Nieuws
In januari ontdekten we iets bijzonders: een ravenpaar was begonnen met het bouwen van een nest in het Hollandse Hout. Sindsdien hebben we regelmatig gecontroleerd of het paartje nog actief was op of rondom het nest, terwijl we ze verder de nodige rust gunden. Natuurlijk hoopten we op een geslaagde broedpoging.
De raaf (Corvus corax) is een fascinerende vogel die tot de orde van de zangvogels behoort. Binnen deze orde maakt hij deel uit van de kraaienfamilie (Corvidae), samen met onder andere de ekster, de gaai en de kraai.
Wat zangvogels onderscheidt van andere orden, is vooral de bouw van hun strottenhoofd, de syrinx. Dit stelt hen in staat om een breed scala aan geluiden te produceren. Bij de raaf is de diepe, raspende 'kroa-kroa' het bekendst, maar deze vogel kan nog veel meer klanken voortbrengen – van klokken en klikken tot imitaties van andere dieren. Raven zijn intelligent, ze communiceren met allerlei verschillende geluiden met elkaar, zijn in staat om problemen op te lossen en staan bekend om hun samenwerking. Deze samenwerking is met soortgenoten, maar ook met andere soorten zoals de wolf.
Onderzoek heeft aangetoond dat raven wolven volgen. Raven zouden signalen geven aan wolven als ze ergens een verzwakt dier zien. In het Oostvaardersplassengebied zijn het de zeearenden die de grootste prooien vangen, de raaf profiteert daar graag van. Omdat de raaf geen haaksnavel heeft kan hij niet goed een kadaver openscheuren, het is dus erg handig als een zeearend dat voor je kan doen. Maar dan moet hij je daarna natuurlijk wel een hapje laten mee-eten, dit levert soms leuke plaatjes op.
Een volwassen raaf heeft een kop-staartlengte van ongeveer 65-70 centimeter, en is daarmee groter dan een buizerd, die gemiddeld zo’n 55 centimeter lang is. Met een spanwijdte van circa 120-130 centimeter komt de raaf qua vleugelbreedte vrijwel overeen met die van een buizerd. Opvallend is dat mannetjes en vrouwtjes er precies hetzelfde uitzien: volledig zwart, met een grote met veren bedekte snavel. Tijdens de vlucht valt de raaf op door zijn ruitvormige, uitwaaierende staart (zie afbeelding), een duidelijk kenmerk dat hem onderscheidt van de andere kraaiachtigen.
De raaf is een alleseter. Hij eet aas, zaden, vruchten, insecten en zelfs kleine gewervelden tot het formaat van een jong konijn. Ondanks dat hij geen haaksnavel heeft, beschikt hij over kleine, naar achteren gerichte papillen achter in zijn snavel. Die helpen om voedsel naar binnen te geleiden, vooral handig bij glad of glibberig voedsel.
Raven zijn monogaam: man en vrouw blijven levenslang bij elkaar. De baltsvluchten zijn spectaculair: beide partners draaien zich al vliegend om en maken val- en glijvluchten. Raven broeden in uiteenlopende gebieden. In Nederland lijkt hij de voorkeur te geven aan beboste gebieden met open vlaktes. Ze kiezen steeds vaker hoogspanningsmasten als nestlocatie. De voordelen van een hoogspanningsmast zijn dat boommarters er niet in kunnen klimmen en het uitzicht op mogelijke gevaren van bovenaf is uitstekend. Een nestlocatie kan vele jaren gebruikt worden, de raaf is dus ‘honkvast’.
Ravennesten worden regelmatig gevonden op korte afstand van haviksnesten. Het lijkt een haat-liefdeverhouding. Beide soorten broeden vlak na elkaar en stellen vergelijkbare eisen aan hun leefgebied. Ze profiteren van elkaars alertheid en waarschuwen elkaar bij gevaar. Toch komt het ook voor dat ze elkaars voedsel, jongen of eieren roven. Raven broeden vroeg in het voorjaar. Vaak leggen ze rond eind februari 4 tot 6 eieren. Deze komen na 20 tot 25 dagen uit, na vier tot zeven weken zijn de jongen vliegvlug. Nog eens 8 tot 12 weken later verlaten ze het ouderlijk territorium.
De raaf staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten. In 1928 werd de raaf in Nederland uitgeroeid, omdat hij als schadelijk werd beschouwd voor de jacht en het vee. Tussen 1969 en 1992 zijn er ongeveer 200 raven uitgezet op de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en in Drenthe. Deze herintroductie is succesvol geweest, want inmiddels leven er zo’n kleine 1500 raven in Nederland. Raven worden nu in heel Nederland waargenomen, opvallen is dat in het westen van ons land duidelijk minder raven worden gezien. Het brongebied van de soort blijft de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug.
De eerste melding van een raaf in het Oostvaardersplassengebied dateert uit 1990. Tussen 1998 en 2000 is er al melding gemaakt van een waarschijnlijk broedpaar, in 2010 is voor het eerst een succesvol broedpaar vastgesteld. Tegenwoordig is het OVP-gebied een gewild foerageergebied voor raven. Ze kunnen op een dag wel 80 tot 100 kilometer afleggen om hun foerageergebied te bereiken. Jonge raven verblijven vaak in grote groepen, ook wel een ‘soos’ genoemd. Deze groepen worden sinds 2010 regelmatig waargenomen in het OVP-gebied.
Vanaf 2013 worden nest-jonge raven gekleurringd. Zo krijgen we meer inzicht in de soort. De oranje ringen bevatten een duidelijk afleesbaar nummer. Als iemand de ring kan aflezen, kan dit gemeld worden via het Vogeltrekstation. Op deze manier worden gegevens over verspreiding, migratie, levensduur, gedrag en territoriumgebruik in kaart gebracht. Deze informatie draagt bij aan de bescherming van deze prachtige vogel. Momenteel wordt 1 op de 3 geringde raven teruggemeld.
Ondanks het natte weer hebben we twee gezonde jongen van ongeveer 4,5 weken oud kunnen ringen. Ze zagen er goed gevoed uit, wogen rond de 1.000 gram en kregen oranje ringen met de nummers U35 en U36. De jongen werden gewogen, geringd, de poot en klauw werden opgemeten, de vleugellengte werd bepaald en er werd een swab gedaan en veertje afgenomen. Daarmee wordt bepaald of er sprake is van virusziektes (‘zoönosen’) zoals vogelgriep.
Met veel bewondering voor de klimkunsten en de rust van collega Jan, en de kennis en ervaring van Hans, was dit een prachtige beleving. Vader en moeder raaf hielden ons van een afstandje in de gaten en waren natuurlijk blij toen de jongen weer veilig op het nest zaten. We hopen natuurlijk op jaarlijks broedende raven in het gebied!
Voor meer informatie over de raaf kun je erecht bij Ravenwerkgroep Nederland. Zie je een raaf met ringnummer U35 of U36? Dan kun je dit melden bij het Vogeltrekstation.