Nieuws

Hoe moeten de Nederlandse rivieren er in 2100 uitzien?

  • 11 september 2026
  • Water
  • Leestijd 5 minuten

Zowel binnendijks als buitendijks hebben de Nederlandse rivieren veel meer ruimte nodig. Om overstromingen tegen te gaan, om droogte het hoofd te bieden, om scheepvaart mogelijk te houden en om riviernatuur te beschermen. Dat zegt Gertjan Geerling, programmamanager grote wateren bij Staatsbosbeheer. “Met sommigen maatregelen moeten we snel aan de slag, andere kunnen wat langer wachten. Maar daarmee moeten we nu wel rekening houden in onze keuzes.”

Door droogte bereikten rivieren deze zomer een extreem laag waterpeil.

Ander patroon

Lange perioden van droogte in de zomer en veel regen in de herfst en winter; de verwachting is dat dit door klimaatverandering de komende decennia veel vaker gaat voorkomen. Het gevolg voor de rivieren: een laag waterpeil in de zomer en meer overstromingsgevaar in de rest van het jaar. Gertjan: “De toekomstscenario’s laten zien dat de hoeveelheid water die jaarlijks gemiddeld door onze rivieren stroomt, vrijwel gelijk blijft. Maar het patroon gaat drastisch veranderen met vaker periode water van (heel) hoog water en van laag water.” De oplossing hiervoor is in theorie vrij eenvoudig. Als rivieren meer de ruimte krijgen, gaan ze zich op een natuurlijke manier gedragen. Hiermee kunnen we overstromingsgevaar het hoofd bieden, de scheepvaart behouden en kan riviernatuur gedijen.

Op waterbasis

Zo eenvoudig als de oplossing theoretisch is, zo lastig is hij in de praktijk. Want hoe je dat als de ruimte schaars is? Bovendien voelt het voor sommigen ongemakkelijk. Want lang hebben we geprobeerd de rivieren in te dammen en te beheersen en nu moeten we ze juist meer vrijheid geven. Het is één van de onderwerpen van de Landschapstriënnale 2026 die van 9 tot 20 september in Arnhem plaatsvindt. Op Waterbasis is deze keer het thema van dit driejaarlijkse event waarbij vele partijen en het publiek nadenken over het toekomstige landschap van Nederland. Wat betekent het om bodem en water daadwerkelijk leidend te laten zijn in hoe we Nederland inrichten, om niet meer tegen het water te werken, maar mee te bewegen? Met die vragen gaan ontwerpers, bestuurders, bewoners, denkers en doeners aan de slag op deze Landschapstriënnale, onder meer in een workshop van Gertjan over rivieren.

 

Door klimaatverandering krijgen we in de toekomst vaker te maken met laag water in de zomer en (heel) hoog water in de rest van het jaar.

Ruimte voor de rivier

Als reactie op de overstromingen van rivieren in 1993 en 1995 is het landelijke programma Ruimte voor de Rivier gestart. De afgelopen decennia heeft dit goede resultaten opgeleverd; op veel plekken hebben rivieren al meer bewegingsruimte. Maar het is niet genoeg. Daarom start nu Ruimte voor de Rivier 2.0 waarin Gertjan Staatsbosbeheer vertegenwoordigt. “Waar het eerste deel van dit programma een reactie was op een gebeurtenis, sorteert het tweede deel juist voor op een toekomst met klimaatverandering. We richten ons hierin op nog meer bewegingsruimte voor rivieren én een ondiepere bodem.”

Binnendijks

Gertjan laat een kaart van de Waal zien. Hierop staat aangegeven hoeveel en welke binnendijkse gebieden – aan de landzijde van de dijk - nodig zijn om de rivier de nodige verbreding te geven om ons bij heel hoog water te beschermen tegen overstromingen. “Hierbij zijn gebieden uitgezocht waar dat zo min mogelijk consequenties heeft, dus bijvoorbeeld niet in steden of dorpen. Hierover volgt uiteraard een brede discussie. Maar als we met z’n allen tot de conclusie komen dat dit een serieuze optie is, moeten we die ruimte gaan reserveren. Dan kan er bijvoorbeeld geen woningbouw komen. Tegelijkertijd is die extra ruimte pas vanaf ongeveer 2100 nodig. Het is zonde om zo lang niks te doen met ruimte in het krappe Nederland. Dus we moeten ook bedenken hoe we dat land in de tussentijd gebruiken. Dat kan bijvoorbeeld natuur zijn, of landbouw, of we kiezen ervoor huizen op terpen te bouwen. Hoe kunnen we dit inrichten op een maatschappelijk relevante manier, terwijl het wel beschikbaar blijft om toekomstige overstromingen op te vangen?”

Onder meer met nevengeulen is het natuurlijke riviersysteem te versterken.

Buitendijks

Ook buitendijks – aan de rivierzijde van de dijk - moet er veel gebeuren. “Doordat we in het verleden de rivieren hebben vastgelegd met dijken en dammen, zijn ze harder gaan stromen. De hiermee gepaard gaande erosie heeft de bodems uitgesleten. Vooral in de Waal is dat een probleem. Op sommige plekken ligt de rivierbodem tot wel twee meter lager dan een eeuw geleden. Dat heeft verschillende gevolgen. Doordat de uiterwaarden hoger liggen dan de uitgesleten rivier, verdrogen ze. Inclusief de natuur en de landbouw in de uiterwaarden. Waar ze voorheen gemiddeld honderd dagen per jaar onder water lagen, is dat nu nog slechts tien. Bovendien komen er door een zakkende rivierbodem steeds vaker kabels en leidingen bloot te liggen, waar bijvoorbeeld gas, olie of water doorheen gaat, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden.” Daarnaast leidt een diepere Waal – wat een zijtak van de Rijn is – ertoe dat daar meer water in wegstroomt. Hierdoor kan er minder water de IJssel in stromen die het IJsselmeer en dus onze zoetwatervoorraad vult.”

Nevengeulen

De bodem stabiliseren is hiervoor een deel van de oplossing. “Dit gaat ook gebeuren door continu grind en zand te storten in de rivier. Maar het is geen duurzame oplossing. Wanneer je stopt, begint het proces van bodemdaling weer gewoon opnieuw. Maar door de uiterwaarden te verlagen en daarin meer nevengeulen aan te leggen, wordt het stroomgebied breder en treedt er minder erosie op. Een nature-based-solution, daarmee voorkom je bodemdaling. Door de rivier zijn natuurlijke processen terug te geven, is er uiteindelijk veel minder menselijk onderhoud nodig. Hierbij kijken we naar iedere rivier afzonderlijk. Want iedere rivier heeft zijn eigen dna, gedraagt zich op zijn eigen manier. Niet meer proberen de rivieren met kunstmatige ingrepen naar onze hand te zetten dus, maar meebewegen.”

Typische riviernatuur gedijt goed bij afwisseling van nat en droog.

Voordelen riviernatuur

Nattere uiterwaarden en nevengeulen met vlakke oevers hebben ook veel voordelen voor de riviernatuur. In de nevengeul varieert het waterpeil veel meer, stroomt het water vaak minder snel en vindt geen scheepvaart plaats. Goed voor vissen om te paaien en op te groeien bijvoorbeeld en voor typische riviernatuur die gedijt bij afwisseling van nat en droog. Ook bieden de eilanden tussen de nevengeulen en de rivier en de nattere uiterwaarden zelf meer ruimte voor drogere natuur.”

Riviernatuur speelt weer een rol bij de zuivering van het zoete rivierwater. Dat effect is niet zo groot in onze grote rivieren, volgens Gertjan. “Wel als de natuur rond het hele riviersysteem zou toenemen, vanaf de oorsprong. Maar als we dat alleen in Nederland doen, doet dat niet zoveel. Voor schoner water is het allereerst belangrijk dat er veel minder industrieafval en minder mest van agrarisch land in rivieren terechtkomt. Tegelijkertijd speelt riviernatuur wel een rol voor een goed functionerend waterecosysteem. Dat heeft voldoende voeding nodig, zoals stikstof, fosfaat en organisch stof. Die eerste twee zijn er genoeg. Maar onlangs is vastgesteld dat op bepaalde plekken in het IJsselmeer te weinig organisch stof aanwezig is. Daarbij speelt riviernatuur langs de IJssel een rol. Als het water van ondergelopen uiterwaarden zich terugtrekt neemt het sediment mee met resten van planten en bomen. Dat is de toevoer van organisch stof aan het IJsselmeer.”

Voor 2040 klaar

Waar de uitvoering van de binnendijkse maatregelen nog even kan wachten omdat die extra waterbergingsruimte naar verwachting vanaf 2100 nodig is, hebben de buitendijkse maatregelen meer haast. “Om de bodemdaling snel te stoppen, moeten die in 2040 klaar zijn. Het concept voor dat meergeulenstelsel is inmiddels bedacht. We mogen van de minister van Infrastructuur en Waterstaat de haalbaarheid ervan gaan verkennen en er is een ruwe begroting gemaakt.”

Een uitdaging om dit allemaal voor elkaar te krijgen is in hoeverre het alle betrokken partijen lukt naar het gemeenschappelijke belang te kijken. “Ik zit met een natuurpet op bij het programma Ruimte voor de Rivier. Maar als ik alleen ga roepen dat er meer bos nodig is, komen we nergens. Met elkaar moeten we kijken welke rol rivieren spelen in onze maatschappij en hoe we daar in de toekomst zo goed mogelijk gebruik van kunnen maken. Het gaat niet om hier een metertje meer voor partij x en daar een metertje minder voor partij y, maar om het hele riviersysteem en het maatschappelijke belang daarvan. Als we er met elkaar in slagen het grote belang voor ogen te houden, kunnen we veel voor elkaar krijgen.”

De natuur als oplossing

Natuurlijke oplossingen – nature-based solutions – zijn onze belangrijkste bondgenoot bij klimaatverandering en andere maatschappelijke opgaven. Door aan te sluiten bij de natuurlijke werking van water-, bodem- en ecosystemen dragen ze bij aan waterveiligheid, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving, terwijl ze tegelijkertijd biodiversiteit versterken, water- en bodemkwaliteit verbeteren en CO₂ vastleggen. Dit geldt niet alleen voor rivieren, maar ook voor bijvoorbeeld kustgebieden en veengebieden. NL2120 is een tienjarig programma (vanaf 2024) waarin wetenschap, bedrijfsleven, overheid, natuurorganisaties, waaronder Staatsbosbeheer, en onderwijs samenwerken aan een klimaatbestendige en natuurlijke inrichting van Nederland met de inzet van nature-based solutions. Met de visie Toekomstgericht natuurbeheer zet ook Staatsbosbeheer in op het herstellen en versterken van natuurlijke systemen. Want meebewegen met de natuur levert veel voordelen en kost uiteindelijk veel minder werk en geld dan te blijven proberen haar in te dammen.

https://www.nl2120.nl/
Meer over dit onderwerp