Nieuws
Droge zomers, hevige buien en meer stormschade: het veranderende klimaat zet onze bossen onder druk. Toekomstgericht bosbeheer betekent dat we daar op inspelen. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld welke boomsoorten tegen een stootje kunnen. Welke bomen houden droogte goed vol, welke wortelen diep genoeg om storm te doorstaan? Maak kennis met vijf klimaatslimme bomen.
Een gevarieerd bos waarin ook klimaatslimme soorten staan, is het beste bestand tegen klimaatverandering. Daarvoor kijken we naar zowel inheemse soorten als in het Nederlandse bos reeds ingeburgerde boomsoorten. En we introduceren, op kleine schaal en na zorgvuldige screening, ook een paar nieuwe soorten.
De tamme kastanje (Castanea sativa) is een loofboomsoort uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae). Een napje is in dit geval de stekelige bolster die de kastanjes beschermt. Het natuurlijke verspreidingsgebied van de tamme kastanje ligt rond de Middellandse Zee. Het is niet voor niets een droogtetolerante boom. Toch komt de kastanje al lange tijd in Nederland voor. Aangenomen wordt dat de soort al door de Romeinen in Nederland is geïntroduceerd. Een fijne bijkomstigheid is het duurzame, harde hout dat de tamme kastanje produceert. In Nederland kan een tamme kastanje zeker 30 meter hoog worden.
De ratelpopulier (Populus tremula) staat ook bekend als trilpopulier of esp. Bij een klein zuchtje wind beginnen de blaadjes van deze inheemse boom al te ritselen. Het is een loofboom die redelijk goed tegen droogte kan. Deze populier is een pioniersboomsoort bij uitstek: de bladeren zijn snel afbreekbaar en dat bevordert de beschikbaarheid van voedingsstoffen in de bodem. De ratelpopulier is een geliefde nestboom voor spechten, de stam is een voedzame hap voor bevers en de schors is aantrekkelijk voor diverse (korst)mossen. Daarmee levert de boom een flinke bijdrage aan de biodiversiteit. Het is bovendien een van de meest verspreide boomsoorten ter wereld.
De wintereik (Quercus petraea) behoort, net als de tamme kastanje, tot de napjesdragersfamilie. Een napje beschermt in dit geval de eikel. Het is een inheemse boom die van nature in ons land voorkomt, en op veel kleinere schaal dan de zomereik. Je herkent de wintereik doordat de bladeren op een steeltje staan, terwijl de bladeren van de zomereik nauwelijks een herkenbaar steeltje hebben. De wintereik is interessant voor biodiversiteit: hij biedt een huis aan enkele honderden insectensoorten. Daarnaast kan de wintereik redelijk tegen droogte.
De gewone zilverspar (Abies alba) is een naaldboomsoort uit de dennenfamilie (Pinaceae). De boom vormt een penwortel van enkele meters diep, waarmee hij heel goed in de bodem verankerd en dus goed bestand is tegen storm. Tegelijkertijd verbetert de gewone zilverspar het watervasthoudend vermogen van de bodem. De boom kan ook goed tegen droogte, beter dan bijvoorbeeld de fijnspar, en is interessant voor houtproductie.
De elsbes (Sorbus torminalis) is niet inheems bij ons, maar wel bij onze buren in Duitsland. De soort wordt beetje bij beetje geïntroduceerd in de Nederlandse bossen. Het is een interessante toevoeging omdat de boom goed tegen droogte kan én bestand is tegen storm dankzij een breed en diep wortelstelsel. De elsbes draagt bij aan de biodiversiteit: de bladeren zijn goed afbreekbaar en verbeteren de bodem. De bloemen trekken veel insecten aan en zijn een belangrijke bron van nectar voor bijvoorbeeld bijen. In de winter dienen de bessen als voedsel voor vogels en zoogdieren.