Nieuws
Afgelopen zaterdag had ik, in het kader van het NPNL Soortenjaar 2026, het voorrecht om deel te nemen aan een bijzondere mossenexcursie. Onder de deskundige leiding van mossenexpert Rens van der Knoop doken we met een kleine, nieuwsgierige groep natuurliefhebbers de wondere wereld van mossen in. En wat blijkt: zodra je écht gaat kijken, gaat er weer een wereld voor je open.
De excursie vond plaats in het Hollandse Hout, onderdeel van de Oostvaardersplassen. Dit bosgebied is bijzonder in Nederland. Waar onze bossen meestal op droge zandgronden staan, omdat die gronden minder geschikt zijn voor landbouw, ligt het Hollandse Hout op relatief vochtige en voedselrijke bodem. Hierdoor kom je er vooral loofbomen tegen, en dat biedt leefruimte aan een heel scala aan mossen die elders minder snel een plek vinden.
Het is een bos dat op het eerste gezicht misschien ‘gewoon bos’ lijkt, maar wie iets verder kijkt, merkt al snel dat bossen op voedselrijke bodem een enorme biodiversiteit kunnen herbergen. Persoonlijk wist ik dit al van vogels, loofbomen en zoogdieren, maar als je met de ogen van Rens kijkt, gaat er opnieuw een wereld voor je open: een wereld van kleine plantjes die de bodem, stammen en dode houtresten bedekken. Elk met zijn eigen vorm, textuur en voorkeur.
Mossen behoren tot de embryofyten (landplanten), maar vormen een heel oude en primitieve groep binnen het plantenrijk. In tegenstelling tot hogere planten hebben ze geen echte wortels, geen bloemen en geen zaden. In plaats daarvan bestaan ze vooral uit kleine, groene structuren die water opnemen over hun hele oppervlak, en planten ze zich voort via sporen.
Mossen worden ingedeeld in grofweg drie hoofdgroepen:
Mossen zijn klein, maar hun functie in ecosystemen is gigantisch. Een paar van de positieve effecten:
In slechts een paar uur tijd wisten we 56 soorten mossen te vinden. Het merendeel betrof algemene soorten, maar er zaten ook enkele minder algemene en zelfs een paar zeldzame tot zeer zeldzame soorten tussen. Elke keer kwam Rens weer met een nieuwe soort die we nog niet hadden gezien. Hij ratelde moeiteloos de wetenschappelijke (Latijn of Grieks) naam op, maar moest vaak even nadenken over de Nederlandse benaming, die in mijn ogen toch echt veel makkelijker te onthouden zijn/ Het was een genot om zoveel soorten te ontdekken, ik voelde me een kind in een snoepwinkel. Zóveel te zien, zelfs op de schaal van een paar centimeter. Wat een wonderlijke natuur.