Nieuws
Zowel binnendijks als buitendijks hebben de Nederlandse rivieren veel meer ruimte nodig. Om overstromingen tegen te gaan, om droogte het hoofd te bieden, om scheepvaart mogelijk te houden en om riviernatuur te beschermen. Dat zegt Gertjan Geerling, programmamanager grote wateren bij Staatsbosbeheer. “Met sommigen maatregelen moeten we snel aan de slag, andere kunnen wat langer wachten. Maar daarmee moeten we nu wel rekening houden in onze keuzes.”
Lange perioden van droogte in de zomer en veel regen in de herfst en winter; de verwachting is dat dit door klimaatverandering de komende decennia veel vaker gaat voorkomen. Het gevolg voor de rivieren: een laag waterpeil in de zomer en meer overstromingsgevaar in de rest van het jaar. Gertjan: “De toekomstscenario’s laten zien dat de hoeveelheid water die jaarlijks gemiddeld door onze rivieren stroomt, vrijwel gelijk blijft. Maar het patroon gaat drastisch veranderen met vaker periode water van (heel) hoog water en van laag water.” De oplossing hiervoor is in theorie vrij eenvoudig. Als rivieren meer de ruimte krijgen, gaan ze zich op een natuurlijke manier gedragen. Hiermee kunnen we overstromingsgevaar het hoofd bieden, de scheepvaart behouden en kan riviernatuur gedijen.
Als reactie op de overstromingen van rivieren in 1993 en 1995 is het landelijke programma Ruimte voor de Rivier gestart. De afgelopen decennia heeft dit goede resultaten opgeleverd; op veel plekken hebben rivieren al meer bewegingsruimte. Maar het is niet genoeg. Daarom start nu Ruimte voor de Rivier 2.0 waarin Gertjan Staatsbosbeheer vertegenwoordigt. “Waar het eerste deel van dit programma een reactie was op een gebeurtenis, sorteert het tweede deel juist voor op een toekomst met klimaatverandering. We richten ons hierin op nog meer bewegingsruimte voor rivieren én een ondiepere bodem.”
Gertjan laat een kaart van de Waal zien. Hierop staat aangegeven hoeveel en welke binnendijkse gebieden – aan de landzijde van de dijk - nodig zijn om de rivier de nodige verbreding te geven om ons bij heel hoog water te beschermen tegen overstromingen. “Hierbij zijn gebieden uitgezocht waar dat zo min mogelijk consequenties heeft, dus bijvoorbeeld niet in steden of dorpen. Hierover volgt uiteraard een brede discussie. Maar als we met z’n allen tot de conclusie komen dat dit een serieuze optie is, moeten we die ruimte gaan reserveren. Dan kan er bijvoorbeeld geen woningbouw komen. Tegelijkertijd is die extra ruimte pas vanaf ongeveer 2100 nodig. Het is zonde om zo lang niks te doen met ruimte in het krappe Nederland. Dus we moeten ook bedenken hoe we dat land in de tussentijd gebruiken. Dat kan bijvoorbeeld natuur zijn, of landbouw, of we kiezen ervoor huizen op terpen te bouwen. Hoe kunnen we dit inrichten op een maatschappelijk relevante manier, terwijl het wel beschikbaar blijft om toekomstige overstromingen op te vangen?”
Ook buitendijks – aan de rivierzijde van de dijk - moet er veel gebeuren. “Doordat we in het verleden de rivieren hebben vastgelegd met dijken en dammen, zijn ze harder gaan stromen. De hiermee gepaard gaande erosie heeft de bodems uitgesleten. Vooral in de Waal is dat een probleem. Op sommige plekken ligt de rivierbodem tot wel twee meter lager dan een eeuw geleden. Dat heeft verschillende gevolgen. Doordat de uiterwaarden hoger liggen dan de uitgesleten rivier, verdrogen ze. Inclusief de natuur en de landbouw in de uiterwaarden. Waar ze voorheen gemiddeld honderd dagen per jaar onder water lagen, is dat nu nog slechts tien. Bovendien komen er door een zakkende rivierbodem steeds vaker kabels en leidingen bloot te liggen, waar bijvoorbeeld gas, olie of water doorheen gaat, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden.” Daarnaast leidt een diepere Waal – wat een zijtak van de Rijn is – ertoe dat daar meer water in wegstroomt. Hierdoor kan er minder water de IJssel in stromen die het IJsselmeer en dus onze zoetwatervoorraad vult.”
De bodem stabiliseren is hiervoor een deel van de oplossing. “Dit gaat ook gebeuren door continu grind en zand te storten in de rivier. Maar het is geen duurzame oplossing. Wanneer je stopt, begint het proces van bodemdaling weer gewoon opnieuw. Maar door de uiterwaarden te verlagen en daarin meer nevengeulen aan te leggen, wordt het stroomgebied breder en treedt er minder erosie op. Een nature-based-solution, daarmee voorkom je bodemdaling. Door de rivier zijn natuurlijke processen terug te geven, is er uiteindelijk veel minder menselijk onderhoud nodig. Hierbij kijken we naar iedere rivier afzonderlijk. Want iedere rivier heeft zijn eigen dna, gedraagt zich op zijn eigen manier. Niet meer proberen de rivieren met kunstmatige ingrepen naar onze hand te zetten dus, maar meebewegen.”
Nattere uiterwaarden en nevengeulen met vlakke oevers hebben ook veel voordelen voor de riviernatuur. In de nevengeul varieert het waterpeil veel meer, stroomt het water vaak minder snel en vindt geen scheepvaart plaats. Goed voor vissen om te paaien en op te groeien bijvoorbeeld en voor typische riviernatuur die gedijt bij afwisseling van nat en droog. Ook bieden de eilanden tussen de nevengeulen en de rivier en de nattere uiterwaarden zelf meer ruimte voor drogere natuur.”
Riviernatuur speelt weer een rol bij de zuivering van het zoete rivierwater. Dat effect is niet zo groot in onze grote rivieren, volgens Gertjan. “Wel als de natuur rond het hele riviersysteem zou toenemen, vanaf de oorsprong. Maar als we dat alleen in Nederland doen, doet dat niet zoveel. Voor schoner water is het allereerst belangrijk dat er veel minder industrieafval en minder mest van agrarisch land in rivieren terechtkomt. Tegelijkertijd speelt riviernatuur wel een rol voor een goed functionerend waterecosysteem. Dat heeft voldoende voeding nodig, zoals stikstof, fosfaat en organisch stof. Die eerste twee zijn er genoeg. Maar onlangs is vastgesteld dat op bepaalde plekken in het IJsselmeer te weinig organisch stof aanwezig is. Daarbij speelt riviernatuur langs de IJssel een rol. Als het water van ondergelopen uiterwaarden zich terugtrekt neemt het sediment mee met resten van planten en bomen. Dat is de toevoer van organisch stof aan het IJsselmeer.”
Natuurlijke oplossingen – nature-based solutions – zijn onze belangrijkste bondgenoot bij klimaatverandering en andere maatschappelijke opgaven. Door aan te sluiten bij de natuurlijke werking van water-, bodem- en ecosystemen dragen ze bij aan waterveiligheid, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving, terwijl ze tegelijkertijd biodiversiteit versterken, water- en bodemkwaliteit verbeteren en CO₂ vastleggen. Dit geldt niet alleen voor rivieren, maar ook voor bijvoorbeeld kustgebieden en veengebieden. NL2120 is een tienjarig programma (vanaf 2024) waarin wetenschap, bedrijfsleven, overheid, natuurorganisaties, waaronder Staatsbosbeheer, en onderwijs samenwerken aan een klimaatbestendige en natuurlijke inrichting van Nederland met de inzet van nature-based solutions. Met de visie Toekomstgericht natuurbeheer zet ook Staatsbosbeheer in op het herstellen en versterken van natuurlijke systemen. Want meebewegen met de natuur levert veel voordelen en kost uiteindelijk veel minder werk en geld dan te blijven proberen haar in te dammen.