Een ander jasje
Veel eenden ruien in de zomer, vlak na het broedseizoen. Rond augustus krijgen ze daardoor een heel ander verenkleed. Dat tijdelijke kleed noemen we het eclipskleed. Deze term wordt alleen gebruikt bij eenden. De meeste vogelsoorten ruien hun veren één voor één. Daardoor kunnen ze tijdens de rui gewoon blijven vliegen. Bij eenden werkt dat anders.
Een makkelijke prooi
Eenden verliezen tijdens de rui in korte tijd al hun veren en slagpennen. Daardoor kunnen ze tijdelijk niet vliegen en zijn ze extra kwetsbaar voor roofdieren. Om zichzelf beter te beschermen, verzamelen ze zich vaak in grote groepen, zeker op open water of uitgestrekte plassen. Als er een roofvogel verschijnt, rest er vaak nog maar één vluchtweg: onder water duiken. Soms heeft een roofvogel echter zoveel geduld dat een eend uiteindelijk uitgeput raakt en alsnog wordt gegrepen.
De kinderen zijn het huis uit
Eenden gaan pas in de rui als het broedseizoen voorbij is. De jongen zijn dan zelfstandig en er is voldoende voedsel beschikbaar. Dat is belangrijk, want voor het aanmaken van een nieuw verenkleed zijn veel eiwitten nodig. De rui duurt een aantal maanden. Als eerste worden de slagpennen vervangen, zodat de eenden zo snel mogelijk weer kunnen vliegen. Deze veren zitten aan de vleugels van alle vogelsoorten en zijn onmisbaar voor de vlucht. Daarna volgen de overige veren. Langzaam verschijnen de prachtige kleuren en patronen weer. Uiteindelijk dragen de eenden opnieuw hun prachtkleed, waarmee mannetjes en vrouwtjes tijdens de winter en het voorjaar duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Een flinke uitdaging
Eenden herkennen tijdens het eclipskleed is niet altijd eenvoudig. De opvallende kleuren van de mannetjes zijn grotendeels verdwenen, waardoor ze meer op de vrouwtjes lijken. Wie goed kijkt, kan echter vaak nog verschillen ontdekken. Denk aan een iets donkerdere kop, een andere snavelkleur of de eerste kleurrijke veren die alweer terugkomen. Vooral bij een enkele eend is het soms lastig om mannetje en vrouwtje uit elkaar te houden. Als ze in grote groepen bij elkaar zijn, is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes wat makkelijker te zien.