Nieuws

Natter veen voor minder C02-uitstoot en meer weidevogels

  • 01 november 2021
  • CO2 opslaan
  • Leestijd 5 minuten

Veen dat droog komt te staan, stoot onder invloed van zuurstof veel CO2 uit. Logisch dus dat het nat houden van veen een grote rol speelt in het bereiken van de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Als Staatsbosbeheer hebben we de ambitie om 5.000 hectare laagveen te vernatten.

In veengebied Zwagermieden werken boeren, gemeenten, waterschap, provincie en Staatsbosbeheer samen aan een optimaal waterpeil om veen in stand te houden en weidevogels te beschermen.

Friesland is niet plat

In het Noord-Friese veengebied Zwagermieden werken ze al sinds jaar en dag aan een optimaal waterpeil. Om het veen in stand te houden en om een belangrijk leefgebied voor weidevogels te beschermen. Een delicaat samenspel tussen boeren, gemeenten, waterschap, provincie en Staatsbosbeheer. Het resultaat tot nu toe: de Zwagermieden is als topnatuur behouden en veenafbraak is maximaal geremd.

“Friesland is niet plat”, grapt boswachter Arno Paulus. En dat is ook duidelijk zichtbaar in het 400 hectare tellende natuurgebied Zwagermieden met hoogteverschillen tot anderhalve meter. In het verleden werd voor het hele gebied één waterpeil aangehouden. Dit leidde ertoe dat de hogere delen in de zomer verdroogden met het inklinken van veen als gevolg. De lagere delen bleven juist weer te nat, wat voor de weidevogels op langere termijn niet ideaal is. “Het liefst wil je het waterpeil overal, op de lage en hoge gebieden, zo’n tien à twintig centimeter onder het grondoppervlak.”

Boswachter Arno Paulus in het Noord-Friese veengebied Zwagermieden

Snelle waterafvoer

De Zwagermieden ligt relatief laag. Nederland is van oudsher ingericht op het zo snel mogelijk afvoeren van zoveel mogelijk water. Water uit de polder wordt dus naar omringende gebieden geleid, waar het uiteindelijk via de boezem z’n weg vindt richting meren en zee. Als het zomers te droog is, is het vaak gebruikelijk om juist dit boezemwater weer het gebied in te laten stromen. Waar dit voor boeren een goede methode is, is het dat voor een natuurgebied niet.

Het ene water is namelijk niet het andere water, vertelt Arno Paulus. “Boezemwater is gemengd met ander oppervlaktewater uit bijvoorbeeld de rivieren en de meren. Dit water is vaker vervuild, bevat meer voedingsstoffen en minder mineralen. Grondwater is feitelijk regenwater dat door de grond is opgenomen en er decennia over doet om door de verschillende grondlagen te druppelen, mineralen in zich op te nemen en later als kwelwater weer naar de bovenste grondlagen te komen.”

Mineralen

Ter illustratie wijst de boswachter op een slootje dat er op het eerste gezicht niet heel schoon uitziet. “Dat vettige bovenlaagje en de iets rood-bruinige kleur, wijzen erop dat het voor dit gebied de juiste mineralen, zoals ijzer, bevat. Een andere waterkwaliteit leidt tot andere grondsoorten en tot ander onder- en bovengronds leven. De voor dit gebied kenmerkende dotterbloemen en orchideeën verdwijnen en het gebied wordt ongeschikter voor weidevogels als de grutto, de watersnip en de kemphaan, die het toch al zo moeilijk hebben. Daarom wil je meer eigen water vasthouden daar waar dat kan.”

Het vettige bovenlaagje en de iets rood-bruinige kleur wijzen erop dat het water voor dit gebied de juiste mineralen bevat.

Niet eenvoudig

Dus vernatten? Ja. Maar liefst wel met ‘eigen’ water. De oplossing lijkt eenvoudig. Zorgen dat het regenwater niet wordt afgevoerd, maar wordt opgeslagen in de grond zodat het niet nodig is het boezemwater binnen te laten. Zo eenvoudig als het klinkt, is het natuurlijk niet. Allereerst zijn er de technische maatregelen. “Met stuwen, dammen, duikers, sluizen en pompen proberen we het regenwater zo goed mogelijk vast te houden.” Daarnaast, en dat vergt veel meer werk, is een goede samenwerking met boeren en waterschap van belang om aan ieders belangen tegemoet te komen.

Samen met boeren

In het grootste deel van dit gebied werkt Staatsbosbeheer samen met pachters. Deze boeren zijn verenigd in de afdeling It Kollumer Grien van de vereniging Noardlike Fryske Wâlden. “Met deze boeren in veelal kleinschalig landschap werken we samen om het natuurgebied zo goed mogelijk in stand te houden en het verdwijnen van de weidevogels en veen tegen te gaan. Tegelijkertijd moeten deze boeren natuurlijk hun boterham verdienen en dat gaat niet altijd goed samen. Als in natte tijden het water niet wordt afgevoerd, is het land bijvoorbeeld te nat voor de koeien. Ook het maaien van gras voor hooi in de winter is dan problematisch. De boeren houden met hun maaien al heel erg rekening met het broedseizoen van de weidevogels. Als het in de periode daarna te nat is – zoals afgelopen zomer – blijft de grond te zompig om met grote maaimachines in te werken.” Arno Paulus wijst op de diepen sporen van vastgelopen trekkers in het grasland.

Dit uitstel van maaien en een hoger waterpeil door het relatief natte en lange voorjaar dit jaar, heeft de weidevogels wel weer geholpen. “Er waren dit jaar daadwerkelijk meer opgroeiende jonge vogels. Iets waarvan we kunnen leren om het beheer met elkaar te optimaliseren.” Ook met de boeren buiten het Staatsbosbeheergebied is samenwerking nodig. Het proces van regenwater dat zich in decennia in de grond tot de juiste kwaliteit water vormt, is niet te beperken tot één gebied. “Daarbij is een veel groter gebied betrokken”, vertelt Arno Paulus.

Met stuwen, dammen, duikers, sluizen en pompen proberen we het regenwater zo goed mogelijk vast te houden.

Lange adem

Hoewel die samenwerking over het algemeen goed verloopt, is dit een kwestie van lange adem en continue goede afstemming en afspraken. “Gelukkig worden boeren tegenwoordig deels financieel gecompenseerd voor hun bijdrage aan natuurbeheer. Maar om deze manier van samenwerking ook op de langere termijn te kunnen volhouden of verbeteren is meer nodig. Meer geld, maar ook voldoende draagvlak, samenwerking en commitment met de omgeving en de agrariërs. Het gaat niet om impuls-investeringen, maar om een heldere duurzame, toekomstgerichte samenwerking waarin alle aspecten worden meengenomen. Dit begint met een goed plan waar de grondeigenaren en de gemeente achter staan. Staatsbosbeheer wil graag in gesprek met deze partijen en ziet mogelijkheden om aan te haken met de Zwagermieden bij het Aanvalsplan Grutto. We hebben daarbij veel steun vanuit de omgeving nodig om het verder te kunnen brengen.”

Het nat houden van het veen in Zwagermieden heeft inmiddels naast succes voor weidevogels en plantensoorten ook resultaat opgeleverd voor het veen. “Het veen in dit gebied was al behoorlijk afgenomen, maar sinds we op deze manier werken, hebben we een verdere afname weten te voorkomen. Dat betekent dat we bijdragen aan het vasthouden van CO2 in de veenbodem en de bodemdaling verminderen”, besluit Arno Paulus.