Thema

De natuur lijdt ernstig onder droogte

De droogte van 2018 en 2019 heeft tot een verdroging en achteruitgang van de natuur geleid. Na het redelijk natte 2021 kampen we in het voorjaar van 2022 ook met een grote droogte. Staatsbosbeheer pleit samen met vele andere organisaties voor structurele maatregelen.

Droogte en verdroging

Er is een verschil tussen droogte en verdroging. Droogte is er bijvoorbeeld als er in een periode (veel) minder neerslag valt dan gemiddeld waardoor het hydrologische evenwicht verstoord raakt. Droogte leidt tot minder vocht in de bodem en tot lagere grondwaterstanden. Zowel de natuur als de landbouw kunnen hier last van hebben. Verdroging staat voor een structurele daling van het grondwaterpeil door menselijk handelen. Doordat we ervoor zorgen dat water zo snel mogelijk wordt afgevoerd. Verdroging leidt tot structurele schade aan de natuur en dat effect wordt versterkt door droogte, door weinig neerslag. Juist de combinatie van de al decennia durende verdroging met de droogte van de laatste jaren zorgt voor problemen in de natuur.

Effecten van droogte

Naar aanleiding van de droge voorjaren in 2018 en 2019 heeft de WUR in opdracht van onder meer provincies, waterschappen, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer de effecten van de droogte onderzocht. Het rapport Droogte in zandgebieden van Zuid-, Midden- en Oost- Nederland beschrijft de resultaten hiervan. Het onderzoek toont aan dat de droogte het gehele watersysteem beïnvloedt: de bodem werd droger, de grondwaterstand daalde en in beken stond veel minder water. Soms vielen beken droog. Tegelijkertijd was er vanuit de landbouw en de drinkwaterbedrijven meer behoefte aan water dan normaal. Onttrekkingen van water verergerden de effecten van droog weer.

Enquête onder natuurbeheerders

In een enquête gaven natuurbeheerders aan dat de droogte in 2018 en 2019 matig tot grote schade had aangericht aan de natuur. Vooral beken, venen en bronnen leden schade, evenals natuurtypen die kenmerkend zijn voor natte en vochtige, voedselarme standplaatsen. Op droge zandgronden legden veel bomen het loodje, met name de fijnspar, en stierf op sommige plekken struikheide massaal af. Een deel van de beheerders verwacht dat het herstel ten minste vijf jaar kan duren, mits we weer jaren krijgen met normaal weer.
De resultaten van de enquête werden grotendeels bevestigd in een statistische analyse van het Landelijk Meetnet Flora (LMF), een monitoringsnetwerk van vegetatieplots waarvan om de 3-4 jaar de soortensamenstelling wordt opgenomen. Deze analyse leverde op dat in de droge jaren meer soorten in aantal en bedekking achteruitgingen (namelijk 50%), dan vooruit (35%). De achteruitgang betrof zowel algemene als zeldzame soorten.

Structurele maatregelen nodig

Wij onderschrijven de conclusie van het WUR-rapport dat de het huidige zoetwaterbeheer en de inrichting van het watersysteem onvoldoende zijn, om de negatieve effecten van droogte te beperken. Zo heeft het verminderen van het wegstromen van water door stuwen hoog te zetten als het al droog is slechts gering effect. Tijdelijke maatregelen in het waterbeheer zijn niet genoeg. In plaats daarvan moeten we het watersysteem, het waterbeheer en watergebruik structureel aanpassen. Met structurele maatregelen kunnen de effecten van droogte voor een langere periode worden ondervangen.

De onderzoekers bevelen diverse maatregelen aan, zoals:

  • De grondwaterstand verhogen door meer water op te vangen en het langer vast te houden.
  • Minder water onttrekken, vooral in gebieden die gevoelig zijn voor droogteschade. Deze maatregel heeft gevolgen voor de landbouw, de industrie en drinkwaterbedrijven.
  • Het herstellen van het water- en bodemsysteem gepaard laten gaan met het herinrichten van het platteland.
  • Water een sturende rol laten krijgen in de ruimtelijke inrichting; water vasthouden waar het valt, grondwaterstanden structureel verhogen waar dat kan en kwelstromen naar de natuur herstellen.
  • Het machinegebruik en de gewaskeuze in de land- en tuinbouw beter laten aansluiten bij de waterbeschikbaarheid, nu en in de nabije toekomst, en de voorjaarsbemesting beter af te stemmen op de toestand van de waterhuishouding.
  • Grote aanpassingen in het waterbeheer moeten worden gecombineerd met andere grote opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van het terugdringen van meststoffen en CO2-uitstoot, en het verbeteren van de waterkwaliteit

Samenwerking

De kern van dit zogenoemde systeemherstel is samenwerking tussen veel partijen. Staatsbosbeheer werkt in veel natuurgebieden samen met waterschappen, Rijkswaterstaat, boeren en provincies om ervoor te zorgen dat het waterpeil rondom natuurgebieden hoger komt te staan. Want als in het omringende landbouwgebied het waterpeil lager is dan in het natuurgebied, is het onmogelijk om daar het peil hoger te houden.