Terug

Nieuws

Wat doet een toppredator als de wolf met een ecosysteem?

  • 23 mei 2023
  • Biodiversiteit
  • Leestijd 5 minuten

Nu de wolf terug is in Nederland, is er weer een toppredator in het ecosysteem. Wat is de invloed daarvan op dat ecosysteem? “Veel is nog onduidelijk”, vertelt Staatsbosbeheer-ecoloog Aaldrik Pot. “Iedere verandering in een ecosysteem heeft gevolgen. Of er nu een soort verdwijnt of juist bijkomt.” Hij pleit voor meer onderzoek.

De wolf kan effect hebben op het gedrag van hoefdieren, wat weer effect heeft op de vegetatie.

Kettingreactie

Als je aan één touwtje trekt, zie je dat de rest van de wereld er aan vast zit. Met dit citaat van John Muir is Aaldrik het volledig eens. “Een verandering in een ecosysteem leidt vaak tot een kettingreactie. Maar welke gevolgen het precies heeft, is lang niet altijd van te voren duidelijk. Het is mateloos fascinerend.”

Toppredator in zee

Neem zeesystemen. Simpel gezegd, wanneer bijvoorbeeld een toppredator als de haai verdwijnt, krijg je een enorme groei van kleinere roofvissen. Zij eten veel dierlijk plankton. Als dat minder aanwezig is, gaat het plantaardig plankton woekeren en krijg je een soort groene soep. Dit kan tot verstikking van het water leiden.
Zo eenduidig is het niet altijd. Aaldrik: “Ik ken een voorbeeld waar de haai verdween en het aantal roggen hierdoor toenam. Hun voedsel, tweekleppige schelpdieren, ging vervolgens in hoeveelheid snel achteruit. Het één leek een logisch gevolg van het ander. Later bleek dat ook vervuiling en visserij een grote rol speelden bij de afname van de tweekleppige schelpdieren. Daarom moeten we er altijd alert op zijn of het één wel echt het effect van het ander is, of dat er ook andere factoren meespelen.”

Wolf verandert rivier

Zo kan ook de komst van een toppredator onverwachte gevolgen hebben. Het bekendste voorbeeld hiervan is Yellowstone Park in de Verenigde Staten. Daar is de wolf na een afwezigheid van bijna zeventig jaar halverwege de jaren negentig teruggekeerd. In de tussentijd was het aantal wapiti’s – een soort edelherten - verveelvoudigd. Door het ontbreken van een natuurlijke vijand, konden zij onbelemmerd alle jonge boompjes opeten. Hier en daar leidde dat zelfs tot volledig kale rivieroevers. Na de terugkeer van de wolf, zag het gebied er binnen enkele jaren heel anders uit. Het aantal wapiti’s was van 15.000 tot 5.000 gedaald. Jonge bomen en struiken kregen weer een kans waardoor het veel groener werd en daarmee weer aantrekkelijk voor insecten en vogels.
Tot zover was het redelijk voorspelbaar. Wat velen verraste was dat ook de loop van de rivier door de terugkeer veranderde. Door de toegenomen vegetatie, trad er minder erosie op en bood de oever meer weerstand. Dit dwong de rivier in een bepaalde richting.

Onderzoek naar schijnaanwezigheid

Ook op de Veluwe zijn veel hoefdieren. De impact van herten en zwijnen op de jonge bos-aangroei is groot. Uit onderzoek in Mozambique is duidelijk geworden, dat ook schijnaanwezigheid van toppredatoren al effect op prooidieren kan hebben. Daar leidde het nabootsen van luipaardgeluiden tot een gedragsverandering van de antilopen. Op de Veluwe heeft Staatsbosbeheer-ecoloog Annelies van Ginkel vergelijkbaar onderzoek gedaan. Ze onderzocht of herten zich anders gaan gedragen als hier en daar wolven-urine en -ontlasting is neergelegd. Dat bleek niet of nauwelijks effect te hebben. Dat kan zijn omdat ze niet meer bang voor wolven waren, maar het kan er ook mee te maken hebben dat het teveel op hondenpoep en -plas lijkt. Daar zijn ze in onze natuur wel aan gewend.

Wat de wolf er zelf van vindt om op de Veluwe te leven, vertelt wolf Eva in podcast Groene Oren.

Sinds enkele jaren komen boommarters op steeds meer plekken in Nederland voor.

Oehoe en boommarter

Meer predatoren weten hun weg naar Nederland beter te vinden. De oehoe is een toppredator die sinds een aantal jaar weer in Drenthe voorkomt. Zij eten bijvoorbeeld haviken, die vervolgens weer houtduiven en gaaien eten. “Ik ben benieuwd wat hun invloed op het ecosysteem zal zijn”, zegt Aaldrik. “Of de boommarter. Die zien we sinds enige jaren ook weer op steeds meer plekken in Nederland. Zij klimmen in nesten om eieren van bijvoorbeeld roofvogels op te eten. In ons onderzoeksgebied rond Veenhuizen in Drenthe hadden we dertig paar buizerds, nu nog maar zes. En er waren zes paar haviken, nu nog twee. Komt dat door de boommarter, of zijn er bijvoorbeeld – door een hele andere oorzaak – minder muizen? We weten het niet.”

De wederzijdse invloed van alle planten en dieren op elkaar blijft me verrassen
Ecoloog Aaldrik Pot

Meer onderzoek nodig

Eigenlijk is de kern dat we van ecosystemen nog heel veel niet weten. Ronduit fascinerend vindt Aaldrik die dynamiek in ecosystemen. “Ik verwonder me er iedere keer weer over. Beetje bij beetje krijgen we meer inzicht in de wederzijdse invloed van alle dieren en planten op elkaar. Dat blijft me verrassen. Maar het maakt ook duidelijk hoe hard we dat inzicht nodig hebben om de juiste dingen te kunnen doen. We hebben echt behoefte aan meer gedegen onderzoek. Zonder dat onderzoek vervallen we veel in meningen en polarisatie.”

Wie beter weet hoe een ecosysteem werkt, kan beter ingrijpen als dat nodig is. “Dat wil niet zeggen dat ingrijpen altijd nodig is”, zegt Aaldrik. “We hebben in sommige Drentse bossen nu bijvoorbeeld veel zwarte spechten. Dat komt doordat er om verschillende redenen nu erg veel dood hout in het bos is. Dat leidt mogelijk tot een tijdelijke toename van het aantal humusmieren, een belangrijke voedselbron voor zwarte spechten blijkt. Als er over een paar jaar minder dood hout is en het aantal spechten dus dreigt te verminderen, denk ik toch niet dat wij actief voor dezelfde hoeveelheden dood hout gaan zorgen.”

Ecosystemen fluctueren

Want ecosystemen fluctueren altijd. Het aantal prooidieren stuurt de hoeveelheid predatoren. Toppredatoren verdwijnen bij een gebrek aan prooidieren, daardoor kan het aantal prooidieren toenemen waarna de predatoren weer terugkomen. Als ecosystemen teveel schakels gaan missen, fluctueren ze niet meer maar raken ze ontwricht. “Uiteraard moeten we wel ingrijpen om dat te voorkomen waar dat kan en nodig is.”