Stikstof
Industrie, huishoudens, landbouw, verkeer en bedrijven stoten samen grote hoeveelheden stikstof uit. Dit komt in het water en in de bodem terecht. In de vorm van nitraat en ammonium is stikstof een voedingsstof. De bodem wordt hierdoor rijker aan voedingsstoffen. In natuurgebieden is dit een probleem, want deze gebieden zijn van nature veel voedselarmer. Door die stikstofneerslag verandert de chemische omzetting en samenstelling van de bodem. Het ministerie van LNV stelt geld beschikbaar om maatregelen te nemen om de achteruitgang van de natuur zoveel mogelijk te beperken. Ook in onze provincie worden hier maatregelen voor getroffen.
Plantengroei
In Westerwolde hebben we een heel divers en kleinschalig landschap. Bossen, heide, vennen en graslanden wisselen elkaar af. Een van de natuurtypen die hier voorkomt zijn de droge schraallanden. Dit zijn graslanden op een droge bodem. Van nature zijn deze graslanden voedselarm, waardoor er een open en vrij lage graslandvegetatie ontwikkelt. Deze graslanden hebben vaak bijzondere planten. Door neerslag van stikstof is het natuurlijke evenwicht in de bodem verstoord. De grotere grassen, zoals beemdgras, kropaar en raaigras groeien sneller. Deze grassen profiteren van stikstof. De bijzondere grassen op de schraallanden zijn maar kleine planten. Zilverhaver, vroege haver, borstelgras en tandjesgras zijn wat typische voorbeelden van grassen die hier thuishoren. Kruiden zoals schapenzuring, mannetjesereprijs, muizenoortje, havikskruid en klein vogelpootje horen hier ook thuis. Maar door de neerslag van stikstof groeien de grotere grassen sneller dan die typische gras- en kruidensoorten. Deze worden overwoekerd door de snelle groeiers.
Mineralen
Onze droge schraalgraslanden zijn nog niet optimaal ontwikkeld, er ontbreken soorten die hier van nature thuishoren en waar ons natuurbeleid op gericht is. Twee jaar geleden heeft B-Ware (een onderzoekscentrum van de Radboud Universiteit Nijmegen) onderzoek gedaan naar de samenstelling van de bodem. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de bodem te zuur is, teveel fosfaat en te weinig mineralen bevat. Het is dan ook niet gek dat die typische plantensoorten van de droge schraallanden hier niet groeien. B-Ware heeft ons advies gegeven over hoe we die typische planten van droge schraallanden kunnen helpen. Om de te grote voedselrijkdom terug te dringen voeren wij verschralingsbeheer uit. Dat wil zeggen dat we maaien en dit maaisel afvoeren. Dat doen we al een aantal jaren. Stikstofdepositie heeft door chemische omzetting in de bodem een verzurend effect. Door de verzuring spoelen mineralen uit de bodem en raakt het natuurlijke evenwicht verder verstoord. De uitgespoelde mineralen zijn dan niet meer beschikbaar voor de planten die ze juist nodig hebben en niet meer beschikbaar als bodembuffering tegen verzuring. Mineralen zoals magnesium, kalium en calcium verdwijnen uit de bodem. Die mineralen vullen we aan door het geven van steenmeel.
Twee rondes
Steenmeel is fijngemalen gesteente. Het wordt tegenwoordig af en toe ingezet als natuurherstelmaatregel. Staatsbosbeheer is er in principe voorzichtig mee, omdat het om materiaal gaat dat oorspronkelijk niet in het gebied voorkomt. Bovendien is steenmeel geen duurzame oplossing, omdat het de oorzaak van stikstofuitstoot niet wegneemt. Maar als middel kan het zeker nut hebben. Uit eerdere onderzoeken in o.a. heidesystemen komt vaak een overwegend positief beeld naar voren bij het gebruik van steenmeel. Om de waarde van het gebruik van steenmeel in de gebieden in Groningen te kunnen bepalen doen we uitgebreid onderzoek naar de effecten op de flora en fauna. We zetten hier steenmeel in door het in twee rondes over onze droge schraalgraslanden te verspreiden. Dit gebeurt met een kunstmeststrooier. Het ziet er wat onwerkelijk uit, een trekker met een kunstmeststrooier in onze natuurgebieden. Maar als je ze dus ziet rijden weet dan dat er dus geen kunstmest over onze terreinen wordt uitgereden. Het is puur steenmeel. De eerste steenmeelgift wordt in maart aan de gebieden gegeven. De tweede ronde volgt in 2025.
Er worden twee soorten steenmeel toegediend. Een soort met een hoog calciumgehalte. Deze zorgt voor een verhoging van de zuurgraad (pH) (een hogere pH betekent minder zuur) en een aanvulling van mineralen. Daarnaast wordt er ook een steenmeel toegediend die zorgt voor de binding in de bodem van nitraat en kalium. Het gevolg is dat er dan minder uitspoeling plaatsvindt (uitspoeling is een proces in de bodem waarbij deeltjes wegzakken naar diepere lagen). Minder uitspoeling zorgt voor een mineralensamenstelling die beter in balans is en daarom ook nuttiger voor de plantengroei en het bodemleven.