Nieuws

Een essentiële rustplaats voor miljoenen intercontinentale reizigers

  • 08 mei 2026
  • Biodiversiteit
  • Leestijd 6 minuten

“Kijk daar zitten er een paar; rosse grutto’s”. Staatsbosbeheer-boswachter op Texel Thomas van der Es vindt dit de ultieme trekvogel. “Hij heeft het record van 13.000 kilometer non-stop vliegen in dertien dagen op zijn naam staan.” Op dit moment verblijven er nog vele op Texel voordat ze naar hun broedgebied in de noordelijke toendra’s vertrekken. Klimaatverandering maakt het trekvogels steeds lastiger. “Wat we hier op de Wadden voor ze kunnen doen, is vooral zorgen voor rust en dat er genoeg voedselrijke wadplaten aanwezig zijn.”

De rosse grutto is de ultieme trekvogel volgens boswachter Thomas van der Es.

Van levensbelang

Het waddengebied is voor miljoenen vogels wereldwijd van levensbelang. Sommigen overwinteren hier en verblijven zomers in het noorden, andere zijn juist in de winter in het zuiden en komen hier broeden. Maar meer dan de helft gebruikt de Wadden als tussenstop in hun lange intercontinentale reis; om een paar weken te rusten en te eten voor ze doortrekken. Thomas: “Voor al deze vogels is het Wad cruciaal. Met de zandplaten en slikken en de afwisseling tussen hoog en laag water heeft het een zeer rijk bodemleven, waardoor vogels snel hun energievoorraad kunnen aanvullen.”

De boswachter speurt met zijn verrekijker over de Texelse Slufter en blijft hangen bij een grote groep goudplevieren. Ze ogen vrij relaxed, maar dat is tijdelijk. “Ze zijn klaar om te vertrekken. Misschien beginnen ze vanavond al aan hun reis naar het noorden. Als je goed kijkt zie je dat de mannetjes hun prachtkleed aan hebben, in de baltstijd krijgen ze een goudkleurige rug, een gitzwarte borst en een spierwitte kraag om indruk op vrouwtjes te maken. Ze zijn nu optimaal gevoed en gekleed. Als de goudplevieren op hun eindbestemming aankomen, zoeken ze in een razend tempo hun partner, bouwen een nest, leggen eieren en broeden ze uit. Zodra de kuikens het nest verlaten, keren de ouders alweer terug. De kuikens houden zich op de toendra in leven met insecten en als ze goed genoeg kunnen vliegen, komen ze ook deze kant op. Ja, ze weten de weg. Bijzonder he?”

Een goudplevier en een zwerm rotganzen

Timing in gedrang

De timing komt voor veel trekvogels heel nauw. Ze moeten bijvoorbeeld precies op tijd in Siberië, Groenland of Canada zijn. Op het moment dat de sneeuw is gesmolten en de vegetatie volop groeit en bloeit, is er een explosie van insecten. Daar moeten de kuikens het van hebben. Maar nu het klimaat opwarmt, vindt dat hele proces eerder in het voorjaar plaats. Hierdoor kunnen trekvogels zomaar de boot missen als ze zich niet aan weten te passen.
Recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam laat zien dat de meest onderzochte ganzen en zwanen op de middellange termijn wel flexibel zijn, behalve rotganzen. Maar dat voor veel soorten op de lange termijn problemen zijn te verwachten omdat de opwarming te snel gaat waardoor deze trekvogels niet optimaal kunnen profiteren van het slechts tijdelijk aanwezige voedselaanbod.

Onderzoek met zenders

Ook op Texel vindt onderzoek naar trekvogels plaats. Naar steltlopers om precies te zijn, zoals de kanoet, de rosse grutto en de bonte strandloper. Dat doet het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) in het hele Waddengebied, maar ook wereldwijd langs de trekroutes. Onderzoeksleider Allert van Bijleveld vertelt dat ze veel steltlopers zenderen, zoals de kanoet en de rosse grutto. “Met deze zenders krijgen we een prachtige inkijk in hun leven. Zo zien we op welke plekken ze verblijven, soms in grote getale. Dit blijken plekken met voldoende voedselaanbod te zijn. Maar we zien ook waar ze niet zijn. Door daarnaast bodemonderzoek te doen, ontdekken we de relatie tussen de aanwezigheid van steltlopers en de condities van de bodem. Hierbij nemen we op veel plekken bodemmonsters. Enerzijds om te meten hoeveel leven er in de bodem zit en anderzijds om bijvoorbeeld de korrelgrootte te meten en vast te stellen hoe modderig of zanderig de bodem is. Dat zijn allemaal eigenschappen die bepalend zijn voor het bodemleven.”

Een gezenderde kanoet (foto Benjamin Gnep, NIOZ) en een groep dalende strandlopers.

Kleinere zenders

Hoewel de GPS-zenders steeds kleiner worden, werkt dit alleen bij relatief grote steltlopers. “Van de kleinere soorten, zoals de bonte strandloper, weten we vrijwel niks. Dit is de soort die hier het meest voorkomt. Wat we wel weten is dat hier voorheen ruim een miljoen bonte strandlopers kwam en dat dat de afgelopen dertig jaar met een kwart is afgenomen. Dat is gigantisch, en we hebben geen idee hoe dat komt. Ligt de oorzaak in het broedgebied, of hier in de Waddenzee? Sinds kort werken we met een nieuwe meetmethode voor deze soort: WATLAS. We geven ze een hele kleine zender van ongeveer een gram en plaatsen lokale ontvangers. Hierdoor kunnen we nu wel hun bewegingen in het wad volgen en hun doen en laten meten. Maar zodra ze migreren, zijn we ze kwijt. Totdat ze weer terugkomen. Van dit onderzoek weten we nu bijvoorbeeld dat ze plekken opzoeken met hoge dichtheden zeeduizendpoten. Maar we hebben nu pas het tipje van de sluier gelicht en het is heel belangrijk om ook van deze veel voorkomende vogel te weten wat hij nodig heeft. Vooral omdat hij zo hard achteruit gaat.”

Allert hoopt dat natuurbeheerders en beleidsmakers gebruik maken van de fundamentele inzichten die het NIOZ-onderzoek opleveren. “Recent hebben we bijvoorbeeld gevonden dat een tiende van de populatie rosse grutto’s in de Wadden slijkgarnaaltjes komt eten. Dat doen ze vooral bij Balgzand, vlakbij Den Helder. Tegelijkertijd zijn er regelmatig plannen om bijvoorbeeld Balgzand in te polderen of er een fietspad aan te leggen. Dat zijn dus slechte ideeën als je de vogelpopulaties in stand wil houden.”


Door te weten hoe de vogels zich gedragen, kunnen we rekening met ze houden
Boswachter Thomas van der Es

Rekening met ze houden

Ook Thomas wijst op het belang van onderzoek. Daarom werkt Staatsbosbeheer ook met het NIOZ samen en heeft Thomas bijvoorbeeld afgelopen week nog een keer geholpen met het zenderen van kanoeten. “Door te weten hoe de vogels zich gedragen kunnen we beter rekening met ze houden. We zien zo bijvoorbeeld het effect van recreanten op trekvogels. Als ze te vaak verstoord raken en moeten opvliegen, bouwen ze onvoldoende reserves op voor hun trek. En niet alleen recreanten zijn een verstorende factor, dat geldt ook voor bijvoorbeeld de visserij en het aanleggen en onderhoud van leidingen. De onderzoeksgegevens helpen om zaken af te wegen bij recreatiezonering, waarbij we kijken wat waar wel en niet kan.”

Nu komt de timing van trekvogels door klimaatverandering in het nauw door hogere temperaturen. Maar de gevolgen kunnen nog veel groter worden. Allert: “We zien al dat het bodemleven verandert doordat het water warmer wordt. Er zijn nu bijvoorbeeld veel meer schelpkokerwormen. In koude winters overleven zij vaak niet, maar omdat die vrijwel niet meer voorkomen groeit hun populatie. Dat is niet per se goed of slecht, het is wel een verandering die de bestaande balans verstoort. Ook zien we steeds meer Filipijnse tapijtschelpen. Die zijn ooit voor de visserij in Frankrijk uitgezet, maar gedijen inmiddels ook hier erg goed waarbij de aantallen nu elk jaar verdubbelen. En het zou kunnen dat hij de concurrentieslag wint van de gewone kokkel, die hier altijd in grote getale voorkwam maar het moeilijk heeft met de toegenomen temperatuur en al jaren in aantal afneemt. Wat hiervan de gevolgen zijn, weten we nog niet.”

Zeespiegelstijging

Maar de grootste klimaatbedreiging van het Wad is natuurlijk de zeespiegelstijging. Allert zegt dat nu al meetbaar is dat het water ieder jaar een paar millimeter hoger komt. “Als die stijging doorzet en we doen niks, ziet het Waddengebied er in 2100 heel anders uit. Dan zullen de meeste wadplaten verdronken zijn, dan staan ze constant onder water. Desastreus voor de trekvogels. Ik hoop dat we dit kunnen voorkomen. Uiteraard moeten we wereldwijd minder CO2 uitstoten. Maar we kunnen lokaal ook maatregelen nemen. Zoals bijvoorbeeld het voorkomen van verdere bodemdaling door gasboringen en zoutwinning. Bodemdaling versterkt het effect van zeespiegelstijging logischerwijs. Ook zouden we al verder vooruit moeten kijken. Als we het Wad in de toekomst willen behouden, moeten we het meer de ruimte geven. Door de harde dijken weg te halen - hier en daar op de eilanden, maar vooral aan de vaste land kust - kunnen we het Wad meer ruimte geven. Hierdoor kan het zich verplaatsen en dus beter meebewegen met de zeespiegelstijging Dit is een moeilijke discussie waarbij veel verschillende belangen spelen.”

“Want het mooie is”, zegt Allert, “dat het Wad zich ook heel goed kan herstellen als het rust en ruimte krijgt.” Hij herinnert het Wad rond het kleine eiland Griend nog als een kale vlakte. “Zo’n vijfentwintig jaar geleden is de mechanische kokkelvangst hier gestopt. Nu liggen er weer oester- en mosselbanken, heeft het weer verschillende structuren en maken vele trekvogels weer gebruik van het rijke bodemleven.”

Kanoeten, rosse grutto’s en bonte strandlopers bij het eiland Griend (foto: Benjamin Gnep, NIOZ)

Grote verantwoordelijkheid

Net als Allert is ook Thomas zich bewust van de grote verantwoordelijkheid die Nederland heeft om goed voor het Wad te zorgen. “Het is een uniek natuurgebied met een essentiële wereldwijde sleutelrol voor trekvogels, niet voor niets staat het op de werelderfgoed lijst van Unesco. Het enige natuurlijke werelderfgoed dat Nederland rijk is. Als Staatsbosbeheer zetten wij ons dan ook in voor de Wadden, bijvoorbeeld door voor zoveel mogelijk rust te zorgen. En door te werken aan de instandhouding van open duin en voedselrijke kweldergebieden. Maar ook door keer op keer het belang van de Wadden onder de aandacht te brengen.”
Hij wijst op een groep kanoeten. “Samen met andere steltlopers zitten ze soms met z’n tienduizenden op een zandplaat.. Ik denk dat ze ieder moment kunnen vertrekken Het zijn nu goede vertrekomstandigheden, met deze oost, zuid-oosten wind. Gisteravond hoorde ik ze veel en opgewonden roepen. Hun onrust is duidelijk merkbaar; het is tijd voor hun vervolgreis. Als ze dan met z’n allen tegelijkertijd opstijgen zorgt dat voor een enorme tornado-achtige wolk. Dat blijft prachtig om te zien.”

De eerste gezenderde kanoet is afgelopen week al vertrokken richting het hoge noorden. Dit is live te volgen. Op deze website zijn ook andere trekvogels live te volgen.

Meer over dit onderwerp