Nieuw bos vraagt om maatwerk
Het aanplanten van nieuw bos is geen vanzelfsprekendheid. Het is iets van deze tijd, waarbij nog ruimte is voor nieuwe inzichten en methodes. Er bestaat geen standaardaanpak die overal toepasbaar is. Elk gebied vraagt om maatwerk en om een zorgvuldige afweging van natuurwaarden, landschap en toekomstige functies.
Gat van Pinte: bestaande natuur verder ontwikkelen
Bij Gat van Pinte lag de uitdaging in het ontwikkelen van een nieuw type natuur gronden waar al natuur aanwezig was. Dat maakte het proces gevoelig. Juist daarom was het belangrijk om goed in gesprek te gaan met de omgeving.
Het resultaat is een prachtig plan met ecologische zones, waaronder meer rustgebieden voor vogels zoals de bruine kiekendief. Het landschap krijgt een gevarieerd opbouw met kreken, open weides, poelen, struweel en jonge bosopstanden. De grond wordt niet omgeploegd, bestaande structuurelementen zoals meidoornstruiken blijven behouden en er is aandacht voor overgangszones tussen landbouw en natuur, waar insecten en kleine dieren hun plek vinden. Tegelijkertijd zorgen toegankelijke paden ervoor dat bezoekers van het gebied kunnen genieten zonder kwetsbare zones te verstoren.
Pontebos West: van grasland naar bosaanplant
Bij Pontebos West was de uitgangssituatie anders. Dit gebied is eigendom van Staatsbosbeheer maar werd in de praktijk nog gebruikt als akker en weiland. Daarnaast maakt het gebied deel uit van de historisch betekenisvolle Staatsspaanselinies.
In het ontwerp is ervoor gekozen om op de hoger gelegen delen nieuw bos aan te planten, terwijl het lager gelegen, ecologisch interessantere grasland open blijft. Zo blijven bestaande kwaliteiten behouden en krijgt het gebied een logische, landschappelijke opbouw.
Voorafgaand aan de bosaanplant is op de voormalige akker het gewas Sorghem ingezaaid. Dit stimuleert de bodemschimmels en vergroot daarmee de kans dat de jonge bomen goed aanslaan. Ook hier zie je dat bosaanleg meer is dan planten alleen; het vraagt om voorbereiding en inzicht in bodem en ecologie.
Gevarieerde en veerkrachtige bossen
Beide bossen krijgen een diverse mix van boom- en struiksoorten, zoals populier, zomereik, zoete kers en sleedoorn. Door soorten te mengen en te variëren in kern-, mantel- en zoomzones ontstaat een veerkrachtig bos dat beter bestand is tegen ziektes en klimaatverandering en tegelijkertijd een natuurlijke overgang vormt naar het omliggende landschap.
Jonge aanplant is kwetsbaar voor vraat door onder andere reeën en hazen. Daarom worden delen van het bos tijdelijk in het raster gezet. Daarnaast worden ‘kloempen’ gebruikt: kleine gerasterde vakken van ongeveer 8 bij 8 meter voor kwetsbare soorten, met grotere bomen ertussen.
Een investering in de toekomst
Nieuwe bossen leggen CO2 vast, vergroten de biodiversiteit, verbeteren de waterberging en bieden ruimte voor recreatie en natuurbeleving. Het gaat daarbij niet alleen om bomen, maar om zorgvuldige keuzes voor de toekomst waarbij innovatieve methodes en samenwerking het uiteindelijke plan sterker maken.
Voor mij als boswachter betekent dit project dan ook meer dan bosaanplant alleen. Het mooiste aan dit proces is dat samenwerking en maatwerk hebben geleid tot een plan waarin zowel natuur als landschap wordt versterkt. Het staat voor verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van ons landschap.