Nieuws
Goed nieuws voor de hellingbossen in Zuid-Limburg: dankzij een donatie van Stichting Valkhagen kunnen we op twee locaties middenbosbeheer uitvoeren. Met deze oude vorm van bosbeheer brengen we meer variatie terug in het bos en geven we bijzondere planten en dieren weer kansen. Waarom dat nodig is en wat er precies gaat gebeuren op de Putberg en bij Crapoel, vertel ik je graag.
Via het Buitenfonds kwam ik in contact met Stichting Valkhagen. Deze stichting biedt speciale ondersteuning voor hellingbossen in Zuid-Limburg. Hoewel we vanuit onze eigen beheereenheid en samen met Team Advies en Projecten van Staatsbosbeheer al veel doen voor deze bossen, hebben we natuurlijk te maken met klimaatverandering, stikstofdepositie, verdroging en verzuring. Samen vormen die ontwikkelingen een flinke uitdaging. Daarom zijn we erg blij met de donatie van Stichting Valkhagen. Dankzij deze bijdrage kunnen we middenbosbeheer uitvoeren in twee hellingbossen: één op de Putberg en één bij Crapoel.
Middenbosbeheer is een vorm van bosbeheer waarbij een oude vorm van bosgebruik in ere wordt hersteld. Het is eigenlijk een cultuurhistorisch gebruik. Denk aan een bos op een steile helling. Vroeger, toen er nog geen tractoren waren, waren zulke bossen lastig te bewerken. De hellingen waren simpelweg te steil. Daarom werden deze bossen vaak verdeeld onder verschillende bewoners. Iedereen mocht een deel van het bos benutten.
Een deel van de bomen werd gekapt voor het bouwen van een huis of schuur. Ander hout werd gebruikt om huizen te verwarmen of brood te bakken. Mensen kapten steeds maar een klein deel van hun bosperceel. Anders zouden ze in de jaren daarna niet genoeg hout hebben om van te leven. Bovendien dachten ze vooruit: ook hun kinderen en kleinkinderen moesten nog kunnen oogsten uit hetzelfde bos.
Zo ontstond een gevarieerd bos met kleine open plekken. Hazelaars werden laag afgezet, waardoor er meer licht op de bosbodem viel. Tegelijkertijd bleven grotere bomen staan en zorgden zij voor gedeeltelijke schaduw. Na verloop van tijd liepen de hazelaars weer uit en keerden ook andere struiken terug.
De afwisseling van licht en schaduw bleek ideaal voor voorjaarsflora en verschillende inheemse orchideeën. Samen met de struiklaag en de grotere bomen zorgde dit voor een grote biodiversiteit.
Ook insecten, vlinders, vogels en zoogdieren profiteerden hiervan. Het bos bood voedsel, schuilplaatsen en verschillende leefgebieden, waardoor veel soorten er een geschikte plek vonden.