Nieuws
Half mei, bomen en planten komen volop tot leven. Lariksen hebben hun groene naalden weer terug en beuken hun frisgroene bladeren. Boterbloemen en paardenbloemen kleuren graslanden en bermen geel. En ook in natuurgebieden komen allerlei planten tot bloei. In dit blog lees je over een aantal zeldzame soorten die strenge eisen stellen aan hun groeiplek en weer een kans krijgen door de manier waarop we het gebied beheren.
Wanneer je over Het Greveld fietst, lijkt het misschien alsof er alleen maar droge heide staat. Maar als je afstapt en even wat beter kijkt, sta je versteld wat je allemaal vindt langs het fietspad. Hier en daar wat paardenbloemen, maar ook soorten die daar op lijken zoals muizenoor, kleine leeuwentand en gewoon biggenkruid. Andere soorten die je alleen naast het fietspad kunt tegenkomen zijn stijf havikskruid, muurpeper, speerdistel en heel veel duizendblad.
Langs de fietspaden zie je restanten van de oude schelpenpaden. De schelpen geven langzaam kalk af die de bodem minder zuur maken. En daar profiteren tormentil, gewone agrimonie en muurpeper van. Op de Noorderheide bij Elspeet en Vierhouten kun je ook kalkliefhebbers zoals tormentil, mannetjes ereprijs, fraai hertshooi en hengel vinden. Daar liggen geen oude schelpenpaden, maar wel een betonnen gotensysteem dat de familie Van Beuningen de vorige eeuw heeft geplaatst. Deze goten verweren nu en daarbij komt ook kalk vrij.
Er is nog iets bijzonders te vinden op de heide: de kleine schorseneer. Een soort die sinds 2017 op de rode lijst staat en nog maar op enkele plekken groeit. Om deze soort te behouden en een kans te geven zich te verspreiden, vangen we de zaadjes op en strooien die uit in een klein opengemaakt stukje grond op de heide.
Afgelopen week ging ik samen met onze boswachter ecologie op pad om te kijken of er al jonge planten opkwamen. Daarvoor lig je op je buik languit in de heide, op zoek naar een centimeter groot sprietje. Toch hebben we er een aantal gevonden. Om de volwassen planten extra te beschermen wordt er een kokertje van fijnmazig gaas omheen gezet. Zo voorkomen we dat reeën of andere dieren de nog niet uitgebloeide bloemknoppen opeten en de planten geen zaden kunnen vormen. Hopelijk kunnen deze planten opgroeien en zelf zaden krijgen zodat de soort minder zeldzaam wordt.
Naast de soorten die kalk of een basische bodem nodig hebben, zijn er ook soorten die juist om lemige, voedselrijkere bodems vragen. Zoals het bleeksporig bosviooltje, bosanemoon, fraai hertshooi of de zeldzame knollathyrus. Deze plant bloeit van april tot juli en is heel lastig te vinden. Door een bepaalde vorm van beheer, zoals afgevallen bladeren weghalen, rekening houden met het moment van maaien en plaatsen van een zwijnenkerend raster kan deze soort hopelijk behouden worden.
Dus een tip voor als je komende tijd lekker naar buiten gaat: stap onderweg van je fiets of ga tijdens een wandeling eens door de knieën. En ontdek dat er veel meer bloeit en leeft dan je denkt.