Nieuws
In het Limburgse natuurgebied de Meinweg moet Staatsbosbeheer zo’n zestig hectare stervende en dode dennen uit het bos verwijderen. De bomen hebben een aantasting van de sphaeropsis-schimmel niet overleefd of gaan daar aan dood. Staatsbosbeheer-bosadviseur Erwin Al legt uit waarom deze schimmel steeds meer voorkomt, waarom de bomen hier kwetsbaar voor zijn en wat er tegen is te doen.
“Nee. In de jaren '80/'90 is de schimmel voor het eerst als oorzaak voor stervende dennen vastgesteld en toen na enkele jaren weer verdwenen. Sinds enkele jaren duikt de aantasting weer op in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg (Meinweg) en lijkt nu een ingrijpender effect te hebben. De schimmel gedijt goed bij milde winters en warme zomers. Vroeger kwam hij vooral veel in Zuid-Europese landen voor, maar door klimaatverandering verspreidt hij zich steeds noordelijker. In bossen op zandgronden in Duitsland komt op verschillende plekken al massale dennensterfte als gevolg van de sphaeropsis-schimmel voor. En nu zien we hem ook op steeds meer plekken in Nederland.”
“Dat is wel een serieus risico. Opvolgende jaren van droogte en een door teveel stikstof verzuurde bodem maken bomen – en dus ook dennen – op zandgronden steeds kwetsbaarder. Tegelijkertijd zorgt het veranderde klimaat, met milde winters en warmere zomers, ervoor dat de schimmel steeds meer voorkomt. Zwakkere bomen en meer schimmels vergroten het risico van aantasting. Omdat de grove den met zo’n dertig procent de meest voorkomende boom in Nederland is, kan dit dus potentieel grote gevolgen hebben voor de Nederlandse bossen.”