Nieuws
Gisteren kwam ik haar tegen langs een fietspad in het Haagse Bos. Ze stond al in bloei. Ik ging door mijn knieën om haar te begroeten. Ze geurde heerlijk. Niet voor niets noemen we haar het welriekende viooltje. Terwijl ik van haar frêle bloemetjes genoot, zei ik: ‘Je bent vroeg dit jaar.’ Het maarts viooltje knikte. ‘Ja, het was lekker warm en vochtig. Ik dacht: ik ga ervoor.’
Haar bloemetjes waren allemaal wat beschadigd. Ik vroeg haar of het goed ging. Ze antwoordde dat het lastig was. ’s Nachts werd er aan haar geknabbeld. Ze wist niet of het muizen waren of slakken. Van die slakken zijn er veel dit jaar, misschien wel door al die regen.
Boven ons klonk het verzadigde, volle geluid van de bosuil. Blijkbaar speelden haar hormonen al op. Het broedseizoen was voor uilen al flink op weg. De bosuil stelde de veelheid aan muizen wel op prijs. Slakken interesseerden haar niet zo.
Gelukkig zijn het niet alleen de prachtig gekleurde bloemen die insecten op zoek naar nectar lokken. Het maarts viooltje lokt haar gasten ook met een heerlijke geur. Zo prettig dat de blaadjes zelfs voor het parfum viooltjesolie worden gebruikt.
Mochten kleur en geur tekortschieten, dan zijn er nog de wortelstokken waarmee zij zich kruipend langs hagen en struiken verspreidt. Zo is ‘het liefste voorjaarsbloempje dat in het wild groeit’ (Eli Heimans, 1897) voor wat betreft haar voortplanting niet voor een gat te vangen.
Het maarts viooltje keek op. ‘Hé boswachter, heb jij al hommels of vlinders gezien?’ Ik antwoordde bevestigend. ‘Ja, zojuist vloog een kleine vos voorbij bij ons kantoor van Staatsbosbeheer.’ Het viooltje fleurde op. ‘Dan gaat het me dit jaar vast nog lukken om zaadjes te maken.’
Glimlachend drukte ik mijn camera tegen de grond en maakte een foto. Zoveel vertrouwen in de toekomst. Alle reden om dat moment vast te leggen.