Kleurrijk afscheid
En die laatste optie is voor loofbomen een flink probleem. Bladeren trekken water omhoog door de stam door verdamping. Om water zoveel mogelijk uit de boom te krijgen moet die zuigende werking van het blad worden gestopt. Het hormoon dat de aanmaak van bladgroenkorrels stimuleert, wordt na de langste dag steeds minder. Langzaam verdwijnt het groen uit het blad. Het blad verkleurt naar schakeringen geel, rood, en oranje. Ten slotte sluit de boom met een kurklaagje de aan- en afvoer naar het blad af en valt het blad van de boom.
Nu er geen water meer omhoog gezogen wordt door het blad, zakt de toevoer van mineraalrijk water in het binnenste van de boom weg. En de stroom suikerrijk water die net onder de bast omlaag stroomt, houdt op. Geen strenge vorst zal de bast meer kunnen doen scheuren. Langzaam komt de boom in winterrust. Tot na de langste nacht de dagen weer gaan lengen en de temperatuur langzaam stijgt.
Werken aan kleurrijke bossen
Dit ritme voltrekt zich al miljoenen jaren in onze kleurrijke omgeving. Soms kwam er langzaam verandering in doordat het klimaat in een tijdsbestek van duizenden jaren veranderde. Maar sinds we als mensen het klimaat in ruim een eeuw van gebruik van fossiele grondstoffen snel aan het veranderen zijn, zien we de weersextremen toenemen. Grote droogte en hevige regens bedreigen niet alleen direct mensen die langs rivieren wonen of op verdrogende vlakten. Het verandert ook het ritme voor bomen die niet altijd toegerust zijn om zich zo snel aan te passen. Reden om in onze bossen te zoeken naar een grotere menging van soorten. Want als dan blijkt dat een soort het tempo niet bij kan houden, zorgen de andere soorten er hopelijk voor dat het bos toch in al zijn schakeringen behouden blijft.