Nieuws

5 invasieve exoten uitgelicht

  • 24 juli 2026
  • Flora en fauna
  • Leestijd 3 minuten

Planten of dieren die niet in de Nederlandse natuur thuishoren en er dus ook geen natuurlijke vijanden hebben, kunnen veel schade aanrichten. Invasieve exoten, zoals ze worden genoemd, komen steeds meer voor. Joep Crombag, adviseur ecologie bij Staatsbosbeheer, licht er vijf uit.

Invasieve exoten komen steeds meer voor in Nederland. Sommige richten grote schade aan in de natuur.

Uit aquarium of als tuinafval

Invasieve exoten zijn soorten die hier van nature niet thuishoren, die door toedoen van de mens - bewust of onbewust - in onze natuur terecht zijn gekomen en die zich snel verspreiden door een gebrek aan natuurlijke vijanden. Joep: “Er zijn ook nieuwe soorten die hier op eigen gelegenheid terecht zijn gekomen. Dat zijn geen invasieve exoten, want dat is een onderdeel van veranderende natuur.” Veel invasieve exoten zijn uit een aquarium of als tuinafval in de natuur terecht gekomen. Joep benadrukt daarom ook nooit planten of dieren in de natuur te dumpen.
De ene exoot is veel schadelijker voor de natuur dan de ander. Daarom verschilt ook de noodzaak tot ingrijpen. “Voor ingrijpen geldt altijd dat een integrale aanpak nodig is, want ze beperken zich uiteraard niet tot Staatsbosbeheer-gebied. Het is altijd de provincie die de aanpak bepaalt.”

De wasbeer, sinds 1960 in Nederland gespot (foto: Saxifraga, Bart Vastenhouw)

Wasbeer

De wasbeer wordt sinds 1960 met enige regelmaat in Nederland gespot. Dit Noord-Amerikaanse zoogdier is in de jaren dertig van de vorige eeuw naar Europa gehaald voor de bonthandel, werd soms ook als huisdier gehouden en uitgezet. Inmiddels leven er tienduizenden in België, zo’n anderhalf miljoen in Duitsland en ook in Nederland maakt hij zijn opmars. Joep: “Het zwaartepunt van de Nederlandse populatie ligt in Limburg, maar hij is inmiddels in alle provincies gezien. Ze zijn een bedreiging voor vogels omdat ze hun eieren en kuikens stelen. Dit geldt niet alleen voor vogels die op de grond broeden, maar ook voor vogels die hoog in een boom zitten. Wasberen zijn namelijk uitstekende klimmers. Dat is vooral een probleem omdat veel vogelsoorten al kwetsbaar zijn. Mensen kunnen last van wasberen hebben omdat deze slimmeriken soms in huizen inbreken op zoek naar voedsel. Omdat ze in Nederland geen natuurlijke vijanden hebben, behalve de wolf, is het wegvangen van wasberen eigenlijk de enige manier om te voorkomen dat hun aantal te veel toeneemt. Daar gaat Staatsbosbeheer niet over, het is aan de provincies om te zorgen voor een gecoördineerde aanpak om deze dieren te verwijderen uit het wild. In Limburg gebeurt dat regelmatig.” Zie ook dit NOS-artikel.

De rode Amerikaanse rivierkreeft is één van de exotische Amerikaanse rivierkreeften die niet meer gaan verdwijnen uit Nederland.

Exotische Amerikaanse rivierkreeften

“De opmars van de exotische Amerikaanse rivierkreeften is echt een lastige”, zegt Joep. “Het gaat om meerdere soorten die hier terecht zijn gekomen vanuit vijvers, aquaria en kwekerijen voor consumptie. Ze zorgen voor veel schade aan de natuur, door bijvoorbeeld holen en gaten te graven waardoor het water troebeler wordt en oevers afkalven. Ze eten de larven en eieren van bedreigde amfibieën en ze knippen veel vegetatie kapot, waardoor deze achteruit gaat en ook niet meer beschikbaar is als schuilmogelijkheid voor andere waterdieren. Wanneer de waterplanten verdwijnen wervelt bovendien veel meer slib op en wordt het water troebel, daar hebben zowel waterplanten als dieren last van.”

Het herstellen van robuuste ecosystemen lijkt te helpen bij het bestrijden van de Amerikaanse rivierkreeften. Joep: “Bijvoorbeeld door flauwe oevers te maken. Het is voor Amerikaanse rivierkreeften moeilijker om holen te graven in dit soort oevers. Ze gaan niet meer verdwijnen uit ons land, daarvoor zijn het er te veel. We proberen wel om kwetsbare natuurgebieden vrij te houden van Amerikaanse rivierkreeften. Zo zijn rondom een deel van de Overasseltse en Haterse Vennen ‘kreeftenschermen’ geplaatst met om de zoveel meter een soort glijbaantje waar amfibieën wel tegenop kunnen klimmen, maar rivierkreeften niet. Maar zo’n oplossing is vrij kostbaar en onderhoudsintensief en kun je natuurlijk niet overal toepassen. Gelukkig zien we ook dat inheemse fauna, zoals reigers en otters, Amerikaanse rivierkreeften eten. Dat is goed, maar gaat waarschijnlijk niet leiden tot een serieuze vermindering. Daarvoor moet je toch echt het hele ecosysteem weerbaarder maken.”

Watercrassula komt in Nederlandse wateren ongeveer sinds 1995 voor.

Watercrassula

Ook uit vijvers en aquaria afkomstig is watercrassula. Deze in Australië en Nieuw-Zeeland voorkomende waterplant werd vroeger veel in aquaria of tuinvijvers gestopt, waar hij ging woekeren. In 1995 is hij voor het eerst in de Nederlandse natuur gezien en sindsdien vormt hij een steeds groter probleem. Joep: “Hij komt op steeds meer plassen, meren en vennen voor en vormt een ondoordringbare mat die andere planten wegconcurreert en licht uit het water houdt. Hierdoor krijgt het onderwaterleven het moeilijk. Hij wordt snel groter en groter en is bijna niet weg te halen. Want als er maar een klein stukje achterblijft, groeit hij gewoon weer opnieuw, een klein stukje onder een schoen is daarvoor al voldoende. Een echte oplossing om watercrassula tegen te gaan is nog niet gevonden.” We proberen nu vooral te voorkomen dat hij naar gebieden verspreidt waar hij nog niet voorkomt.

De geelpoothoornaar is waarschijnlijk in 2004 in Europa terechtgekomen.

Geelpoothoornaar

Ook de geelpoothoornaar rukt op in Nederland. Voorheen stond deze soort bekend als de Aziatische hoornaar, maar omdat er meerdere soorten hoornaars in Azië leven zorgde deze naam voor verwarring. Een bevruchte koningin is waarschijnlijk in 2004 per ongeluk met een transport uit China in Frankrijk terechtgekomen, waarna de soort zich heeft verspreid. “Hoewel dit wel een invasieve exoot is, is zijn impact op de Nederlandse natuur beperkt. We hebben hier ook de inheemse Europese hoornaar, maar deze lijkt prima naast de geelpoothoornaar te kunnen leven. Geelpoothoornaars zijn opportunistische jagers op insecten. In de praktijk betekent dit dat ze vooral veelvoorkomende insecten eten, waardoor de impact op de biodiversiteit beperkt is. Voor imkers kunnen ze wel vervelend zijn, want ze vangen regelmatig honingbijen voor de ingang van bijenkasten. Omdat ze kunnen steken, kunnen ze ook voor mensen vervelend zijn. Maar de geelpoothoornaar is niet meer of minder agressief dan andere in Nederland voorkomende wespen. Daarnaast is de geelpoothoornaar ook niet giftiger dan de Europese hoornaar. Staatsbosbeheer haalt nesten van geelpoothoornaars in de regel ook niet weg, tenzij zo’n nest bijvoorbeeld dicht bij een speeltoestel zit.” Zie voor meer informatie over de geelpoothoornaar ook dit artikel in de levende natuur.

Reuzenberenklauw

Voor veel mensen voelt de reuzenberenklauw niet meer als een invasieve exoot. Hij groeit hier dan ook al sinds de 19de eeuw. Hij komt oorspronkelijk uit de Kaukasus en is als tuinplant in Nederland terecht gekomen, waarna hij zich vervolgens over heel Nederland heeft verspreid. Joep: “Voor de natuur is de reuzenberenklauw schadelijk omdat hij in het voorjaar erg snel groeit en zo de concurrentieslag met andere planten wint. Waar veel reuzenberenklauwen staan, komen minder andere planten voor. Voor mensen zijn ze ook behoorlijk lastig. Door aanraking met een reuzenberenklauw kan er sap op je huid komen, dat onder invloed van zonlicht tot grote blaren leidt. Dat is behoorlijk pijnlijk. Het verwijderen van de reuzenberenklauw is moeilijk. Als ze te dicht langs paden staan, doen we dat soms wel. Maar eigenlijk ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de provincies. Ook zetten we soms grazers in. Vooral met schapen en runderen werkt dat goed. Zij hebben ook geen last van het sap. Ze zijn in feite de natuurlijke vijanden van de reuzenberenklauw.”

Meer over dit onderwerp