaak wordt naar bos gewezen als belangrijkste ecosysteem in de strijd tegen opwarming van de aarde. Maar uit recent onderzoek van ecoloog Ralph Temmink en collega-auteurs (Science, 6 mei 2022; 376 6593), blijkt dat bepaalde typen wetlands, zoals venen, kwelders en zeegrasvelden, ook een belangrijke rol kunnen spelen bij het langdurig vastleggen van koolstof in de bodem. Hoe zit dit? 5 vragen aan Albert Oost, programmamanager Deltanatuur Waddengebied en Vera Geelen, senior projectleider veenlandschappen en klimaat bij Staatsbosbeheer.

Kwelder Westerschelde (foto: Edwin Paree)

1. Om welke wetlands gaat het precies, en waar vinden we ze?

Albert Oost: “Het gaat om zogenaamde biogeomorfologische wetlands. Dit zijn natte landschappen zoals venen, mangroves, kwelders en zeegrasvelden, die worden gevormd door planten die heel veel CO2 vastleggen doordat hun dode resten in de bodem begraven raken. Dit soort drassige landschappen zijn best zeldzaam op wereldschaal, maar toch is er in Nederland nog steeds veel aanwezig. Denk aan de Biesbosch, de kwelders langs de kust en hoogveenlandschappen zoals de Pelen of laagveengebieden in grote delen van West Nederland, Friesland, Groningen en Overijssel.”

2. Wat toont het recente onderzoek aan?

Albert: “Deze wetlands, ook al bestrijken ze maar twee procent van het aardoppervlak, maar liefst twintig procent opslaan van alle CO2 die wereldwijd in natuurgebieden wordt geproduceerd. Zo houden ze in verhouding veel meer CO2 vast in de bodem dan bossen en oceanen; het zijn als het ware CO2 opslagvaten waar zich decennialang organisch materiaal ophoopt. Alleen al het beperkte oppervlak aan Nederlandse kwelders is goed voor de zeer langdurige opslag van circa 60.000 ton CO2/jaar, oftewel de woon- en vervoeruitstoot van 7.500 huishoudens (Teunis & Didderen, 2018).”

Het onderzoek bevestigt dus dat herstel van natuurlijke wetlands belangrijker is dan ooit.
Albert Oost, programmamanager Deltanatuur Waddengebied

3. Waarom is dit nieuwe inzicht zo belangrijk?

Albert: “Omdat juist deze natte gebieden wereldwijd in rap tempo verloren gaan, waarbij grote hoeveelheden CO2 vrijkomen. Ook in Nederland. Zo draagt de huidige afbraak van veen in het Nederlandse veenweidegebied naar schatting 2 á 4 % bij aan de totale Nederlandse CO2 uitstoot, met daarnaast nog uitstoot van lachgas en soms methaan; broeikasgassen die fors bijdragen aan klimaatverandering (zie o.a. Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden). Daar komt nog bij dat deze wetlands vaak werken als sponzen en daarmee ook een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het vasthouden van zoet water, wat steeds belangrijker wordt door de toenemende droogteperioden. Het onderzoek bevestigt dus dat herstel van natuurlijke wetlands belangrijker is dan ooit.”

4. Kunnen we het tij nog keren?

Vera Geelen: “Het goede nieuws is dat de auteurs aangeven dat het verlies van wetlands te stoppen is. Landschapsvormende eigenschappen van de planten kunnen slim worden ingezet bij hun herstel. Het helpt ook dat er nu een gevoel van urgentie is: Nederland moet in 2050 klimaatneutraal zijn. De overheid en maatschappelijke partners als Staatsbosbeheer zijn druk bezig om de uitstoot uit veenweidegebieden terug te dringen in 2030. Ook de stikstofbelasting, de Kaderrichtlijn Water doelstellingen en het Nationaal Programma Landelijk Gebied dragen bij aan een toekomstbestendige oplossing van onze wetlands.”

Het is finetunen: te laag waterpeil en het veen gaat rotten en geeft CO2 af, te hoog en je krijgt mogelijk weer meer methaanuitstoot.
Vera Geelen, senior projectleider veenlandschappen en klimaat

5. Wat doet Staatsbosbeheer hier al aan?

Albert: “Vanuit het nieuwe regeerakkoord zetten we extra energie op het versterken van de wetlands. Zo werken we in Programma Deltanatuur  bijvoorbeeld nu aan herstel van de kwelder op de Boschplaat, waar het al sinds jaren ’90 niet goed mee gaat. Samen met Rijkswaterstaat, de Provincie Friesland en de gemeente Terschelling gaan we er onder meer voor zorgen dat het gebied stuivende duinen en vlaktes krijgt die mogen overstromen.”

Vera: “Een ander voorbeeld is de aanpak voor veengebieden die onder verdroging lijden. Hier maken we specifieke afspraken met onze pachters over het beheer om water vast te houden, en proberen we onder meer met pompen en dammen het optimale waterpeil te vinden. Het is finetunen: te laag waterpeil en het veen gaat rotten en geeft CO2 af, te hoog en je krijgt mogelijk weer meer methaanuitstoot. Overall zien we veel mogelijkheden om wetlands te versterken, maar het is niet altijd eenvoudig realiseerbaar vanwege de verschillende gebruiksfuncties van een gebied. Samenwerking met alle betrokken partijen is dan ook noodzakelijk om landschappen te herstellen en het vasthouden van CO2 te verbeteren.”