Nieuws
Je zou het niet zeggen als je uitkijkt over dit gebied met ruim een meter hoge grassen, bloemen en kruiden; maar over een jaar of vijf staat het hier vol met kleine boompjes. En over vijftien jaar staat er misschien wel een volwaardig bos. “Hier in de uiterwaarde langs de Waal bij de Gelderse Poort gaat de komende jaren spontaan ongeveer 130 hectare ooibos ontstaan”, zegt Linde Gommers-Verbeek, provinciaal adviseur bij Staatsbosbeheer. “En dat maakt het ecosysteem dat bij riviernatuur hoort weer compleet.”
In de Nationale Bossenstrategie is in 2020 afgesproken dat er in 2030 37.000 hectare nieuw bos moet zijn. Staatsbosbeheer wil daar vijfduizend van voor zijn rekening nemen. Het tempo is een stuk trager dan gehoopt, dat heeft onder meer met de benodigde vergunningen te maken. Toch is het gelukt de afgelopen jaren voor ruim 1.300 hectare nieuw bos op Staatsbosbeheer-grond te zorgen. “Op de meeste plekken doen we dat door nieuw bos te planten”, zegt Linde. “Maar het is natuurlijk het mooist als bos spontaan ontstaat op plekken waar het van nature wil ontstaan. Dit hier is zo’n plek.”
In de zomer van 2025 kreeg Staatsbosbeheer de vergunning om in deze uiterwaarde tweehonderd hectare bos te laten ontstaan. Sindsdien is de begroeiing hier niet meer weggehaald. Linde baant zich een weg door de hoge ruigte met onder meer distels, boerenwormkruid, fluitenkruid en verschillende grassoorten. “De eerste jonge bomen moeten er staan.” Voorlopig vindt ze ze niet. “Gewoonlijk groeit ooibos behoorlijk hard, door de natte omstandigheden. Maar ik vermoed dat de jonge bomen daar door de aanhoudende droogte nog geen kans voor hebben gehad.”
De natuur mag hier meer zelf kiezen waar het wil gaan groeien en dat is goed nieuws
Dat hier spontaan bos mag ontstaan was niet vanzelfsprekend. Te veel bos en andere vegetatie in de uiterwaarden kan namelijk de doorstroming bij een rivier vertragen. Dat kan bij hoogwater tot overstromingen leiden. Daarom heeft Rijkswaterstaat ruim tien jaar geleden de vegetatielegger geïntroduceerd. Met modellen wordt voor verschillende scenario’s doorberekend welk effect vegetatie op een bepaalde plek op de doorstroming heeft.
Op basis daarvan zijn kaarten gemaakt waarin precies is ingetekend wat glad moet zijn en waar vegetatie mag staan. Omdat naar de gehele Gelderse Poort is gekeken, ontstonden er meer mogelijkheden: stroomluwe delen zijn geschikt voor bosontwikkeling. Hier en daar is dat gecompenseerd door een klein beetje minder bos in de stroombaan toe te staan. Waar eerst vrijwel iedere toegestane boom stond ingetekend, geven de jongste vegetatieleggers ook wat meer vrijheid, daar waar dat kan, door een percentage aan te geven in plaats van een exacte locatie. Linde: “De natuur mag dus meer zelf kiezen waar het wil gaan groeien en dat is goed nieuws. Het was een hele puzzel, maar dankzij de goede samenwerking met Rijkswaterstaat en de provincie Gelderland is het gelukt deze puzzel te leggen en is de vergunning afgegeven, een groot succes!”
Het bos dat gaat ontstaan zijn de twee soorten ooibos: zachthout ooibos en hardhout ooibos. Zachthout ooibos bestaat hoofdzakelijk uit wilgen en populieren, snelgroeiende soorten die er prima tegen kunnen als hun wortels meerdere keren per jaar onder water staan. Dit bos tref je dan ook van nature aan in de lagere delen van riviernatuur die regelmatig overstromen. Hardhout ooibos groeit op de wat hoger gelegen delen, het kan niet tegen te natte omstandigheden. Soorten die daarbij horen zijn de langzamer groeiende soorten zoals zoete kers, fladderiep, eik, zwarte populier, “en natuurlijk mijn favoriet: de linde”, zegt Linde. “De zwarte populier is inmiddels zeldzaam in Nederland. Maar iets verderop staan ze nog. Ik verwacht hem hier ook, want dat zaad kan prima die kleine afstand overbruggen.”
Ooibos hoort bij riviernatuur en heeft een positief effect op de biodiversiteit. Goed ontwikkelde ooibossen zijn een van de meest biodiverse bossen van ons land, waar bijvoorbeeld de nachtegaal en de zeldzame wielewaal een thuis vinden. Bijzonder aan ooibossen is de ondergroei met bosplanten zoals maarts viooltje, besanjelier en muskuskruit en een rijke lianenbegroeiing met bijvoorbeeld hop en bosrank. Ooibossen zijn van grote waarde voor schimmels (paddenstoelen), mossen, varens, insecten, en holenbroeders als kleine bonte specht en boomklever. Goed ontwikkelde hardhoutbossen bevatten ook rijk ontwikkelde randzones met struiken waar dagvlinders als sleedoornpage en eikenpage van profiteren. Ook voelt de bever zich er thuis. Hij knaagt aan wilgen en populieren, wat zorgt voor open plekken en omgevallen bomen waar andere soorten van profiteren.
En eindelijk, aan het eind van haar zoektocht, vindt Linde toch een paar jonge bomen. Eerst een walnoot. “Deze ooit door de Romeinen geïntroduceerde soort is in Nederland inmiddels ingeburgerd. Maar voor ooibos is het een nieuwkomer.” Langs de oevers van een baai staan enkele jonge wilgen, die veel voorkomen in zachthout ooibos. En, op een hoger gelegen deel onder de beschermende prikkels van een roos, een kleine eik. Het eerste begin van hardhout ooibos. “Ik wist het, ze moesten er zijn.”