Nieuws
Vandaag kijk ik graag even terug op de maand maart. In januari zijn we de uitdaging aangegaan om in 2026 zoveel mogelijk soorten dieren, planten, schimmels en mossen te tellen in Nationaal Park Nieuw Land. Via waarneming.nl worden de soorten die we tegenkomen op de Marker Wadden,rond het Trintelzand, in de Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen en op het Oostelijk deel van de Markermeer geregistreerd en via een ‘Bioblitz’ gepresenteerd.
Het leuke van dit initiatief is dat iedereen met een smartphone mee kan doen met het soorten zoeken. Een soort paaseieren zoeken, maar dan niet beperkt tot een weekend, maar een heel jaar lang. En zonder dat iemand iets hoeft te verstoppen.
Maart is de maand waarin de vroege broedvogels terugkeren van hun overwinteringsgebieden in het zuiden en overwinteraars het nationaal park weer verlaten richting hun broedgebieden in het noorden. Zo hebben we afscheid genomen van de wilde en kleine zwanen en hebben we de blauwborst, fitis, snor en rietzanger weer verwelkomd.
Het is altijd zo’n fijne maand waarin je bijna elke ochtend weer vogelsoort extra kunt noteren. Het ideale moment om je vogelherkenningsvaardigheden uit te breiden.
De statistieken: eind maart staan we op 168 vogelsoorten. Dat is al behoorlijk veel, maar vergeleken met een zomerse ‘Big Morning’, een ochtend in augustus 2025 waarbij 80 vogelfanaten 116 soorten noteerden, verwachten we met nog negen maanden te gaan zeker nog een flinke toename.
Niet geheel verwonderlijk hebben mossen en korstmossen de vogels inmiddels ingehaald in aantal soorten. Op 14 en 28 maart vonden er twee excursies plaats onder leiding van Lukas Verboom en Rens van der Knoop. Er werden 111 nieuwe mos- en korstmossoorten bijgeschreven. In een eerder blog schreef collega Douwe al over de bijzondere ervaring om met een deskundige bij een boom te staan en met een loepje de stam af te speuren op zoek naar talloze korstmossen en mossen. Na zo’n ervaring blijft, naast een uitbreiding van soortenkennis, vooral verwondering over de enorme diversiteit op een relatief klein oppervlak hangen. Dat het zoeken naar soorten ook gewoon doorgaat na de officiële excursie maakt Douwe wel duidelijk met zijn foto van groene citroenkorst op een stoeprand bij het beheerkantoor van Staatsbosbeheer. En dit is precies waar het om draait bij het soortenjaar: je bewust worden van de soorten waarmee we deze aardbol delen (of gewoon genieten omdat het leuk is).
Hoewel dit toch de meest in het oog springende soortgroep is blijven de aantallen altijd wat achter bij wat ik zou verwachten. Het voorjaar laat zich nu vooral in de eerste bloeiende planten en struiken zien en met de warme dagen in halverwege maart exploderen de eerste ‘naaktbloeiers’ en maken een wandeling door het Hollandse Hout of het Kotterbos tot een groot feest. Een door de zon beschenen struweelrand tooit zich in een bruidsluier van witte bloesems van sleedoorn en zoete kers. Er werden in maart 29 soorten bijgeschreven. Nu steeds meer soorten gaan bloeien verschuift de aandacht waarschijnlijk ook wat meer naar plantensoorten. Ter vergelijk: We eindigden het 2021 soortenjaar met bijna 500 verschillende planten en we zitten dit jaar op 92 soorten. Er ligt dus nog een uitdaging voor de plantenliefhebbers. Voor maart kan een foto van het maarts viooltje natuurlijk niet ontbreken.
Er werden in maart ook 36 verschillende paddenstoelen bijgeschreven. Waarmee het totaal op 81 soorten komt. Het is dus zeker niet zo dat we alleen in de herfst van paddenstoelen kunnen genieten. Eigenlijk is dit een soortgroep die het hele jaar gezocht kan worden.
Op 18 maart zien we een piekmoment in de aantallen paddenstoelen die geregistreerd worden. Dat kan alleen maar betekenen dat de paddenstoelendeskundigen van WMOIJ langs zijn geweest voor een inventarisatierondje in het Hollandse Hout. Altijd bijzonder hoeveel soorten zij dan langs een paar honderd meter bospad tegenkomen. En denk niet alleen aan de paddenstoelen met steel en hoedje, maar ook aan korstzwammen zoals de zeldzame Hazelaarkorstkogelzwam op een dood stammetje, die door Ieko Staal is vastgelegd.
Als je het over voorjaar en bloeiende planten hebt dan verwacht je ook dat insecten als bestuivers en nektarsnoepers uit hun winterverblijven kruipen. En waar bijen en hommels zijn is ook collega ecoloog Eric Roeland niet ver weg. Zijn passie voor het vliegende grut maakte dat hij in maart 8 soorten bijen registreerde waaronder de prachtige wimperzandflankbij.
Vier heren (en ook anderen) gaan onverdroten door met het registreren van nachtvlinders en micro’s. Ico Hoogendoorn, Frank Böinck, Janpaul4u en Mervyn Roos registreerden ook in maart weer een 10-tal soorten. In april wordt het weer warmer en hoor ik steeds meer over initiatieven om te gaan nachtvlinderen door soortgroepspecialisten en collega’s bij het Buitencentrum en het Natuurbelevingcentrum. Dit zal dan ongetwijfeld voor een grote toename in het aantal nachtvlinders en micro’s gaan zorgen. We houden je hierover graag op de hoogte.