Nieuws
Boomkikkers, kleine grasgroene kikkertjes die het graag hogerop zoeken. Menigeen wandelt er zo aan voorbij. Ze springen niet weg, maar zitten doodstil op een braamblad dat net zo groen is als de kikker zelf. Het is april, en dat betekent dat de boomkikkerconcerten weer te horen zijn, gelukkig weer op veel plekken in de Achterhoek. En dan te bedenken dat deze kikker eind vorige eeuw op het punt stond om te verdwijnen. Dankzij natuurherstel en natuurbeheer gaat het nu weer een stuk beter en komt de boomkikker op veel plekken in de Achterhoek voor. Vrijwilliger van Staatsbosbeheer, Ab Wisselink, helpt met het monitoren van de boomkikker en hij vertelt ons in deze blog graag over de kikker en zijn vrijwilligerswerk.
Boomkikkers laten zich eerder horen dan zien. Het zijn kleine, grasgroene kikkers met hechtschijfjes aan het einde van de pootjes, waardoor ze heel goed kunnen klimmen. Waar je andere kikkersoorten vooral langs de waterkant ziet, zul je boomkikkers het eerste vinden in braamstruiken. Ze zitten daar graag op zo’n meter hoogte in de zon. Met hun groene kleur zijn ze goed gecamoufleerd, door de stekelige takken beschermd tegen vijanden en toch in de buurt van voedsel, in de vorm van langskomende insecten. Boomkikkers vertrouwen op hun camouflagekleur, maar het geluid dat ze in het voorjaar maken, “kè-kè-kè-kè-kè-kè”, is al vanaf een kilometer afstand te horen.
Rond 1950 waren ze nog heel algemeen in de Achterhoek. Maar door veranderingen in het landschap, o.a. het verdwijnen van de “kolken”, de veedrinkpoelen, ging het aantal hard achteruit. In 1988 werden nog maar 200 roepende mannetjes geteld!
Om de boomkikkerpopulatie weer te versterken, is gewerkt aan het creëren van de ideale habitat. Boomkikkers overwinteren op het land. Ze kruipen dan weg in bosjes en houtwallen, op plekken waar veel dood hout ligt. Vanaf half april zoeken ze het voortplantingswater op. Favoriet zijn zonnige poelen met aangrenzende struikachtige begroeiing, van bijvoorbeeld braamstruiken. Met hun karakteristieke roep lokken de mannetjes de vrouwtjes naar het water. Na de paring en de eiafzetting verlaten de boomkikkers het water weer. Meestal blijven ze de rest van het jaar in de buurt, maar vaak gaan ze ook op zoek naar nieuw voortplantingswater. Daar mag geen vis in zitten, omdat de boomkikkervisjes dan weinig kans hebben om te overleven. Daarom is het voor boomkikkers zelfs beter als de poel in de nazomer droogvalt.
Na 1990 zijn in de Achterhoek veel nieuwe poelen aangelegd en zijn in het kader van ruilverkavelingen twee verbindingszones aangelegd: langs de Veengoot en de Heidenhoekse Vloed, beide in eigendom van Staatsbosbeheer. Jan Stronks, ecoloog bij Staring Advies, heeft bij de aanleg van de poelen een heel belangrijke adviserende taak gehad. De boomkikker heeft hier enorm van geprofiteerd. Er kwamen er meer én het verspreidingsgebied werd flink groter. Van 200 naar meer dan 2000 roepende mannetjes! Door deze beschermingsmaatregelen is de Achterhoek nu weer de plek in Nederland waar de meeste boomkikkers leven!
Tips van de boswachter, loop een van onderstaande wandelingen om kans te maken de boomkikker te horen of te zien. Vanaf half april tot in de zomer maakt u de meeste kans om ze in de schemer te horen roepen. En zodra de wandelroute langs bramen komt, speur dan even goed tussen de braambladeren. Blijf wel op de paden, ook op de bramen langs de wandelpaden komen ze voor. U moet vooral goed kijken, want dat valt nog niet mee met z’n schutkleur!
In verschillende poelen langs de wandeling door dit natuurgebied komen boomkikkers voor. U kunt ze overal horen of tegenkomen in de bramen langs de paden.
Halverwege de wandeling komt u langs een vlonder dat uitkijkt over het Stelkampsveld. Vanaf de vlonder kunt u zomaar de boomkikker horen of in de bramen langs de paden.
Loop de wandeling door het Needse Achterveld, een nat heideterrein. In de poelen komt de boomkikker voor. De poelen liggen wat verder van het wandelpad af, dus de kans dat u ze ziet is kleiner, maar horen kunt u ze zeker!