Nieuws

Helpt de bever tegen droogte?

  • 23 september 2026
  • Flora en fauna
  • Leestijd 4 minuten

Een beverdam, een ondergelopen grasland en een beek die minder snel stroomt. Bevers zijn echte landschapsbouwers. Met hun dammen houden ze water vast en veranderen ze hun omgeving. Kunnen ze daarmee ook helpen tegen droogte? “Op kleine schaal in beekdalen wel”, zegt Staatsbosbeheer-ecoloog Judith Bosman. “Maar de bever is geen wondermiddel.”

In het beekdal Drentsche Aa leven inmiddels zo’n 150 bevers.

Water vasthouden

Judith neemt de Drentsche Aa als voorbeeld. In dat beekdal leven inmiddels zo’n 150 bevers. Ze trekken steeds verder het beekdal in, ook naar de stroomopwaarts gelegen delen waar het water zomers regelmatig verdwijnt. En daar doen ze soms iets opvallends: ze houden het water vast.

Een beverdam is in feite een natuurlijke stuw. Met takken, stammen, waterplanten en bagger bouwt de bever in een paar dagen een dam die het stromende water tegenhoudt. Achter de dam ontstaat een poel of klein meer. Zo stroomt het water minder snel weg en blijft het langer in het gebied. “De bever maakt zo zijn eigen waterreservoir”, zegt Judith. “Groot genoeg om gemakkelijk en veilig via het water bij zijn eten te komen. En daar profiteren veel planten en dieren van. Een droge beek verandert achter een dam in een nat gebied met waterplanten, insecten en andere dieren.”

Beverburchten hebben hun ingang onder water, om vijanden op een afstand te houden (foto's: Cindy de Jonge en Thijmen van Heerde)

Van afvoeren naar vasthouden

De bever doet eigenlijk iets waar wij mensen steeds meer het belang van inzien: water langer vasthouden. Nederland is vanaf halverwege vorige eeuw ingericht om overtollig water zo snel mogelijk af te voeren. Doordat we steeds vaker met langdurige perioden van droogte te maken hebben, wordt het juist belangrijker voldoende water vast te houden.

“Wat dat betreft kunnen we van de bever leren”, zegt Judith. “Maar zijn dammen lossen het droogteprobleem natuurlijk niet op. Water komt op verschillende manieren in de Drentsche Aa terecht. Regenwater stroomt rechtstreeks in de beek, maar ook via sloten uit de omgeving. Daarnaast is er grondwater in de bovenste grondlagen dat relatief snel naar de beek stroomt. En dan is er nog kwelwater: water dat in de diepere grondlagen soms duizenden jaren onderweg is geweest voordat het in de Drentsche Aa terechtkomt. Die verschillende waterstromen reageren ieder anders op droogte. Regenwater reageert natuurlijk snel: valt er weinig regen, dan daalt de hoeveelheid water in de beek. En omgekeerd. Maar de verschillende grondwaterstromen reageren trager op droogte. Dat effect kan jaren later nog merkbaar zijn. De stroomopwaarts gelegen delen, de bovenlopen, van de Drentsche Aa vallen vrijwel iedere zomer droog. Maar we zien dat dat in droge zomers de beek veel verder stroomafwaarts droog valt.”


Water komt op verschillende manieren in de Drentsche Aa terecht.

Eigen territorium

En daar kan de bever dus helpen. Bevers hebben een eigen territorium nodig. De delen van de Drensche Aa waar altijd voldoende water is, zijn al bezet. Bevers wijken dus vaker uit naar delen die zomers droog komen te liggen. En daar proberen ze wat aan doen door een dam te bouwen en het water vast te houden. “Een prima manier om het water in het gebied te houden.”

Dat betekent niet dat we bevers overal hun gang kunnen laten gaan. Een beekdal dat natter wordt, heeft gevolgen. Soms zelfs voor natuur die we juist willen beschermen. “Een voorbeeld is blauwgrasland. Dat is een zeldzaam en waardevol type natuur dat afhankelijk is van specifieke omstandigheden. Als een bever een gebied langdurig natter maakt, kan blauwgrasland veranderen in moeras. Daarmee kunnen soorten verdwijnen die juist bij het open, vochtige grasland horen, zoals de dotterbloem. En een beverdam kan ook de trek van vissen zoals de rivierprik hinderen. Daarom wordt soms ingegrepen, bijvoorbeeld in het voorjaar wanneer de rivierprik stroomopwaarts trekt. In de zomer, als die trek voorbij is, vinden we het prima dat ze dammen bouwen die het water vasthouden.”


Daar waar de bever zijn gang kan gaan, is het interessant te ontdekken wat er in die omgeving gebeurt.
Ecoloog Judith Bosman

Weinig plekken

Landelijk gezien is het gunstige effect van de bever op droogte beperkt. “Want er zijn in Nederland maar weinig beekdalen waar het water onbelemmerd het landschap in mag stromen. Op veel plaatsen is bebouwing of ligt agrarisch gebied en is een natter beekdal simpelweg niet verenigbaar met het huidige gebruik. Maar daar waar de bever wel zijn gang kan gaan, is het interessant te ontdekken wat er in die omgeving gebeurt.”

Meer over dit onderwerp