Nieuws
Inmiddels zitten de knoppen alweer aan de bomen en staat de natuur op springen. Maar op 5 februari, een ijskoude dag met een straffe oostenwind, gingen ik, Jiska, stadsboswachter, en mijn collega Sietze, boswachter beheer, op pad met dertien kinderen tussen de 12 en 14 jaar.
De kinderen zitten op Academie Tien, een middelbare school in Leidsche Rijn. De school organiseert tweejaarlijks het project Burgerschapslab: een project waarbij leerlingen bij maatschappelijke organisaties op bezoek gaan om een dag mee te draaien met het dagelijks werk. Een superleuk initiatief dat goed bij de stadsboswachters past. Wij willen mensen uit de stad, jong en oud, graag de natuur in krijgen en ook het belang van ons werk laten zien. Dat doen we met volwassenen én met de boswachters van de toekomst: jongeren. Voor ons was dit een mooie gelegenheid om jongeren naar buiten te krijgen én om ze enthousiast te maken voor de natuur en het boswachtersvak.
Maar één jongedame sprong er wel tussenuit. Dat was Merel. Merel was misschien wel de kleinste van de hele groep, maar toen ik vroeg wie er een dikke boom om wilde zagen, stond zij vooraan. En daar bleef het niet bij: ze ging maar door. Keurig sleepte ze alle takken naar de plek die we hadden aangewezen.
Gelukkig was Sietze op het fantastische plan gekomen om een vuurtje te maken. Toen we klaar waren, verzamelden we ons rond het vuur en warmden we chocomel op in een pan boven de vlammen. Met een speculaasje in de hand keken we terug op de ochtend. Toch vond ongeveer de helft het een leuke dag. De andere helft vond het vooral erg koud. En eerlijk is eerlijk: het wás ook gewoon ontzettend koud. Daar had Merel geen last van. Die stond met rode wangen te lachen aan het einde van de ochtend. Zien we Merel over een paar jaar terug? Haar naam heeft ze alvast mee voor een boswachter.