Staatsbosbeheer is van oordeel dat bij deze verkoop, ten titel van ruil, geen mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure hoeft te worden geboden, nu bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor deze overeenkomst.
De verkoop, ten titel van ruil als voornoemd, maakt onderdeel uit van een integrale gebiedsontwikkeling, waarbij de verkoop van gronden tussen diverse partijen onder regie van de gemeente Middelburg noodzakelijk is om het overkoepelende gebiedsproces, de herontwikkeling van Waterpark Veerse Meer en de aanleg van een Natuurovergangszone, te realiseren.
Op 1 oktober 2018 en in oktober 2020, derhalve vóór het wijzen van het Didam-arrest, is door het college van burgemeester en wethouders van Middelburg met de initiatiefnemer van de herontwikkeling van Waterpark Veerse Meer bovendien een anterieure overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat de gemeente zich maximaal zal inspannen om de benodigde gronden in eigendom te verwerven met indien nodig het inzetten van het voorkeursrecht en het onteigeningsinstrument. De gemeenteraad van Middelburg heeft op 17 september 2020 besloten onderhavige gronden aan te wijzen voor voorkeursrechtvestiging op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Er is dus sprake van een wettelijk voorkeursrecht waardoor de beoogde koper aanspraak kan maken op onderhandse verkoop (vgl. unieke positie bij ruiling in Hof Arnhem 27 juni 2023). Bovendien bestaat er de mogelijkheid tot onteigening door de overheid en verkoop, ten titel van ruil, vindt aldus plaats ter voorkoming van onteigening door de overheid.
Door de hiervoor vermelde integrale gebiedsontwikkeling heeft de gemeente Middelburg een unieke (aangrenzende) grondpositie, waarmee zij de herontwikkeling integraal kan faciliteren en is de gemeente in staat om Staatsbosbeheer binnen de ruiling rechtstreeks te compenseren met grond.
De gemeente en Staatsbosbeheer zijn tot slot al sinds 2019 met elkaar in gesprek over deze verkoop, ten titel van ruil, en het afbreken van de al langer lopende besprekingen zou in strijd zijn met de precontractuele goede trouw en kan leiden tot onevenredig nadeel voor de beoogde koper, de gemeente Middelburg. In deze omstandigheden mag het vertrouwensbeginsel prevaleren ten opzichte van het gelijkheidsbeginsel (Rb Noord Holland, 25 oktober 2022 en Gelderland 12 januari 2023.
De genoemde redenen leiden reeds ieder afzonderlijk tot de vaststelling dat enkel de gemeente Middelburg voor verkoop, ten titel van ruil, in aanmerking komt.
Op basis van deze criteria die redelijk, toetsbaar en objectief zijn, heeft Staatsbosbeheer het voornemen om genoemde percelen grond onderhands door middel van verkoop, ten titel van ruil als voornoemd, in eigendom over te dragen aan de gemeente Middelburg, aangezien op basis van de genoemde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat alleen deze wederpartij als serieuze gegadigde in aanmerking komt.
Een belanghebbende die het hier niet mee eens is en ook voor deze verkoop, ten titel van ruil, in aanmerking wenst te komen dient vóór 16 april 2026 een kort geding aanhangig te maken bij de bevoegde voorzieningenrechter; het kort geding is aanhangig vanaf het moment dat de dagvaarding door de deurwaarder is betekend. Bij gebreke van een tijdig ingesteld kort geding vervalt het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft een belanghebbende zijn of haar rechten daarop verwerkt. Staatsbosbeheer zou immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de betreffende overeenkomst zou worden opgekomen.
Staatsbosbeheer behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om alsnog af te zien van de voorgenomen verkoop, ten titel van ruil als voornoemd; aan deze bekendmaking kunnen geen rechten worden ontleend.