Nieuws
Vijfentwintig jaar geleden. Ik koop mijn eerste kleinbeeldcamera. Maar belangrijker op die camera schroef ik een 150 – 500mm telelens. Mijn bovenbuurvrouw blaast dat jaar, nu een kwart eeuw geleden, mijn jeugdliefde voor natuur nieuw leven in, Een liefde die me sinds dat moment nooit meer heeft losgelaten. Het gesprek is het begin van een reeks uitstapjes naar vogelrijke gebieden. We zien de meest bijzondere vogels.
Goudvinken zijn prachtige, maar gek genoeg weinig opvallende vogels. Normaal ontdek je vogels met je oren, maar deze vinken zingen een wat ijl lied. De prachtige oranjerode borst van het mannetje moet toch in het oog springen? Maar oranjerood in een donker park of bos met liefst wat naaldbomen, daar valt die kleur me niet snel op. Als zadeneters hebben ze ook geen haast. Ze zijn eerder bedachtzaam dan energiek. Een vluchtige beweging in de ondergroei zal ze niet verraden. In de winter komen dieren vanuit het noorden deze kant op maar Nederlandse goudvinken zijn behoorlijk plaatstrouw.
Speurend tussen mijn foto’s heb ik weinig geluk met de goudvink. Maar als ik in de spiegel kijk. Dan zie ik een man met een goede opleiding, een mooi beroep met fijne collega’s, prachtige slimme dochters, een vrouw om trots op te zijn, een fijn huis, een behoorlijk gezonde en een lieve moeder van in de tachtig. Die goudvink die ik zie heeft zes Luyendijk-vinkjes. Dagelijks zie ik hem in de spiegel.
En de zevende? Als ik deze winter een ontmoeting heb met een man goudvink, dan vink ik die ook af. Het zo me niet verbazen als ik dan een nieuwe column schrijf. Maar nu met wel met eigen beelden van die prachtige vogel waarmee we onze wereld delen: de goudvink.
Voor alle meer dan rijke Nederlanders die dit blog lezen:
Dit blog verscheen eerder op natuurfotografie.nl