Nieuws
“Kijk daar zitten er een paar; rosse grutto’s”. Staatsbosbeheer-boswachter op Texel Thomas van der Es vindt dit de ultieme trekvogel. “Hij heeft het record van 13.000 kilometer non-stop vliegen in dertien dagen op zijn naam staan.” Op dit moment verblijven er nog vele op Texel voordat ze naar hun broedgebied in de noordelijke toendra’s vertrekken. Klimaatverandering maakt het trekvogels steeds lastiger. “Wat we hier op de Wadden voor ze kunnen doen, is vooral zorgen voor rust en dat er genoeg voedselrijke wadplaten aanwezig zijn.”
Het waddengebied is voor miljoenen vogels wereldwijd van levensbelang. Sommigen overwinteren hier en verblijven zomers in het noorden, andere zijn juist in de winter in het zuiden en komen hier broeden. Maar meer dan de helft gebruikt de Wadden als tussenstop in hun lange intercontinentale reis; om een paar weken te rusten en te eten voor ze doortrekken. Thomas: “Voor al deze vogels is het Wad cruciaal. Met de zandplaten en slikken en de afwisseling tussen hoog en laag water heeft het een zeer rijk bodemleven, waardoor vogels snel hun energievoorraad kunnen aanvullen.”
De boswachter speurt met zijn verrekijker over de Texelse Slufter en blijft hangen bij een grote groep goudplevieren. Ze ogen vrij relaxed, maar dat is tijdelijk. “Ze zijn klaar om te vertrekken. Misschien beginnen ze vanavond al aan hun reis naar het noorden. Als je goed kijkt zie je dat de mannetjes hun prachtkleed aan hebben, in de baltstijd krijgen ze een goudkleurige rug, een gitzwarte borst en een spierwitte kraag om indruk op vrouwtjes te maken. Ze zijn nu optimaal gevoed en gekleed. Als de goudplevieren op hun eindbestemming aankomen, zoeken ze in een razend tempo hun partner, bouwen een nest, leggen eieren en broeden ze uit. Zodra de kuikens het nest verlaten, keren de ouders alweer terug. De kuikens houden zich op de toendra in leven met insecten en als ze goed genoeg kunnen vliegen, komen ze ook deze kant op. Ja, ze weten de weg. Bijzonder he?”
De timing komt voor veel trekvogels heel nauw. Ze moeten bijvoorbeeld precies op tijd in Siberië, Groenland of Canada zijn. Op het moment dat de sneeuw is gesmolten en de vegetatie volop groeit en bloeit, is er een explosie van insecten. Daar moeten de kuikens het van hebben. Maar nu het klimaat opwarmt, vindt dat hele proces eerder in het voorjaar plaats. Hierdoor kunnen trekvogels zomaar de boot missen als ze zich niet aan weten te passen.
Recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam laat zien dat de meest onderzochte ganzen en zwanen op de middellange termijn wel flexibel zijn, behalve rotganzen. Maar dat voor veel soorten op de lange termijn problemen zijn te verwachten omdat de opwarming te snel gaat waardoor deze trekvogels niet optimaal kunnen profiteren van het slechts tijdelijk aanwezige voedselaanbod.
Hoewel de GPS-zenders steeds kleiner worden, werkt dit alleen bij relatief grote steltlopers. “Van de kleinere soorten, zoals de bonte strandloper, weten we vrijwel niks. Dit is de soort die hier het meest voorkomt. Wat we wel weten is dat hier voorheen ruim een miljoen bonte strandlopers kwam en dat dat de afgelopen dertig jaar met een kwart is afgenomen. Dat is gigantisch, en we hebben geen idee hoe dat komt. Ligt de oorzaak in het broedgebied, of hier in de Waddenzee? Sinds kort werken we met een nieuwe meetmethode voor deze soort: WATLAS. We geven ze een hele kleine zender van ongeveer een gram en plaatsen lokale ontvangers. Hierdoor kunnen we nu wel hun bewegingen in het wad volgen en hun doen en laten meten. Maar zodra ze migreren, zijn we ze kwijt. Totdat ze weer terugkomen. Van dit onderzoek weten we nu bijvoorbeeld dat ze plekken opzoeken met hoge dichtheden zeeduizendpoten. Maar we hebben nu pas het tipje van de sluier gelicht en het is heel belangrijk om ook van deze veel voorkomende vogel te weten wat hij nodig heeft. Vooral omdat hij zo hard achteruit gaat.”
Allert hoopt dat natuurbeheerders en beleidsmakers gebruik maken van de fundamentele inzichten die het NIOZ-onderzoek opleveren. “Recent hebben we bijvoorbeeld gevonden dat een tiende van de populatie rosse grutto’s in de Wadden slijkgarnaaltjes komt eten. Dat doen ze vooral bij Balgzand, vlakbij Den Helder. Tegelijkertijd zijn er regelmatig plannen om bijvoorbeeld Balgzand in te polderen of er een fietspad aan te leggen. Dat zijn dus slechte ideeën als je de vogelpopulaties in stand wil houden.”
Door te weten hoe de vogels zich gedragen, kunnen we rekening met ze houden
Ook Thomas wijst op het belang van onderzoek. Daarom werkt Staatsbosbeheer ook met het NIOZ samen en heeft Thomas bijvoorbeeld afgelopen week nog een keer geholpen met het zenderen van kanoeten. “Door te weten hoe de vogels zich gedragen kunnen we beter rekening met ze houden. We zien zo bijvoorbeeld het effect van recreanten op trekvogels. Als ze te vaak verstoord raken en moeten opvliegen, bouwen ze onvoldoende reserves op voor hun trek. En niet alleen recreanten zijn een verstorende factor, dat geldt ook voor bijvoorbeeld de visserij en het aanleggen en onderhoud van leidingen. De onderzoeksgegevens helpen om zaken af te wegen bij recreatiezonering, waarbij we kijken wat waar wel en niet kan.”
Nu komt de timing van trekvogels door klimaatverandering in het nauw door hogere temperaturen. Maar de gevolgen kunnen nog veel groter worden. Allert: “We zien al dat het bodemleven verandert doordat het water warmer wordt. Er zijn nu bijvoorbeeld veel meer schelpkokerwormen. In koude winters overleven zij vaak niet, maar omdat die vrijwel niet meer voorkomen groeit hun populatie. Dat is niet per se goed of slecht, het is wel een verandering die de bestaande balans verstoort. Ook zien we steeds meer Filipijnse tapijtschelpen. Die zijn ooit voor de visserij in Frankrijk uitgezet, maar gedijen inmiddels ook hier erg goed waarbij de aantallen nu elk jaar verdubbelen. En het zou kunnen dat hij de concurrentieslag wint van de gewone kokkel, die hier altijd in grote getale voorkwam maar het moeilijk heeft met de toegenomen temperatuur en al jaren in aantal afneemt. Wat hiervan de gevolgen zijn, weten we nog niet.”
Net als Allert is ook Thomas zich bewust van de grote verantwoordelijkheid die Nederland heeft om goed voor het Wad te zorgen. “Het is een uniek natuurgebied met een essentiële wereldwijde sleutelrol voor trekvogels, niet voor niets staat het op de werelderfgoed lijst van Unesco. Het enige natuurlijke werelderfgoed dat Nederland rijk is. Als Staatsbosbeheer zetten wij ons dan ook in voor de Wadden, bijvoorbeeld door voor zoveel mogelijk rust te zorgen. En door te werken aan de instandhouding van open duin en voedselrijke kweldergebieden. Maar ook door keer op keer het belang van de Wadden onder de aandacht te brengen.”
Hij wijst op een groep kanoeten. “Samen met andere steltlopers zitten ze soms met z’n tienduizenden op een zandplaat.. Ik denk dat ze ieder moment kunnen vertrekken Het zijn nu goede vertrekomstandigheden, met deze oost, zuid-oosten wind. Gisteravond hoorde ik ze veel en opgewonden roepen. Hun onrust is duidelijk merkbaar; het is tijd voor hun vervolgreis. Als ze dan met z’n allen tegelijkertijd opstijgen zorgt dat voor een enorme tornado-achtige wolk. Dat blijft prachtig om te zien.”
De eerste gezenderde kanoet is afgelopen week al vertrokken richting het hoge noorden. Dit is live te volgen. Op deze website zijn ook andere trekvogels live te volgen.