Nieuws
Diep in de polders tussen Werkendam, Nieuwendijk en Hank ligt een verborgen natuurparel: de Oostwaard. Door het naastgelegen Nationaal Park De Biesbosch rijden veel mensen ongemerkt aan dit stukje Biesbosch voorbij. Je moet het dan ook maar net weten te vinden, verscholen tussen intensief gebruikte landbouwgronden.
De Oostwaard is vandaag de dag een landbouwpolder met spruiten, aardappelen en suikerbieten. Op het eerste gezicht lijkt het voor natuurliefhebbers geen bijzonder gebied. Toch wordt het landschap doorkruist door groene verbindingen langs oude Biesboschkreken, zoals het Bakkerskil en de Oostkil.
Tot eind jaren zestig stonden deze kreken nog in open verbinding met de rivier en bewogen ze mee met de dynamiek van het getij. Langs de oevers lagen buitendijkse hakgrienden, waar griendwerkers hun brood verdienden.
In 1969 werden de kreken in de Oostwaard door middel van dijken en gemalen losgekoppeld van de rivier. Daarmee verdween de griendcultuur en werd het gebied volledig ingericht voor landbouw. De oevers vielen droog en de voormalige grienden groeiden uit tot weelderige wilgenbossen.
Nog altijd hebben de kreken, oevers en wilgenbossen van de Oostwaard een hoge natuurwaarde. In een landschap dat grotendeels wordt gedomineerd door intensieve landbouw vormen deze groene aders een baken van rust voor dieren.
Zoogdieren als reeën, hazen en vossen vinden hier een veilige plek om zich terug te trekken. Wie in het voorjaar vroeg in de ochtend de Oostwaard bezoekt, wordt bovendien getrakteerd op een waar openluchtconcert van zangvogels. Typische Biesboschsoorten zoals de matkop, gekraagde roodstaart, kleine bonte specht en wielewaal laten hier van zich horen.
In de winter struinen groepen vinken en lijsters door de bossen op zoek naar voedsel, waaronder kramsvogels en koperwieken.
Staatsbosbeheer werkt eraan om deze groene verbindingen nog robuuster en gevarieerder te maken. Afgelopen winter is daarom 8,5 hectare nieuw bos aangeplant op voormalige graslanden, die door het wegvallen van de rivierdynamiek een beperkte natuurwaarde hadden.
In het nieuwe bos groeit een brede mix van inheemse boom- en struiksoorten, zoals zomereik, zoete kers, haagbeuk, lijsterbes en kardinaalsmuts. Door deze variatie in soorten en structuur ontstaat een bos dat anders is dan de buitendijkse Biesboschbossen. Daarmee vormt de Oostwaard een waardevolle aanvulling op het Biesboschsysteem.
Het nieuwe bos draagt bovendien bij aan de Nationale Bossenstrategie. In 2020 is afgesproken dat er vóór 2030 in Nederland 37.000 hectare nieuw bos wordt aangelegd. Staatsbosbeheer wil daarvan 5.000 hectare realiseren.
De Oostwaard zelf ontdekken? Dan is het Oostwaardpad een aanrader. Deze route voert langs de groene kreken en uitgestrekte landerijen, waar het voortdurende samenspel tussen mens en natuur goed zichtbaar is.
Meer informatie over de route vind je hier.