Nieuws

Libellen bewegen mee met klimaatverandering

  • 26 maart 2024
  • Biodiversiteit
  • Leestijd 3 minuten

Vanaf de tweede helft van april laten libellen zich weer zien in Nederland. Met de vele sloten, plassen en vennen is ons land populair bij libellen. Maar de zo’n 65 soorten die hier voorkomen variëren wel in de loop der tijd. “Libellen bewegen mee met klimaatverandering”, zegt Staatsbosbeheer-ecoloog Tim Termaat. Hij is onlangs gepromoveerd op onderzoek naar de trends bij libellen.

De vuurlibel houdt van een wat warmer klimaat. Hij komt in Zuid-Europa voor, tot net in Nederland.

Meebewegen met veranderingen

“Het bijzondere aan libellen is dat ze grote afstanden kunnen afleggen, tientallen kilometers zijn geen uitzondering. Daardoor kunnen ze sneller dan de meeste soorten meebewegen met veranderingen, zoals klimaatverandering. Klimaatverandering is dan ook de drijvende factor achter verandering in libellengemeenschappen in de laatste decennia. We zien dat warmteminnende, zuidelijke soorten zich naar het noorden toe uitbreiden. Deze soorten – zoals de vuurlibel, de zuidelijke oeverlibel en de tengere pantserjuffer – hebben hun verspreidingsgebied in Zuid-Europa tot net in Nederland,” vertelt Tim.

De Noordse witsnuitlibel heeft het moeilijk in Nederland.

Koelteminnende soorten gaan achteruit

Daarnaast zijn er koelteminnende soorten die vooral in Scandinavië en Rusland voorkomen en ook nog net in Nederland, bijvoorbeeld de maanwaterjuffer, de venglazenmaker en de Noordse witsnuitlibel. Tim: “Deze libellensoorten zijn in de jaren ‘60 tot ‘80 heel sterk achteruit gegaan. Maar ze herstelden zich toen de milieuvervuiling door bijvoorbeeld zure regen afnam. Nu hebben ze het weer zwaar. De laatste 20 jaar zijn ze heel hard achteruitgegaan als gevolg van opwarming en droge zomers.”

Van enkele noordelijke soorten zullen we afscheid moeten nemen
Tim Termaat, ecoloog bij Staatsbosbeheer

Plicht tot bescherming

Tim verwacht dan ook dat in de toekomst het aandeel van de zuidelijke, warmteminnende soorten verder toeneemt. “Daar hoeven we als natuurbeheerders niks voor te doen. Van enkele noordelijke soorten zullen we echter afscheid moeten nemen. We hebben wel de plicht om hun leefgebieden te blijven beschermen, al was het maar voor de iets minder kritische soorten. Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat vennen en veengebieden voldoende water en stabiele grondwaterstanden hebben.”

Van al die verschillende soorten is er één favoriet bij Tim. “Ja, de dwergjuffer. Een kleine, raadselachtige libel waarvan gezegd wordt dat het de meest kritische libel is van hoogveensystemen. De dwergjuffer was decennialang uit Nederland verdwenen, maar is in 2015 toch weer in Nederland opgedoken, in een terrein van Staatsbosbeheer. Dat is wel heel bijzonder. Tot 2022 zijn dwergjuffers jaarlijks waargenomen. Vorig jaar helaas niet.”

De dwergjuffer dook van 2015 tot 2022 weer op in Nederland, na een lange afwezigheid.