Nieuws
De cetti’s zanger laat zich niet gauw zien, maar wel van zich horen in het Bentwoud. Waar de meeste rietzangers in het najaar wegtrekken, is de cetti’s zanger een standvogel, een vogel die jaarrond blijft. Ook is hij de laatste jaren sterk in aantal toegenomen doordat de winters minder streng zijn.
De cetti’s zanger is een kleine roodbruine zangvogel met een ronde, opgewipte staart, net als het winterkoninkje. Hij is 13,5 tot 14,5 cm groot. Met zo’n klein lijfje heb je heel wat te compenseren. Nou, dat doen ze ook. Deze kleine vogel hoor je eerder dan je hem ziet dankzij zijn explosieve, schelle zang.
In het wild worden cetti’s zangers gemiddeld twee jaar oud, maar dit hangt van veel omstandigheden af. Ondanks dat het een standvogel is, wil dat niet zeggen dat deze soort van oorsprong hier vandaan komt en goed aangepast is aan ons klimaat. De oorsprong van de cetti’s zanger ligt in het Middellandse Zeegebied (Zuid-Europa en Noordwest-Afrika). Wanneer wij in Nederland een strenge winter hebben, sterven veel van deze vogels. Maar dat is niet het enige. Ze staan ook op het menu van veel roofdieren. Doordat ze relatief laag bij de grond broeden, zijn de nesten van de cetti’s zanger gemakkelijk bereikbaar voor marterachtigen. Daarnaast komen veel vogels in hun eerste levensjaar om door gebrek aan ervaring. Ze verhongeren in de winter of worden ziek.
Al deze factoren zorgen ervoor dat dit vogeltje een druk leventje heeft. Waar veel vogels in het broedseizoen (april tot en met augustus) één nest met jongen grootbrengen, hebben cetti’s zangers vaak twee broedsels. Ze bouwen hun nesten ongeveer twee meter boven de grond, verborgen in dichte begroeiing rondom water. De nesten zien er vrij rommelig uit. Hierin worden twee tot vier eieren uitgebroed in een periode van 16 tot 17 dagen. Na nog eens twee weken kunnen de jongen vliegen. Ze worden daarna nog ongeveer twee weken gevoerd. Vervolgens legt het vrouwtje vaak opnieuw een legsel.
In tegenstelling tot veel zangvogels, die trouw zijn aan één partner, houden mannelijke cetti’s zangers er soms een hele harem op na. Sterke mannetjes met een goed territorium paren regelmatig met twee tot drie verschillende vrouwtjes in hetzelfde broedseizoen. Met zoveel vrouwtjes en een groot territorium heeft het mannetje weinig tijd om nesten te bouwen of jongen groot te brengen. Dat laat hij grotendeels over aan het vrouwtje, terwijl hij druk bezig is met zingen om zijn territorium af te bakenen.
De cetti’s zanger heeft een uitgebreid menu met verschillende voedselsoorten. Deze vogeltjes eten insecten, zoals muggen, vliegen, kevers, wantsen, mieren en rupsen. Omdat ze vaak in waterrijke gebieden leven en broeden, eten ze ook waterdiertjes, zoals larven van libellen en kokerjuffers. Daarnaast staan spinnen, slakken en kleine wormen op het menu, die ze vinden op vochtige plekken. In de winter eten ze vooral bessen en zaden, omdat er dan minder insecten beschikbaar zijn.
Zoals veel vogels, planten en andere dieren is ook de cetti’s zanger vernoemd naar een persoon: Francesco Cetti, een Italiaanse wiskundige en zoöloog (1726-1778). Hij beschreef de soort in de 18e eeuw op het mediterrane eiland Sardinië.