Nieuws

Voorlopen met de boswachter: deel 2

  • 26 juni 2026
  • Leestijd 3 minuten

Tot 15 juli wordt er voorgelopen, maar wat is dat eigenlijk en waarom doen we dat? Wat komt er allemaal bij kijken? Ik ging mee met Boswachter Kevin om meer te weten te komen over wat voorlopen nou eigenlijk is. Tussendoor kwam ik veel te weten over het beheer van grasland en insectenstroken. In deze driedelige blogserie neem ik je mee in ons gesprek. Dit is deel twee.  

Tijdens het voorlopen komen we een kudde schapen tegen

Vandaag gaan we voorlopen

Maar goed, wat gaan we vandaag doen? We gaan voorlopen. Ik vraag Kevin naar het doel. Simpelweg gaan we inventariseren. Om ons doel te bereiken met deze percelen, willen we dus die soorten, zoals witbol en grote vossenstaart, wegkrijgen. Daarom moet je dus vroeg maaien, voor deze de kans krijgen zaad te zetten en te verspreiden. Daarom maai je ín het broedseizoen. Niet ideaal, maar om dat te kunnen doen, moeten we het perceel eerst voorlopen. Ook merkt hij op dat het gras nu kniehoog staat en dat de pachter er ook nog wat aan heeft als hij het nu maait, want zo heeft zijn vee nog wat eiwitrijk gras te eten. Dit is dus winst voor ons, omdat het gras afgevoerd wordt. En winst voor de boer, omdat zijn vee te eten krijgt.

3 vuistregels

Voor het voorlopen zijn 3 vuistregels:

  • Zijn er nesten met bijvoorbeeld jonge reeën, haasjes of vogels? Dan moet er omheen gemaaid worden
  • Zien we gewenste vegetatie zoals knoopkruid, koekoeksbloem of orchideeën, dan laten we ook dat staan
  • En we laten insectenstroken staan. Van ieder grasland laten we 10-15% staan voor de insecten
Ik vraag hem of hij al iets verwacht of een idee heeft wat hij tegen gaat komen. ‘Als ik aankom kijk ik eerst – hoe is het veld eraan toe?’ Hij legt uit dat je normaal al iets ziet opvallen. Hier zien we vooral boterbloemen, wat uitgebloeide paardenbloemen en wat zuring, maar dat is niet per se een hele gewilde soort, vertelt Kevin. In het veld achter ons staat al wat knoopkruid, dat perceel is al wat harder op weg naar een grotere variatie. De boterbloemen schitteren in de ochtendzon. Hij legt uit dat ondanks dat de boterbloem niet de meest gewenste soort is, bestuivers er wel wat aan hebben. ‘Als je deze vegetatie ziet staan, ga je dus al rekenen in je hoofd en weet je waarschijnlijk al dat die baan met boterbloemen je insectenstrook gaat worden.’

Techniek

Ik vraag Kevin of er nog een soort techniek is. Hij legt uit dat het eigenlijk vrij eenvoudig is, we lopen recht vooruit, we kijken links en rechts én recht voor onze voeten, lopen tot het einde van het veld en dan schuiven we een baan op en dan lopen we weer terug. We beginnen me lopen. Een tijdje lopen we zwijgend, met alleen het geluid van onze voeten in het hoge gras.


Hazen en reeën

Je kunt nooit alles zien, legt Kevin uit. Je neemt stroken van vijf, zes meter breed. Dit is een vrij eentonig landschap, dus je ziet al snel als er iets tussenstaat. Maar we kijken natuurlijk ook naar nesten. ‘…we gaan straks hazen tegenkomen, die rennen pas weg als je op een paar meter afstand bent. Reeën springen zelfs pas op als er vlak voor bent. Daarom kun je niet zeggen: ik begin hier en loop twintig meter verderop de tweede baan, want dan blijven ook de meeste vogels zitten.’

Even later rent er inderdaad een haas weg. Kevin vertelt dat het de kunst is om nu te achterhalen of er een nest zit of dat de haas daar alleen aan het rusten was. We komen bij een kleine plek waar het gras plat is gedrukt. Geen nest, de haas heeft er alleen gelegen.


Focus

We lopen een tijdje en kletsen volop verder over insecten, over maaien en beheren, over Kevins achtergrond en dat hij altijd al iets met natuur wilde doen. Ondertussen komen we de kudde schapen tegen die hard beginnen te blaten. Ineens ben ik veel dichter naast Kevin dan toen we begonnen. Hij benoemt meteen dat dit de valkuil is, dat je snel gaat slingeren. Hij geeft me wat tips. ‘Je bent snel geneigd de makkelijke wegen te volgen.’ Dat klopt, ik volgde inderdaad een soort paadje waar de schapen me voor waren gegaan. Volgens Slingerland, kun je het beste een oriëntatiepunt nemen. Als er een sloot aan de zijkant is, kun je die ook als liniaal gebruiken. Zigzaggend zou je in principe meer kunnen zien, maar dan ben je snel je oriëntatie kwijt en is er juist risico dat je delen overslaat.

We lopen verder en zijn een tijdje stil. Het is heerlijk weer en we lopen kalm door het veld, je zou haast vergeten dat het werk is. Ik vraag hem waar hij aan denkt als hij zo loopt. ‘Je zet je verstand op nul, als je met iets groots zit zoals een verhuizing of verbouwing denk je daar wel aan. Maar je moet ook niet te veel afdwalen, want dan mis je dingen. Dus ik probeer nog steeds op zoek naar kleinere dingen, jezelf ernaar terugtrekken. Even je telefoon pakken, soorten identificeren. Het scheelt nu dat we samenlopen en een beetje kunnen kletsen. Dan blijf je erbij met je hoofd.’

Volgende week leggen we je uit wat insectenstroken zijn.
Boswachter Kevin tijdens het voorlopen, dat doen we voor dat we gaan maaien.
Over de auteur
boswachter Jiska Koenders
jiska koenders Boswachter
Westbroekse Binnenweg 5
3612 AE Tienhoven
j.koenders@staatsbosbeheer.nl
Meer over dit onderwerp