Nieuws

Veertig jaar grote grazers in de Slikken van Flakkee

  • 23 juni 2023
  • Biodiversiteit
  • Leestijd 4 minuten

Vanaf 1983 zijn grote grazers geherintroduceerd voor natuurbeheer. De Slikken van Flakkee was hiermee het eerste gebied in Nederland waar gemengde natuurlijke begrazing werd ingezet. Staatsbosbeheer-teamleider Camiel Beijersbergen vertelt over veertig jaar Staatsbosbeheer-ervaring met deze en andere grote grazers.

De fjordenpaarden en andere grote grazers zorgen voor meer biodiversiteit in de Slikken van Flakkee.

Nieuwe visie op natuurbeheer

De jaren zeventig waren een tijd van nieuwe visies, ook op natuurbeheer. De aandacht verschoof naar de grote processen in de natuur, inclusief de rol daarin van ontbrekende oerrunderen en andere grote herbivoren die eeuwenlang het landschapsbeeld hebben bepaald. Zo kwamen – wat we sindsdien noemen – de grote grazers in beeld. Maar voor grootschalige natuurlijke processen heb je ruimte nodig, en die is in Nederland schaars. In de Zuidwestelijke Delta was die er wel: door de afsluiting van de Grevelingen in 1971 kon het schorren- en slikkengebied daar niet langer overstromen.

“De noordelijke Slikken van Flakkee zijn nu een bosreservaat, waar nooit beheer heeft plaatsgevonden”, vertelt Camiel. “In het zuidelijke deel is veertig jaar geleden gestart met natuurlijke begrazing. Daarna zijn de grazers ook ingezet in andere gebieden zoals de Hellegatsplaten en de Oostvaardersplassen.”

Aurochs en fjordenpaarden

Er lopen inmiddels tegen de duizend grote grazers rond in de Zuidwestelijke Delta. Op de Slikken van Flakkee zijn het aurochs en fjordenpaarden. “De aurochs zijn een in de vorige eeuw teruggefokt runderras, een initiatief van de Duitse gebroeders Heck. In de volksmond worden ze dan ook vaak heckrunderen genoemd. Deze dieren staan dicht bij het oerrund en kunnen zichzelf uitstekend redden. Ze zijn in de jaren tachtig naar de Slikken gehaald vanuit Duitsland en Oostenrijk. Toen de kudde groeide, zijn er ook dieren naar andere natuurparken in Europa gebracht.” aldus Camiel. “De fjordenpaarden werden vroeger in de bosbouw ingezet om bomen uit het bos te slepen. Staatsbosbeheer had een eigen kudde. Dat werk werd door machines overgenomen, waarna we de paarden konden inzetten als de eerste grote grazers. De fjorden bleken uitermate geschikt voor het jaarrond begrazen van de natuurterreinen.”

Camiel: “Auroch-stieren maken bijvoorbeeld kuilen om hun territorium af te bakenen. En in die kuilen zitten veel insecten.”

Meer biodiversiteit

Aurochs en fjordenpaarden vullen elkaar mooi aan vertelt Camiel. “Samen zorgen ze voor meer biodiversiteit. Ze verschillen in gedrag, graaspatroon en spijsverteringssysteem. Aan het landschap op de Slikken van Flakkee kun je heel goed het effect zien: het varieert van bijna ondoordringbaar bos tot grote open duingraslanden met veel duinvalleivegetatie, zoals parnassia en orchideeën. De grazers brengen ook structuur aan in de begroeiing en het landschap. De stieren maken bijvoorbeeld kuilen om hun territorium af te bakenen. Ze gooien het zand over hun rug, een prachtig gezicht! In die kuilen zitten heel veel insecten. Je ziet tapuiten massaal langs de stierenkuilen trekken. Er zijn zelfs soorten die in onze gebieden alleen maar in stierenkuilen voorkomen, zoals de steilrandgroefbij.”

Mineralengebrek

Bij de introductie van de oerrunderen op de Slikken van Flakkee was het idee dat ze volledig zelfstandig zouden kunnen leven. “Maar al vrij snel bleek dat dat niet kon door een gebrek aan mineralen in het terrein. Daarom moesten we ze in de winter bijvoeren. Dat zijn we blijven doen, met hooi uit eigen terreinen. Voor de rest moeten en kunnen ze zich prima redden. Wij hebben sociale kuddes, met een natuurlijke leeftijdsopbouw en geslachtsverhouding. Daardoor vertonen ze ook natuurlijk gedrag. Oude koeien met veel ervaring bepalen bijvoorbeeld waar de kuddes heen gaan. Als het kurkdroog is, weten zij water te vinden. In Nederland is er altijd een vorm van beheer, omdat er zoveel externe invloeden zijn. Neem alleen al de wetgeving. Onze kuddes worden sinds het uitbreken van BSE, de gekkekoeienziekte, in de jaren negentig bestempeld als ‘gehouden vee’. Daarom zijn we naast het toezicht op de dieren verplicht om de dieren te registreren en voorzien van oormerken.”

We zien de grote grazers een aantal keer per week. Om te kijken of ze allemaal in orde zijn
Staatsbosbeheer-teamleider Camiel Beijersbergen

Nieuwsgierigheid

“In principe zien we de grote grazers een aantal keer in de week. De kuddebeheerders en collega’s die toezicht houden, kijken of ze allemaal in orde zijn. Is er iets ernstigs met een dier, dan grijpen we in. Je maakt de gekste dingen mee. Een keer ging ik samen met collega een veulen ophalen, omdat die iets mankeerde aan zijn been. We hadden onze auto zo ver mogelijk het gebied in gereden, waar anders nooit auto’s komen. Ik had alleen oog voor het veulen, en voor de runderen die je uit de buurt wilt houden. Toen we terugkwamen bij de auto, zagen we dat paarden aan alle kanten geprobeerd hadden om de logo’s eraf te eten. Pure nieuwsgierigheid!”

Minder gewend aan mensen

De natuurlijke grote grazers zijn wel echt anders dan cultuurrassen. Ze staan dichter bij de natuur en daardoor minder gewend aan mensen. Daarom moet je er ook anders mee omgaan. Dat is een spanningsveld, want zowel de wetgeving als de omgeving zijn ingesteld op het houden van dieren voor agrarische doeleinden en voor de hobby. Zo kan een oud paard bij ons in de natuurlijk gehouden kuddes er aan het eind van de winter wat ingevallen uitzien. Daar is niet iedereen aan gewend.”

Meer soorten grote grazers

In andere gebieden zetten we bijvoorbeeld ook exmoorpony’s, shetlanders en Schotse hooglanders in om te begrazen. Iedere soort grazer gedraagt zich anders, daarom varieert het per gebied voor welke grazers we kiezen.

Lees hier meer
Meer over dit onderwerp