Uitgifte in erfpacht Waterpark Veerse Meer (Z18-15483)

Staatsbosbeheer heeft het voornemen om het perceel landbouwgrond (voorlopig) kadastraal bekend als gemeente Arnemuiden, sectie I, nummer 711, groot circa 13.17.93 in erfpacht uit te geven, in de zin van artikel 5:85 van het Burgerlijk Wetboek, aan de gemeente Middelburg ten behoeve van de herontwikkeling van Waterpark Veerse Meer.

Bekendmaking - 16 maart 2026

Staatsbosbeheer is van oordeel dat bij deze uitgifte in erfpacht, geen mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure hoeft te worden geboden, nu bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor deze overeenkomst.

De uitgifte in erfpacht als voornoemd, maakt onderdeel uit van een integrale gebiedsontwikkeling tussen diverse partijen onder regie van de gemeente Middelburg en waarbij de uitgifte in erfpacht, als onlosmakelijk onderdeel van een samenstel van grondtransacties, noodzakelijk is om het overkoepelende gebiedsproces, de herontwikkeling van Waterpark Veerse Meer inclusief de aanleg van een Natuurovergangszone te realiseren. De erfpachter neemt de verplichting op zich om de huidige toestand van de erfpachtzaak, zijnde een perceel landbouwgrond aansluitend aan bestaand natuurgebied van Staatsbosbeheer, voor eigen rekening en risico om te vormen tot, te onderhouden als en aan het einde van de erfpacht aan Staatsbosbeheer om niet op te leveren als Natuurovergangszone tegen een canon als zijnde onderdeel van het ‘complex waterpark Veerse Meer’.

Op 1 oktober 2018 en in oktober 2020, derhalve vóór het wijzen van het Didam-arrest, is door het college van burgemeester en wethouders van Middelburg met de initiatiefnemer van de herontwikkeling van Waterpark Veerse Meer bovendien een anterieure overeenkomst gesloten waarin onder meer afspraken zijn gemaakt over de aanleg van een Natuurovergangszone (inclusief aankoop grond, planvorming, aanleg en onderhoud). Onderhavige uitgifte in erfpacht aan de gemeente is enkel en alleen bedoeld om de toekomstige beheersituatie te regelen conform de gemaakte afspraken. De uitgifte in erfpacht is bovendien gekoppeld aan een hiermee samenhangende ruiltransactie omdat in de anterieure overeenkomst ook is bepaald dat de gemeente zich maximaal zal inspannen om de voor het project benodigde gronden in eigendom te verwerven met indien nodig het inzetten van het voorkeursrecht en het onteigeningsinstrument. De gemeenteraad van Middelburg heeft op 17 september 2020 besloten om nabij gelegen gronden van Staatsbosbeheer aan te wijzen voor voorkeursrechtvestiging op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Er is dus sprake van een wettelijk voorkeursrecht op nabij gelegen grond waardoor de beoogde erfpachter aanspraak kan maken op onderhandse uitgifte in erfpacht van onderhavige grond. Bovendien bestaat er de mogelijkheid tot onteigening door de overheid en daarom vindt deze uitgifte in erfpacht ook plaats ter voorkoming van onteigening door de overheid.

Door de hiervoor vermelde integrale gebiedsontwikkeling heeft de gemeente Middelburg een unieke (aangrenzende) grondpositie, waarmee zij de herontwikkeling integraal kan faciliteren en is de gemeente in staat om Staatsbosbeheer door middel van verkoop in combinatie met erfpacht rechtstreeks te compenseren met grond.

De gemeente en Staatsbosbeheer zijn tot slot al sinds 2019 met elkaar in gesprek over deze uitgifte in erfpacht, en het afbreken van de al langer lopende besprekingen zou in strijd zijn met de precontractuele goede trouw en kan leiden tot onevenredig nadeel voor de beoogde erfpachter, de gemeente Middelburg. In deze omstandigheden mag het vertrouwensbeginsel prevaleren ten opzichte van het gelijkheidsbeginsel (Rb Noord Holland, 25 oktober 2022 en Gelderland 12 januari 2023.

De genoemde redenen leiden reeds ieder afzonderlijk tot de vaststelling dat enkel de gemeente Middelburg voor uitgifte in erfpacht, in aanmerking komt.

Op basis van deze criteria die redelijk, toetsbaar en objectief zijn, heeft Staatsbosbeheer het voornemen om genoemde percelen grond onderhands door middel van uitgifte in erfpacht als voornoemd, in erfpacht uit te geven aan de gemeente Middelburg, aangezien op basis van de genoemde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat alleen deze wederpartij als serieuze gegadigde in aanmerking komt.

Een belanghebbende die het hier niet mee eens is en ook voor deze uitgifte in erfpacht, in aanmerking wenst te komen dient vóór 16 april 2026 een kort geding aanhangig te maken bij de bevoegde voorzieningenrechter; het kort geding is aanhangig vanaf het moment dat de dagvaarding door de deurwaarder is betekend. Bij gebreke van een tijdig ingesteld kort geding vervalt het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft een belanghebbende zijn of haar rechten daarop verwerkt. Staatsbosbeheer zou immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de betreffende overeenkomst zou worden opgekomen.

Staatsbosbeheer behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om alsnog af te zien van de voorgenomen uitgifte in erfpacht als voornoemd; aan deze bekendmaking kunnen geen rechten worden ontleend.