Nieuws
Ze zijn klein in vergelijking met een edelhert, maar reusachtig groot in vergelijking met andere kevers: het vliegend hert. Ze leven de eerste acht jaar van hun bestaan onder de grond en wanneer ze dan eindelijk naar boven komen, hebben ze nog maar twee maanden om zich voort te planten.
Het vliegend hert is de grootste kever van Europa en kan wel tot 9 centimeter groot worden. Er bestaan maar liefst 900 soorten in de familie van vliegende herten, die een wereldwijde spreiding hebben. De meeste soorten leven in een tropisch land, maar de Lucanus cervus, zoals zijn wetenschappelijke naam is, komt dus ook voor in ons land en is een zeldzame verschijning.
Vliegen doet de kever zeker, maar alleen met mooi weer en maakt dan een luid brommend geluid. Vooral tijdens warme zomeravonden gaan de mannetjes op zoek naar vrouwtjes. Hun vlucht oogt soms wat onbeholpen, alsof ze elk moment uit de lucht kunnen vallen. Toch zijn ze verrassend wendbaar en kunnen ze behoorlijke afstanden afleggen.
Wat het vliegend hert zo bijzonder maakt, zijn de enorme kaken van het mannetje. Die lijken op het gewei van een edelhert, waaraan de kever zijn naam te danken heeft. Ondanks hun indrukwekkende uiterlijk worden deze kaken niet gebruikt om te bijten. Ze dienen vooral als wapen tijdens gevechten met andere mannetjes. Daarbij proberen ze hun tegenstander op te tillen en van een tak of stam te werpen om zo het recht te winnen om met een vrouwtje te paren. De vrouwtjes hebben veel kleinere kaken, maar kunnen daarmee wel krachtiger bijten. Hun uiterlijk is iets minder spectaculair, maar daarom niet minder belangrijk voor het voortbestaan van de soort.
Het grootste deel van hun leven brengen vliegende herten onder de grond door, in of nabij dood hout. Als larve voeden ze zich jarenlang met vermolmd hout van oude bomen en boomwortels. Vooral eiken zijn geliefd. In deze verborgen wereld groeien ze langzaam. De volgroeide larven verpoppen in de herfst tot kevers en overwinteren in hun cocon overwinteren. Pas in mei of juni van het daaropvolgende jaar kruipen de kevers uit de grond.
Opmerkelijk is dat het dier na al die jaren onder de grond slechts enkele weken tot twee maanden boven de grond leeft. In die korte periode draait alles om voortplanting. Eten doen de volwassen kevers nauwelijks. Af en toe likken ze wat boomsap of vruchtensappen op, maar hun belangrijkste taak is het doorgeven van hun genen aan een volgende generatie.
Het vliegend hert draagt bij aan een gezonde kringloop van organisch materiaal en creëert leefruimte voor talloze andere planten, schimmels en dieren. Daarnaast vormt het zelf een belangrijke voedselbron voor verschillende vogels en zoogdieren. Omdat deze kever alleen voorkomt in gebieden met oude bomen en voldoende dood hout, geldt hij bovendien als een graadmeter voor een gezond en soortenrijk landschap. Het beschermen van het vliegend hert betekent daarom niet alleen het behoud van één bijzondere insectensoort, maar ook van de waardevolle natuur waarvan vele andere soorten afhankelijk zijn.
Waar een vliegend hert verschijnt, is het zelden rustig. Bomen met rijk stromende boomsappen vormen een waar feestmaal voor deze bijzondere kevers. En ze zijn niet de enige gasten aan tafel: atalanta’s, Europese hoornaars en allerlei boktorren komen graag een graantje meepikken. Zo verandert één boom al snel in een levendige hotspot voor insecten.